“Waar was u, in de nacht van vrijdag op zaterdag?” Zo vaak al, hoorde ik deze zin in spannende detectiveseries. Nooit gedacht dat het ooit eens aan mij gevraagd zou worden. Ik had niet eens een geloofwaardig antwoord voorbereid. “Ik lag op bed, was ziek.”
“Aha, wat had u dan?” Te lang moet ik nadenken. “U was toch ziek, mevrouw?” Shit, het valt op, ik moet iets zeggen. Iets! “Gewoon, ik had hoofdpijn.” Twee mannen, op dit moment lijken ze wel twee keer zo groot als ik, kijken me ongeloofwaardig aan. “Is er iemand die dat kan bevestigen?” Ik wilde opmerken dat ik natuurlijk geen mensen uitnodig als ik met hoofdpijn op bed lig, maar liet dit uiteindelijk achterwege. Het zag er niet goed voor me uit.
“Nee” mompelde ik uiteindelijk.

Ik werd naar de cel gebracht. Het viel me mee, in vergelijking met wat ik op de televisie had gezien zag dit er nog redelijk uit. Een televisie, die het overigens niet bleek te doen, een bureau met prikbord (“Kunt u alvast foto’s opprikken om te wennen”), een schoon bed en toilet. Ik miste mijn eigen huis nu al. Morgen werd ik weer vrijgelaten, bedacht ik hoopvol.

“U hebt geen geloofwaardig alibi opgegeven mevrouw. Uw buurvrouw zag u naar uw auto lopen, vrijdagnacht. Kunt u dit verklaren?”
Grr… mijn buurvrouw, dat kreng. Hoe vaak heb ik niet op haar huisdieren gepast. Hoe vaak heb ik haar niet geholpen met het huishouden, omdat ouderdom nu eenmaal met gebreken komt. Is dit haar dank? “Zij heeft mij dan waarschijnlijk voor iemand anders aangezien. Haar geheugen is ook niet al te best meer, weet u.” Er kwam een frons op het voorhoofd van de man die naar mijn idee het oudste van de twee was, en de leiding over het verhoor op zich had genomen. “U zegt dat uw buurvrouw liegt?” “Ik zeg dat zij zich vergist heeft. Een menselijke vergissing. Ik lag vrijdag en zaterdag op bed.”

Ik werd weer naar mijn cel gebracht. Er werd me verteld dat er DNA is aangetroffen op het lijk. Waarschijnlijk werd ik binnenkort voorgoed opgesloten. Mijn advocaat, een schat van een man, vertelde me dat ik weinig kans maakte. “Wanhopige, in de steek gelaten exen hebben vaker eenzelfde misdrijf gepleegd.” Wist hij me te vertellen. Dat deed pijn. Wanhopig was ik niet. Het enige wat ik wilde was rechtvaardiging. Alle pijn die hij mij heeft bezorgd, wilde ik hem teruggeven. Met succes! “Als je dat vertelt, krijg je hooguit eerst een psychiatrisch onderzoek voordat ze je opsluiten.” Zoals ik al zei, een schat van een man, die advocaat van mij. “De liefde van uw leven heeft u zeker nooit verlaten voor uw bloedeigen zus?” snauwde ik hem nog toe. Het maakte weinig indruk.

Een paar weken cel verder, kwam de rechtszaak. “12 Jaar met dwangverpleging en TBS.” hoorde ik de rechter uitspreken. 12 Jaar maar? Goh, dat valt nog mee. De verzilverde blik staat nog steeds op mijn netvlies. Die blik had ik voor geen goud willen missen, al zou ik de rest van mijn leven achter tralies door moeten brengen. De verzilverde blik, maakt alle pijn goed. Mijn advocaat keek bedroefd en mompelde een ‘sorry’. Ik kon niet verdrietig zijn. Ik voelde geen pijn. Alleen al de herinnering aan zijn verzilverde blik bracht een glimlach op mijn gezicht.


9 reacties

Wright · 13 juni 2005 op 08:39

[quote] “De liefde van uw leven heeft u zeker nooit verlaten voor uw bloedeigen zus?” snauwde ik hem nog toe. Het maakte weinig indruk.[/quote]
Broer had wellicht meer indruk gemaakt? 😉
Je haalt verleden en tegenwoordige tijd een beetje door elkaar.
Het had van mij wel wat minder lijdzaam mogen zijn, deze ontknoping. Meer haat en woede hadden het verhaal wellicht spannender gemaakt.
Maar toch leuk en met potentie geschreven, Chantal.

bert · 13 juni 2005 op 08:39

[quote]Mijn advocaat keek bedroefd en mompelde een ‘sorry’. Ik kon niet verdrietig zijn. Ik voelde geen pijn. Alleen al de herinnering aan zijn verzilverde blik bracht een glimlach op mijn gezicht.[/quote]

Je bedoelt neem ik aan nog steeds de blik van het slachtoffer ten tijde van de moord!

Schrijf je nu van uit de vrouwengevangenis?

WritersBlocq · 13 juni 2005 op 10:51

Zo hee, ik zie hoeveel haat er in een mens kan schuilen. Haat is allesverterend, maar geeft ook energie en rust, snap ik dat goed? Je hebt het goed verwoord, hoewel de tegenwoordige en verleden tijd hier en daar een beetje rammelen. Groetje, Pauline.

champagne · 13 juni 2005 op 11:57

[quote]12 Jaar met dwangverpleging en TBS.” hoorde ik de rechter uitspreken. 12 Jaar maar? Goh, dat valt nog mee.[/quote]

Dat valt in de praktijk niet mee….kan heel veel meer dan die 12 jaar worden!

Verder wel orgineel, de kritische opmerkingen van de twee andere dames zijn ook de mijne…

Mosje · 13 juni 2005 op 12:29

Vond je eerste deel veel sterker moet ik zeggen.
Ik begin me af te vragen waar je heen wilt. Is het een vervolgverhaal? Zijn het losse scene’s uit een totaal?
En heeft het zin kritiek te spuien, of zijn de overige delen al klaar en ingestuurd?

Troy · 13 juni 2005 op 16:37

Ik ben het met de kritiek eens en toch vind ik de zinnen een stuk beter lopen dan in het eerste deel.

Grt Troy

Chantal · 13 juni 2005 op 18:57

Hoi allemaal! Dit was het laatste deel hoor 🙂 Dus het heeft zeker zin om kritiek te spuien, Mosje, graag zelfs. De tijden door elkaar halen doe ik vaker, maar ik heb het zelf niet door. 🙁 Heel vervelend, maar goed dat jullie me er op wijzen. 😀 Hebben jullie misschien tips om het te voorkomen??

Troy · 13 juni 2005 op 19:22

Misschien is het handig om de schrijfwijzer te kopen, geschreven door Jan Renkema. Hier staat zo’n beetje alles in waar je ook maar enigszins over kunt twijfelen. Dit wil niet zeggen dat je voortaan foutloos schrijft, maar het is in ieder geval een handige leidraad. Het isbn nummer is: 90 12 09023 7. Het boek kost 30 euro en het is het geld zeker waard.

Grt Troy

KawaSutra · 13 juni 2005 op 20:26

[quote]Hebben jullie misschien tips om het te voorkomen??[/quote]
Eerst 20 keer doorlezen voor je wat instuurt en dan maar hopen dat je alles gezien hebt.
De tijden wisselen vaak per alinea. Lees stuk voor stuk de eerste zin uit een alinea. Je zult zien dat dan de sprongen in tijd veel meer opvallen.

Deel 1 was spannender, deel 2 realistischer. Want ik geloof inderdaad dat er veel moordenaars rond lopen, of liever vast zitten, die op deze wijze op hun daad terug kijken.

Geef een antwoord