Door de jaren heen heb ik aardig wat afgerend. In Frankrijk rende ik dagelijks door de bergen. Niet persé moeiteloos maar wél twintig jaar jonger. In Nederland hervind ik met vlagen deze sport die altijd en overal voor handen is. Zo trok ik na een lui zomerseizoen mijn hardloopschoenen weer eens aan. Er ligt tenslotte een bos in mijn achtertuin.

De arrogante uitstraling van ervaren hardlopers – die stoicijnse blik op oneindig – is een kwaliteit die ik nooit heb beheerst. Met mijn concentratievermogen van een fruitvlieg blijft het aanmodderen.
Ik liep nog maar net toen een regelmatige ademhaling en een versnelde pas achter mij me uit mijn moeizame startende cadans haalde. Blijf bij jezelf, snauwde mijn interne coach, ondertussen mijn telling corrigerend. Ondanks dat ik bijna op het ideale tempo zat versnelde ik mijn pas want trots weigerde om me in te laten halen. Met grote halen zoog ik zoveel mogelijk zuurstof naar binnen door neus en mond en blies luidruchtig alle verzurende kooldioxide uit. De loper achter mij haalde me in. Zweet parelde vanuit mijn wenkbrauwen langs mijn slapen.

Toen de ervaren renner ver voor mij lag, pauzeerde ik even om op adem te komen.
Mijn loop hervattend zag ik verderop twee ontspannen ‘joggers’ en een volgzame hond. Geanimeerd converserend en moeiteloos bestegen zij in rap tempo de hoge heuvel die als een pukkel in het bos oprijst. De hond volgde dartel. Gelukkig liep ik alleen want ik zou nu geen geschikte gesprekspartner zijn.
Hijgend als een paard rende ik verder.

Een ouder echtpaar kwam me tegemoet. Hun onkreukbaarheid, de haren zilver golvend, gekleed in fris gestreken unisex, maakten me nog bewuster van mezelf.
Toen ze me passeerden zag ik een beeld van mezelf door hun ogen. Een klein vrouwtje met ontploft haar, dat hijgend en bezweet door een bos rent.
Enkele honderden meters verderop schakelde ik over in wandelpas en herpakte mijn ademhaling. Ik oefende even ‘droog’ in een ‘geluidlozere zuurstoftoevoer’.

De vrouwelijke robotstem van mijn runkeeper coach riep vanuit mijn telefoon mijn status om.
Haar stem klonk verwijtend. Ze zei nog net niet dat het allemaal wel wat ‘pittiger’ kon. Ik kan natuurlijk ook snelwandelen, schoot er door me heen, maar mijn interne slavendrijver sprak streng, ‘kom op. Doorgaan!’

Mijn telling hervattend rende ik vijf minuten met een perfecte ademhaling – geruisloos door de neus in en onzichtbaar door de mond uit. Mijn stappen waren soepel en moeiteloos en een vleug van euforie diende zich aan.
De flow! juichte ik in stilte.

Plots verstoorde een pijnlijke sensatie mijn euforie. Wat was dat nou weer? Nee, toch. Straks kon ik dagen niet meer normaal lopen!? Mijn tempo daalde. De flow, het vederlicht voortbewegen was alweer voorbij.
Snel snoerde ik de robotvrouw aan mijn arm de mond en eindigde de sessie. Ik voelde een zeurende pijn in de scharnieren van mijn heupen.

Dat wordt een paar dagen herstellen. Voor overgewicht hoef ik het niet te doen maar je schijnt er fit van te worden. Voor mij is het voornamelijk een strijd met mezelf die ik over drie dagen weer aanga.
Misschien krijg ik het ooit onder de knie.

Categorieën: AlgemeenSport

Esther Suzanna

Ik schrijf omdat ik het niet laten kan op https://www.facebook.com/esthersuzanna/ en http://suzannaesther.nl/

14 reacties

StreekSteek · 7 september 2016 op 17:19

Gelukkig heb je de typemachine nog.

Meralixe · 7 september 2016 op 18:02

Ach, ik heb dat hardlopen zoals Nederlanders dat noemen jaaaren gedaan. Nu beslist een versleten knie er anders over. Ik deed het graag. Vooral het goede gevoel er na en het zich dan toch fit voelen was fijn. Wat u er hier, hopelijk met de nodige zin voor humor van maakt lijkt me meer een calvarietocht te zijn.
Eens schreef ik onderstaande column, geschreven van uit mannelijk perspectief:

https://www.columnx.nl/ik-ben-een-man/

Mien · 7 september 2016 op 18:26

En dan nog thuis de meter uitlezen. Het is toch wel een gedoetje. Maar gezond. En dat staat voorop. Kom je toch nog als eerste aan. Over de finish, niet in kilo’s. Leuke beschrijving en alle indrukken prima verwerkt.

    Esther Suzanna · 9 september 2016 op 12:45

    Dat gedoe met Runkeeper is meer een egodingetje natuurlijk. Haha, kijk mij eens sportief zijn! Ondertussen….hijg

NicoleS · 8 september 2016 op 06:55

Lekker wandelen. Heerlijk en net zo gezond!?

    Esther Suzanna · 9 september 2016 op 12:46

    Exact! Ik denk dat ik het op wandelen én zwemmen houd. Ik wordt er te oud voor…en ik krijg er ook klapkuiten van! 🙂

van Gellekom · 8 september 2016 op 14:55

Beter dan op een barkruk zitten 😀

    Esther Suzanna · 9 september 2016 op 12:46

    Is dat zo? Is ook errug leuk. Kan je trouwens ook oefeningen op doen..haha
    Handlift en nek achterover buigen..

Antonia · 8 september 2016 op 19:03

Ik bewonder je strijd, ik heb best wel een hekel aan rennen, ik wandel liever. Deze column vraagt om een vervolg, want als lezer hoop ik, dat de verteller uiteindelijk zal transformeren in een van die marathonlopers met zo’n lekker arrogante blik 😉

    Esther Suzanna · 9 september 2016 op 12:48

    Het wordt um denk ik niet. De lust bekruipt me nog steeds, maar vergaat na de ‘run’ snel. Ik kan gewoon al die gedachten, beelden, geuren en geluiden niet uitschakelen. In het water wel. Dan wordt ik maar marathonzwemmer… 🙂

Bruun · 9 september 2016 op 10:21

Boeiende verslaggeving. Je oog voor detail maakt het een heel fijn stuk om te lezen. Ik zou BIJNA zelf de stoute hardloopschoenen aantrekken…

Geef een reactie

Avatar plaatshouder