Verhaal 2 uit serie over vintage-producten uit de jaren ’50, hun toepassing, hun gebruikers en de couleur locale.
Vroeger waren de injecties nog échte injecties en niet van die lullige prikjes als tegenwoordig.
Ik
zie ze nog voor mij, die grote glazen spuiten met van die dikke
naalden, waardoor lekker veel vloeistof in één keer de lichaam ingejensd
werd.
Die spuitdingen werden na elke injectieronde gesteriliseerd en
met elke nieuwe prik werd de hergebruikte naald botter. Het was
effectief voor de zuster, maar de schrik van elk schoolkind.
Op
de Marnixschool voor Lager Onderwijs ging de mare al dagen tevoren door
de school: we worden weer ingeënt. Ik weet echt niet meer voor wat we
allemaal in prik in arm of kontje kregen, maar één priksoort herinner ik
mij als de dag van gisteren: de Difterieprik.
Difterie, ook wel
kroep genoemd, was een levensgevaarlijke bacteriële infectie; via o.a.
hoesten doorgegeven aan ieder inademend persoon.
Nuttig dus, maar de
spuit was groot en de naald dik. De entvloeistof werd ter plaatse in de
spuit opgezogen. Het woord privacy was nog niet uitgevonden. Een prik in
het zitvlees kreeg je ‘en publique’.
Op een dag, ik zat toen in de zesde klas, was het al weer duidelijk: wij krijgen weer ‘difterie’. We bedoelden dan ‘de prik’.
Twee
verpleegsters met witte schorten en harde kapjes op, moesten hun
beulswerk verrichten in de vergaderkamer van het schoolhoofd.
We moesten in de rij staan voor de deur van die kamer; de kreetjes van slachtoffers waren hoorbaar.
‘Ha, ha, jij krijgt die botte naald’ pestte een klasgenoot mij.
‘Arm van je trui omhoog’ bitste de verpleegheks.
Een
grote klodder bruine jodium werd op mijn arm neergekwakt. Ik herinner
mij ‘de doodsteek’ en dat ik daarna weer wakker werd, liggend op de
grond direct naast mede-slachtoffer Rob Scheffer.
We waren ‘onder zeil’ en dat was iets om je voor te schamen. Terugkijkend, vind ik het beslist een vorm van kindermishandeling.
Ik ben nog jaren bang geweest voor prikken; niet zozeer meer om de pijntjes maar wel omdat ik voor geen prijs de afgang van flauwvallen weer wilde beleven.
Tegenwoordig is alles disposable. De prikken
voel je nauwelijks meer, want de spuiten zijn voor eenmalig gebruik, al
gevuld met het vergif, en de naaldjes vlijmscherp.
De medemens is al zo assertief geworden dat verkeerd prikken niet meer wordt geaccepteerd.
Bijna
alle hulp- en verbandmiddelen zijn op dit moment disposable. Alleen
instrumenten worden nog gesteriliseerd. De ziekenhuismagazijnen puilen
er van uit. Waar vroeger twee mannen een heel ziekenhuis bevoorraadden
zijn het er nu tien of meer.
Als je vroeger een nieuwe heup kreeg
aangemeten, was je een half jaar uit de roulatie. Nu ga je de dag van de
operatie of die erna al weer met een kruk naar huis. Wat is het in deze
tijd veel beter!
Maar hoe scherp ook de naald en hoe goed ook huidige de prikgever is, velen zetten zich op het ‘moment x’ nog even met gemengde gevoelens schrap voor het komende prikje.
Rob Scheffer en ik vinden jullie daarom ‘watjes’. In onze jeugd overleefden wij nog ‘botte spuiten , zo groot als een emmer’.

2 reacties
Suus · 24 februari 2019 op 17:00
Ik ben waarschijnlijk ietsje jonger dan jij want heb nooit injecties op school gehad. Maar heb een tandarts fobie opgelopen door die kl#te bus. Gelukkig kan ik nu een piepklein dutje doen.
Hans Schoevers · 25 februari 2019 op 19:17
Je had deze prikdames, maar ook een schooldokter met allerlei bijzondere handelingen en een schooltandarts. Die laatste komt bij mij zeker binnenkort aan de beurt.