Mijn hoofd en hart is steeds voller van jou, maar in plaats van mij te benauwen schept dat steeds meer lucht en ruimte. Lief en mooi vind ik je vanaf het allerprilste begin, maar de chaos van twijfel en onzekerheid stond mijn grote genieten soms wreed in de weg. Jij had al zo’n rijk en gevuld leven achter de rug, – hoe kon je voor mij vallen? Ik, levend in de dagelijkse sleur van werken en een kernachtig sociaal leven, in afzondering, zonder zicht op spannende avonturen of prikkelende uitdagingen. Die gevoelens konden me somber stemmen, me lam slaan, maar altijd pas als jij er niet was om mijn gezichtsuitdrukkingen te peilen; want waarom een somber gezicht trekken in de aanwezigheid van degene die je van liefde vervult, gul met licht strooit op regenachtige dagen?

Steeds zekerder sta ik in mijn vrijersschoenen. Zelfs met de veters los ben ik niet langer bang ze te verliezen. En met die ruststelling ontspan ik, zodat ik mij nog eerlijker en oprechter aan je durf te tonen. Er is nog zoveel meer mij, nu mijn banger ik tot het verleden behoort. Mijn van jou vervulde hoofd en hart heeft eindelijk het lef om weer te verlangen naar nieuwe avonturen en meeslepende uitdagingen. Steeds minder ben ik bezig met consolideren, met het veiligstellen van wat ik denk verworven te hebben. Steeds vaker durf ik onvoorwaardelijk te genieten van het moment, met vertrouwen in de toekomst, al smeed ik daar geen concrete plannen voor.

Voorbij het midden van mijn leven plan ik niets meer. Jong en met een uitgestrekte toekomst voor mij deed ik dat al niet; nu lijkt me dat een nog nuttelozer oefening. Het enige wat mij duidelijk voor ogen staat, is dat ik het laatste traject op weg naar mijn eindbestemming graag met jou wil afleggen. Bewuster, avontuurlijker, zorgzamer en uitdagender dan ik ooit was. De mooiste en rijkste helft van mijn leven wil ik graag met jou beleven. Het lijken de woorden van een ouderling, maar mijn hoofd, hart en lendenen kloppen warm en tomeloos als die van een 18 jarige. Meer dan ooit wil ik samen met jou uit het leven halen wat er in zit. Geen tijd meer verspillen aan kniesoren, maar al onze tijd benutten om onze dromen na te jagen.

Om gelijk te kunnen optrekken moeten we natuurlijk wel kennis hebben van elkaars behoeften, wensen en verlangens. Daarom moeten wij praten en afstemmen. Het peilen van elkaars gevoelens en gedachten met enkel aandachtige blikken ligt in onze aard, maar is uiteindelijk niet afdoende. Wij denken te zien en weten, maar er zijn zoveel diepere lagen die specifieke vragen en antwoorden nodig hebben om werkelijk aan de oppervlakte te komen. En alleen als wij ze specifiek kenbaar maken en daarover kunnen praten leren we elkaar echt kennen en liefhebben. Niet direct gemakkelijk, maar uiteindelijk zal het ons meer opleveren dan de energie die wij er in steken.

Categorieën: Liefde

4 reacties

Avatar

arta · 13 juli 2007 op 13:14

Mooi geschreven overpeinzing!
🙂
*edit* leuke titel, trouwens!

Avatar

Quinn · 13 juli 2007 op 16:44

Mooie woorden; gelukkig las ik verder na de eerste zin die zo’n beetje de enige is die niet loopt/klopt.

Avatar

Dees · 15 juli 2007 op 10:29

@quinn, tenzij hoofd en hart een zijn natuurlijk 😉

Ik kan me je vorige stukje nog goed herinneren. Er is hemel na de hemel (voor sommigen). Mooi geschreven.

Avatar

Rapana · 17 juli 2007 op 14:07

Dank voor jullie reacties!

Mijn ziel huist in hoofd en hart, niet beurtelings, maar tegelijkertijd,- en daar heb ik er maar eentje van. Daar kan de grammatica natuurlijk geen rekening mee houden, anders blijft zij bezig. Daar hebben wij in de Hemel alle begrip voor…

Geef een antwoord