Thuiskomst Deel 2

Het is laat De parade van nachtvlinders maakt zijn laatste aftocht richting donkere grotten Gordijnen zijn gesloten Alles wat leeft Bedwelmd Middelen van genot . Dansend op de afgrond Dansend op de afgrond Dansend op de afgrond met middelen van genot Ik staar in het niets en voel een eindeloze Lees meer…

Verboden intiem

Vrijdagnacht, kwart over drie. Mijn oren suizen en mijn hoofd zit vol gruis. Ik denk terug aan de avond, de bar, de gesprekken, maar alles lijkt in een ver verleden plaats te hebben gevonden. Een deel van dat verleden heb ik meegenomen naar mijn kamer; het is warm, tastbaar en het ruikt nog deels naar het schrale bier en de rook waarvan we veel te veel binnen hebben gekregen. Hij snurkt, kronkelt, en zijn lichaam gloeit na van de vele uren die we dansend hebben doorgebracht.

Bewust Zijn

Het was exact kwart voor twaalf in de avond toen ik besloot er een einde aan te maken. De woonkamer maakte me onrustig, de tafel vol paperassen maakte me nog onrustiger en de aanblik van twee lege flessen wijn en een volle asbak die nog langzaam na smeulde van een Lees meer…

Twijfel

Wat is de kracht van mijn woorden, als je ze niet hoort. Als mijn gevoel zich niet openbaart, woorden omhulsels zijn, die niet laten zien welke pijn me van binnen stuk maakt.

Post Mortem

Glad en soepel bewegen onze lijven zich door het water. Ik omhels mijn protagonist en veeg zijn natte donkere haar uit zijn gezicht.
‘Zie jij de doden?’ vraagt hij.
Ik knik.
Overal drijven ze om ons heen: de drenkelingen.

Een grijns, er is niets meer van ze over dan een grijns.

Kay yad sai en zuurkool

Dromen gaan altijd voorbij. Wederom realiseerde hij dat zich toen hij wakker werd; glurend door de gordijnen die op een kier stonden en de grijze lucht buiten hem vertelde dat er geen morgenzon zou komen. Wat te doen als men wakker wordt op een veel te vroeg tijdstip met huizen vol slapende mensen om zich heen en een hoofd vol wankele gedachten?

Homofurie

Daar sta je dan met de bijbel in je hand het Evangelie te prediken aan iedereen die er niets van wil weten. [i]Plaat voor je harses, natte tosti?[/i]
Ja, ik ben homo oftewel ernstig geestesziek en volslagen immoreel. Kinderen opkweken zit er voor mij niet in. Die worden mentaal natuurlijk minstens zo verknipt als ik na in zo een disfunctioneel gezin van twee zondige mannen te zijn opgegroeid.

Over nachten

Ik zoek troost bij onbekenden. Kus de lippen van mensen die ik nooit eerder heb gezien. Een enkeling kent de onherbergzame leegte van het hart: het zwarte gat van gemis. Onze ogen zijn als beslagen spiegels. De adem van anderen staat er als een blauwdruk op af te lezen. Van elkaar zullen we nooit houden; niet zoals van diegene die ons achter heeft gelaten. Zoals van de engel met zwarte vleugels of de klootzak met gouden inborst. De overspelige muze of de nachtvlinder die gedoemd was jong te sterven. Dus kussen wij elkaar. Bezwerend. En met gesloten ogen reizen wij terug. Naar andere levens, andere tijden; terug naar herinneringen die alleen wij kennen.

Voor Noël

Zijn naam was Noël, doctorandus in de Rechten. Hij was jong en ambitieus; wonende in een stad waar niemand hem kende en waar hij zich eenzamer voelde dan ooit. Ik was zo gelukkig toen ik hem voor het eerst zag; toen ik hem op dat nachtelijk tijdstap ergens in de winter meenam naar mijn sombere achterkamer die in één klap lichter werd. Hij, lief, intelligent, sociaal, gevoelig mens. Hoe kon ik niet van hem houden?
Hoe kon ik hem niet met open armen in mijn leven verwelkomen?

Ad Infinitum

‘Denk je echt dat alles is veranderd?
Dat de sterren nooit meer zullen fonkelen zoals vroeger en dat je hart nooit meer zo licht zal voelen?

Ziet de wereld er echt zo anders uit?
Zijn de straten waarin je je begeeft zoveel smaller geworden en is de lucht zoveel grijzer, kouder en streng?

Indringer

Zodra ik mijn ogen sluit word ik meegevoerd in een zee van verontrustende beelden. Ik zie baby’s. Talloze krijsende baby’s. Hun gezichten en lichamen lijken misvormd en hun ogen schreeuwen het woord [i]honger[/i]. Met wild zwaaiende armen en benen manen ze mij aan ze op te pakken, ze te strelen, te voeden; mij dwingend om een moeder voor ze te zijn. Maar inplaats daarvan schop ik ze van mij af; ik schop, trap en sla alsof mijn leven ervan afhangt. Vlees. Bloed. Vlees. Nog meer bloed.
De kamer verwordt langzaam maar zeker tot een slachthuis.