De wereld is vol onbekenden. De een lacht zonder reden en de ander huilt maar blijkt acteur te zijn. En dan is er de toeschouwer. De man op de achterste rij van de tribune die weigert te applaudiseren bij iedere punchline en zichzelf de kunst van het onzichtbaar maken heeft aangeleerd door simpelweg te zijn. Zijn droom bestaat uit een nihilistisch resumé van een een reis die zich liet kleuren door een psychedelicum waarvan de naam hem tot op heden onbekend is. Misschien dat het ‘leven’ heet. Maar zo snel als een samenvatting leest, zo snel is zijn droom weer voorbij. [i]Zij die het experiment niet schuwen, gelieve verder te lezen en u niet af te laten schrikken door een plotselinge scène die niets met voorgaande beschouwende tekst te maken lijkt te hebben. Ik noemde het woord ‘experiment’, was het niet?[/i]

[i]Ter verduidelijking:[/i]

[i][b]ex•pe•ri•ment het; o -en proef(neming)[/b][/i]

[b]Akte 3. De Toeschouwer wordt onverwachts betrokken in de voorstelling. Een ludieke scène ontstaat.[/b]

‘Hoe lang is de voorstelling al gaande?’
Mevrouw Altijd-Te-Laat heeft haast. Spreekt met een iets te luide stem, en heeft zich al net zo luid uitgedost.
Niet voor mijn stoel gaan staan, denkt hij. Nu alstublieft niet voor mijn stoel gaan staan.
Mevrouw Altijd-Te-Laat wil antwoord. Hinkt wat van het ene been op de ander.
‘Meneer, hoe lang is de voorstelling al gaande?’
Meneer kijkt op zijn horloge. De wijzers staan al jaren stil. Belangrijker is de esthetiek; de algehele uitstraling.
‘Mevrouw, ik zal het u vertellen’ antwoordt hij. ‘Maar wilt u dan alstublieft uit mijn gezichtsveld gaan.’

Alle mensen zijn als dromen; dromen als hallucinatieve zeepbellen. Mens in droom. Droom in zeepbel. Een speldenprik is al wat nodig is. Maar de toeschouwer is dit alles om het even. Hij kijkt en vergelijkt, wikt en weegt. Uiteindelijk maakt hij de selectie; een elftal van familieleden, een enkele kennis en misschien iemand die hem ‘vriend’ noemt. En dan zijn er nog die anderen; die onwerkelijke schepselen met hun vreemd rondzwaaiende armen, ongecontroleerde driften en venijnig stekende ogen. Zij die de wereld maken tot een veredelde dierentuin, maar weigeren te geloven dat ook zij gekooid zijn.

[i]En toen.
Toen was het tijd voor wat achtergrondinformatie over Mevrouw-Altijd-Te-Laat, gegoten in enkele korte beschouwende zinnen en een zogeheten flashback. De flashback bestaat uit een een wat kluchtige scène. Een van de velen die Mevrouw-Altijd-Te-Laat door haar toedoen tot stand heeft weten te brengen en waar zij tevens haar naam aan heeft te danken.[/i]

[b]Akte vier.[/b]

Mevrouw Altijd-Te-Laat is er een met een opmerkelijk karakter. Zo een die zich niet uit het veld laat slaan; zo een die liever zelf de klappen uitdeelt. Of ze laat uitdelen.
‘Dat beest om uw nek is daar vast niet uit zichzelf gaan liggen’ insinueerde de kaartjesknippende idealistische studente bij de ingang van de theaterzaal.
Oponthoud. Altijd maar oponthoud.
‘Meisje, bemoei jij je eens met je eigen zaken en doe wat aan dat haar van je, wil je.’
Maar Meisje is moe en opgefokt en wil niets liever dan ‘lekker zeventien en idealistisch’ zijn. En meisjes die lekker zeventien en idealistisch willen zijn laten zich nu eenmaal niets vertellen. Zeker niet door dames die altijd haast hebben en letterlijk over lijken gaan.
‘Als u dat ding om uw nek niet bij de balie inlevert, vrees ik dat ik u geen toegang tot de voorstelling kan verlenen.’
Oponthoud. Altijd maar oponthoud.

[i]En terwijl het conflict tussen de studente en Mevouw-Altijd-Te-Laat zo hoog oploopt dat Mevrouw-Altijd-Te-Laat zich genoodzaakt ziet om de studente de mond te snoeren met hetzelfde dode beest waarmee zij nog niet zo lang geleden zo gracieus het theater binnentrad, schakelen wij over naar de zaal. Ogen zijn er tenslotte om door te zien. En in de zaal is er een meer dan grote verzameling van aanwezig.[/i]

Het publiek heeft er plezier in. Ze applaudiseert dat het een lieve lust is. Lacht alsof hun leven ervan afhangt. Een enkeling veegt zijn inmiddels vochtige brillenglazen weer grondig schoon. Buiken schokken op en neer, borsten in alle maten wiebelen van rechts naar links, op en neer en van links naar rechts. Het publiek is tevreden. En als het publiek tevreden is, dan doen de acteurs hun werk goed.

En de toeschouwer? De toeschouwer is al lang niet meer wat hij leek te zijn. Ook hij treedt via een zij-ingang van de zaal via de coulissen tot het podium om tesamen met Mevrouw-Altijd-Te-Laat een volgende scène neer te zetten. Zijn bokkepruik heeft hij afgezet en zijn bril, welke slechts diende voor het uitstralen van intellect, ligt in zijn kleedkamer. De toeschouwer speelt een dubbelrol; de toeschouwer zelf was tenslotte niet veel meer dan een edelfigurant.

[i]En toen? Toen was het een tijd voor een laatste beschouwende alinea ter afsluiting van deze niet zo alledaagse tekst. Een serieuze voetnoot, een overweging. Nog enkele mooie woorden met als functie het begin, het einde en het middenstuk naadloos op elkaar te laten aansluiten. Om ze tot een geheel te vormen, een zekere moraal toe te voegen. [/i]

Maar wie is diegene die ons daarvan voorziet? En vooral: waar is hij? Is ook hij er stiekem tussenuit geknepen om straks een diepe buiging voor het publiek te maken? Of is [i]hij [/i]de werkelijke toeschouwer: degene die zichzelf de kunst van het onzichtbaar maken zo sterk eigen heeft gemaakt dat werkelijk niemand hem meer ziet.

Een speldenprik is tenslotte al wat nodig is.
En de wereld, die blijft vol onbekenden.


10 reacties

axelle · 23 november 2008 op 19:15

Wauw…

KawaSutra · 23 november 2008 op 21:49

Bij zo’n intrigerende tekst ga je natuurlijk direct op zoek naar het voorafgaande: deel I met akte 1 en ‘twee’. Maar die vind je niet, waarschijnlijk vanuit een voorspelbare onvoorspelbaarheid.
Knap om toch steeds weer met iets bijzonders te komen maar de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat dit toch echt mijn werk- en denkniveau ontstegen is. Maar zoals zo vaak bij Troyaanse vertelsels: probeer het niet te begrijpen maar proef de sfeer die het uitademt.

pally · 23 november 2008 op 23:03

Het idee is apart ,Troy. Het experiment gedurfd.
Voor mij erg abstract, maar toch zo intrigerend dat ik het opnieuw wil lezen. Ik wil weten wat het thema is. Onmacht om anderen werkelijk te kennen? De wereld één groot toneelstuk met toeschouwers en spelers die niet weten of ze het een of het ander zijn? Kortom universele eenzaamheid?

groet van Pally

Ma3anne · 23 november 2008 op 23:53

Het is alsof ik op een podium zit en een zaal inkijk. Ik ben de toeschouwer, de zaal is het toneelstuk. Die man op de achterste rij intrigeert me.
Op de een of andere manier draai je alles om. Knap gedaan. Dit moet ik nog een paar keer lezen.Niet om te doorgronden, maar om te zien wat het een volgende keer met me doet.
Geslaagd experiment. :wave:

SIMBA · 24 november 2008 op 08:14

Ik snap niet hoe je het op papier krijgt, ik vind het zó knap! Aan de ene kant heel beeldend maar aan de andere kant ook weer super abstract.
Een 10 en een zoen van de juf!

lisa-marie · 24 november 2008 op 09:11

Een knap abstract experiment waar je van toeschouwer zelf een speler wordt door de sfeer die het heeft.
Ik heb wederom genoten van het geheel.

klapdoos · 24 november 2008 op 10:50

Ook ik zal het nog eens moeten lezen, voelde mij als toeschouwer tussen een stel interlectuelen zitten die er niets van begreep en dat is mijn eer te na. Ik zal er uitkomen…Met of zonder publiek, maar helemaal uitgelezen omdat ik het gevoel had dat je de boel totaal omdraaide..
Knap staaltje. :wave: :wave: :wave:
groet van leny

arta · 24 november 2008 op 21:22

Ook mij beving het gevoel dat je de camera had omgedraaid. Een beetje de verwoording van ‘Het leven is een schouwstuk’.
Bijzonder stuk!
🙂

KingArthur · 25 november 2008 op 10:32

De wereld is een schouwtoneel, ieder speelt zijn rol en krijgt zijn deel. Dit is het gezegde dat in mijn beleving het beste past bij deze tekst.

Er zit weer veel in en het stemt tot nadenken ofschoon ik graag antwoorden geef op de vragen. Wie ons daarvan voorziet? Dat is ieder individu voor zichzelf denk ik.

Dees · 25 november 2008 op 10:42

Geslaagd experiment, zeker.

Het leukste vind ik echter dat er dingen inzitten die ik echt vondsten van schoonheid voor de lezer vind. Zoals:

[quote]Niet voor mijn stoel gaan staan, denkt hij. Nu alstublieft niet voor mijn stoel gaan staan.[/quote]

en:

[quote]En meisjes die lekker zeventien en idealistisch willen zijn laten zich nu eenmaal niets vertellen. Zeker niet door dames die altijd haast hebben en letterlijk over lijken gaan.[/quote]

of:

[quote]borsten in alle maten wiebelen van rechts naar links, op en neer en van links naar rechts. [/quote]

Práchtig, vind ik dat. Ik vraag me dan heel soms heel stiekem af, of dat soort schoonheid beter tot zijn recht zou komen als eenheid, in plaats van als detail in het grotere geheel. Het is een mooi stuk. Wel heel veel mooi stuk.

Geef een antwoord