Ik ben bang voor spinnen. Hoewel, ik geef het niet graag toe. Veel vrouwen zijn namelijk bang voor spinnen. Als ik denk aan een vrouw met een spinnenangst, zie ik een blonde, hooggehakte vrouw vrouw die hartverscheurend schreeuwt met de handen op de wangen voor de dramatische look.
Hulp. Van haar man. Of buurman. Of vader. Of toevallige voorbijganger. Of hij die spin even weg wil halen.
Watje! Denk ik bij die gedachten. Wát ben jij een watje!

Ik probeer zo min mogelijk te laten zien dat ik ergens bang voor ben. Als je bang bent voor spinnen, ben je afhankelijk van iemand.
Ik wil zelfstandig zijn, en sterk en heldhaftig. Pff, een spin.. denk ik. What’s the big deal?
Oke, hij is zwart, harig, heeft 6 poten en kan hard rennen. Waarschijnlijk is ie nog banger dan ik.

Daar zat hij, op de muur. Muisstil. Hij dacht natuurlijk dat ik ‘m niet zou zien. Wel dus. Ik heb een soort derde oog voor spinnen.
Ik voel dat ze naar me gluren vanuit welke hoek ook in de kamer. Geen spin is veilig voor mijn oog.
Enfin, daar zit hij dan in mijn vizier. Op de muur. Nogsteeds muisstil. Mijn hersenen zijn druk bezig om een plan te bedenken.
Wat is het plan? Is er uberhaupt een plan? de schoen of toch de krant… Allemaal komen ze voorbij. In mijn ooghoek zie ik de stofzuiger staan.
De stofzuiger! Er is geen stoere man in de buurt om het zwarte monster weg te halen, dus nu moet mijn zelfstandige ik opstaan.
Nouja, misschien niet nu meteen, maar zo direct dan. Ik voel overal spinnetjes lopen over mijn lichaam. Ze lopen er natuurlijk niet echt,
maar op zo’n moment lijkt het er toch verrekte veel op!

Met de slang in mijn hand besluip ik de spin. Geen beweging. Ik haal diep adem en zet toch de stofzuiger uit. Ik durf het niet.
Ik ga de telefoon pakken. Terwijl ik het nummer van mijn vriend draai bedenk ik me. Waar is die zelfstandige vrouw gebleven? Toch maar zelf doen.
Voor de tweede keer benader ik de spin met het voor hem grote gevaarte met gigantische zuigkracht. In mijn fantasie zie zijn kop voor me. Hoe hij moeite moet doen
om niet in de grote slang te verdwijnen. Hoe hij zich schrap zet met z’n vieze, harige poten. Hoe zijn haren wuiven in de harde wind. Hoe zijn wangen
alle kanten op waaien. Stiekem grinnik ik om mijn eigen gedachten. Wat een stom gezicht.

Voor de spin word het iets te heet onder zijn poten. Terwijl ik zo dichtbij was, scheurde hij weg. Keihard. Alle zes zijn poten renden voor hun leven.
Ik slaak een ijslijke gil en laat de stofzuigerslang op de grond vallen. En weg was ik, uit de kamer. Misschien toch maar bellen.
Die zelfstandige vrouw heeft vandaag haar best gedaan…


5 reacties

SpaansePeper · 24 september 2008 op 18:14

Hahahaha wat een herkenbaar stukje.

Leuk geschreven vooral het moment dat zijn haren wuiven in de wind en zijn wangen alle kanten op waaien, erg leuk! 😀

Neuskleuter · 24 september 2008 op 19:05

Je hebt in je stuk grappig gevochten met het cliché van vrouwen, mannen en spinnen. Het is wel herkenbaar. Bij mij wordt het meestal een zakdoekje, al spring ik wel ver weg als ik het beest net mis en die harige pootjes dan onder dat papier wegkruipen.

Je kan er qua stijl op letten dat je minder enters in je stuk plaatst, dat staat iets netter. Pas ook op voor de tijd waarin je schrijft: houd het of bij het heden, of bij het verleden. Je laatste alinea is een goed voorbeeld van gemixte tijden, wat dus eigenlijk net niet klopt 😉

Handig om op te letten bij je volgende inzending!

lisa-marie · 24 september 2008 op 20:17

Ik vind hem leuk! 😆

Anne · 28 september 2008 op 16:57

Een spin heeft acht poten. Was het geen mier? 😀

doemaar88 · 30 september 2008 op 11:08

:hammer:

Geef een antwoord