Mijn luchtdoop was een dagtrip naar Groningen, meer dan dertig jaar geleden. Op een onbewolkte dag vlogen we vanaf Luchthaven Twente in zeventien minuten met een Fokker Friendship langs de A28 naar Eelde en na drie kwartier in een touringcar, stonden we zomaar boven op de Martinitoren. Het vliegtuig was eigenlijk niet veel hoger geweest. Toen mijn airmiles tegoed de omvang van de Flying Blue status was ontstegen, was vliegen voor mij niet veel anders meer dan in een bus stappen. Het belangrijkste verschil is dat je bij het vliegen boven de wolken terecht komt. Dat is voor mij nog altijd een bijzondere ervaring. Zwevend boven een deken van witte watten of een in avondrood gekleurde zachte molton, laat ik me soms in gedachten vol overgave in het onmetelijke kussen vallen. Het lijkt alsof er een nog onontdekt deeltje wordt losgelaten in zowel lichaam als geest dat beide verbindt en het gevoel de macht laat overnemen, waar je je onvoorwaardelijk aan overgeeft. Dit ´R-deeltje’ trekt zich niets aan van Newton, Einstein of Higgs. Je zweeft in een grenzeloos universum met oneindige dimensies. Na vandaag is alles andersom. De virtuele backbone van de onderneming waar ik bij aangesloten ben, vertoeft tegenwoordig in de cloud. Een handboek helpt me omhoog, maar het voelt als oneigenlijke concurrentie. Voor ik ga botsen met mijzelf, haal ik mijn platenspeler onder het stof vandaan en nog één keer zing ik luid de bekraste originele single mee: ‘Get off of my Cloud’!

16 december 2011
Robert

www.robertbeernink.nl

Categorieën: Algemeen

5 reacties

Libelle · 24 december 2011 op 11:03

Ik snap het niet. Zij die doorgaans reageren en meer analytisch zijn dan ik, melden zich ook niet.
Dat krijg je met een korte column, weinig bouwstukjes. Waarom zing je de vertrouwde song nog maar één keer, jouw steun en toeverlaat? Ga je echt springen?

Robebeer · 24 december 2011 op 11:18

Libelle, ik ben ook niet zo’n analyticus; columns moeten zelf hun werk doen; het zijn schilderijtje van woorden en beelden die binnen de grenzen van de lijst (altijd 250 woorden) op de lezer inwerken. Ik vind het ook niet zo interessant waar een likje verf al dan niet ontbreekt. Absorbeer het als simpel, naief, abstract, im- of expressionistisch, surralistisch, naturalistisch of in welke stijl ook. Op die abstractie lees ik helaas geen reacties. Wat dat betreft kan ik me in jouw reactie wel vinden. Dank je wel.

Libelle · 24 december 2011 op 14:52

Altijd 250 woorden zeg je. Klinkt wat dogmatisch.
Is het niet beter om wat meer ‘klantgericht’ te schrijven? Zonder jezelf te verloochenen?

Ferrara · 24 december 2011 op 15:33

Het wordt druk daar boven.
Nog even en het is niet leuk meer om met je hoofd in de wolken te lopen.

Harrie · 29 december 2011 op 11:14

Met stenen in de wolken komt alles goed.

Geef een reactie

Avatar plaatshouder