Anemoon

[i]Ik luister, maar ze zegt niets. In plaats daarvan luistert ze naar mij. Naar de stilte die ik haar opleg, de woorden die ik haar ontneem. Soms lacht ze stilletjes om de ongemakkelijke situatie waarin ik haar heb geplaatst. En soms, heel soms, lach ik terug. Om het absurde van onze pijn, het onbegrijpelijke van onze keuzes. We kijken diep in elkaars ogen, verwachten een openbaring, maar het enige dat we zien zijn haren die met de seconde grijzer worden.[/i]

Diagnose: Maniak

Bedreven schaar ik mij in de chaos. Ik ben een kind in het lichaam van een volwassene en tussen de afwas en het voorspel lees ik een boek waarin de lente zegeviert en mijn herrijzen kleurrijker is dan de mooiste vlinder. Ik geef me over: vandaag ben ik van jou. We vliegen in afgedankte kledingstukken door met duizenden handen schoongepoetste luchten.

Weg

Ik wist dat het er op een dag van zou komen. Ik zou mijn weg gaan en jij zou jouw kronkelige paden met al zijn dubieuze afslagen volgen. Hoogstwaarschijnlijk zouden we elkaar nooit meer terug zien. En toch speel je om de zoveel tijd weer een rol in een van mijn krankzinnige dromen. Als een vuurspuwende heks die mij eindeloos achtervolgt door donkere bossen, of als een louche waarzegster die mij hel en ontij voorspelt terwijl ze mij koffie laat drinken waarvan ik ben overtuigd dat het giftig is.

Overleven

Niemand zou me tegenhouden. Niemand. Zoveel plannen, zoveel vuur.
Branden zou ik. Branden!
Geen leven lang, geen jaar, nee, het was de nacht die telde, de nacht en heel misschien de nacht daarna. Zie, ik geloofde er in: het elixer der onsterfelijkheid. Nostalgie en spijt, dat was voor de bijna-doden. Het was het nu dat telde, en nu was de tijd waarin ik alles in lichterlaaie zou zetten. Als een angry young man. Een Lenny Bruce, een Jack Kerouac, of als een James Dean die er zelfs niet voor schroomde om in de bloei van zijn leven zowel zijn auto als zichzelf in de prak te rijden.

Drift

Hangend tegen één van de vele kussens zit ze op haar zachte paarse bank. Haar knieën opgetrokken, het blonde hoofd achteroverliggend op de leuning. Eenzaam brandt een kaars op de salontafel. Ennio Morricone laat een snerpende panfluit door de ruimte zweven. Meeslepend, triest, maar mooi. Ongelooflijk mooi. Haar hand reikt naar het glas op tafel.