Er was eens een Flierefluiter met grote oren en een grote neus die er graag de kantjes vanaf liep. Zijn naam was Zjeck. Op een dag was hij weer eens onderweg naar nergens toen hij werd ingehaald door een Tierelier met steunkousen. Als ik toch eens kon rennen als een Tierelier, wat zou ik dan gelukkig zijn, dacht de Flierefluiter.

Tegen de avond brak er een hevig onweer los in het grote sprookjesbos en Zjeck zocht een plek om te overnachten. Gelukkig, daar zag hij een oude kasteelruïne. Hier bouw ik mijn nestje voor de nacht, peinsde hij en zo gedacht zo gedaan. Het zag er spookachtig en eng uit in de ruïne maar daar stoorde onze held zich niet aan. Vleermuizen en ratten hielden hem gezelschap. Zjeck floot zijn lied en viel in slaap.

Diep in de nacht werd hij wakker van een vreemd geluid. Dankzij zijn grote oren kon hij een Prullaria al op een kilometer afstand aan horen komen, maar het was een wagen met het model van een Oude Schicht die de binnenplaats van de ruïne kwam opgereden. Vier Zuurpruimen stapten uit en Zjeck zag dat ze ook nog een geblinddoekt meisje bij zich hadden met een kroontje op haar hoofd. Twee Zuurpruimen spraken met elkaar en Zjeck kon ze letterlijk verstaan. “Morgen krijgt de koning onze brief en dan piept hij wel anders, die arrogante Knurft”, zei de ene Pruim. “Hij zal over de brug moeten komen, anders ziet hij zijn dochter nooit meer terug”, hoorde hij de ander zeggen. Het meisje werd opgesloten. Twee Zuurpruimen verkenden de directe omgeving en reden weer weg met de Oude Schicht.

Zjeck wachtte tot de twee achtergebleven bandieten sliepen en sloop naar de kerker waar het prinsesje zat opgesloten. Toen Zjeck naast haar stond werd ze wakker en ze vroeg: ”Dag mijnheer, wanneer mag ik weer naar huis?“ “Sssst “ zei Zjeck. “Als je heel stil bent mag je met mij mee, beloof je dat?” Het prinsesje knikte en hand in hand liepen de twee over de binnenplaats naar de ophaalbrug. Zjeck tilde de prinses op, zette haar in zijn nek en het meisje vroeg: “Wooow mijnheer kunt u hard lopen?” “Als het moet loop ik als een Tierelier”, trachtte Zjeck de prinses gerust te stellen. “Maar je moet wel stil blijven zitten.” Zjeck liep de brug over.  Vlug keek hij nog een keer over zijn schouder en zag in een lichtschijnsel het afgetekende silhouet van een ontwaakte ontvoerder. Meteen daarop kwam aan de andere kant van de brug de Oude Schicht aangereden, terug van weggeweest. “Ai, dat was niet afgesproken”, zuchtte Zjeck. Hij deed alsof hij van de prins geen kwaad wist en zette het meteen op een rennen, de Oude Schicht met daarin twee verbaasde Zuurpruimen passerend. “Wat moet hij hier?” vroeg de ene Pruim. “Weet ik veel, ginds komt de Baas. Misschien weet hij er meer van”, reageerde de ander. “Wie is die Halvegare”, riep hij naar zijn Baas. “Doet er niet toe”, schreeuwde deze over de binnenplaats. “Hij heeft de prinses ontvoerd. Rap erachteraan, stelletje Druiloren. Subiet! Wij volgen wel.” De chauffeur liet de Schicht op twee wielen rond zijn as draaien en de achtervolging werd ingezet.

Het onweerde volop en de bliksem verlichtte het nachtelijk bos. De schaduwen van het opgejaagde stel en de achtervolgers in hun Schicht tekenden zich af tegen een decor van akelig grillig gevormde bomen. De prinses keek achterom. “Mijnheer, ze halen ons in.” “Geen paniek we raken ze wel kwijt”, snoof Zjeck. Hij rende wat hij kon, maar de Oude Schicht liep op hen in. Plotseling raakte een wiel van de wagen een uitstekende boomwortel. De chauffeur verloor de macht over het stuur en het voertuig botste tegen een boom. De twee Zuurpruimen rolden uit de wagen en hadden het nakijken. Maar daar kwamen de twee achtergebleven Zuurpruimen al aangerend. De Baas van het stel  stapte snel in de Schicht, reed deze een stukje achteruit, liet zijn kompaan instappen en gaf gas. Zjeck en de prinses waren echter in geen velden of wegen meer te bekennen.

Bij een boerderij aangekomen klopte Zjeck aan, en een oude boer liet de twee binnen. Ze vertelden hem wat er aan de hand was en de boer verstopte de twee vluchtelingen op de hooizolder. Met een: “Vrouw, ren naar het dorp en waarschuw de Baljuw” stuurde hij de boerin op pad. Net op tijd want daar kwamen de twee achtervolgers de boerderij binnengestormd. De Baas had het kroontje van de prinses in de hand. “Waar zijn ze?” schreeuwde hij tegen de boer, die nog protesteerde maar zonder pardon werd neergeschoten. De boerderij werd doorzocht en helaas, Zjeck en de prinses vielen op de hooizolder door de spreekwoordelijke mand. “Dat krijg je als je die grote neus overal insteekt“ zei de Baas tegen Zjeck maar op het moment dat hij hem wilde neerschieten klonk er een oorverdovende knal. De Pruim zakte getroffen op de vloer. Daar stond de gewonde boer met een oude voorlader in zijn handen maar niet lang, want hij werd door de tweede boef andermaal omgelegd. Nu zag Zjeck echter zijn kans schoon om de overgebleven Schavuit te overmeesteren.

Ondertussen had de boerin het dorp bereikt en de Baljuw was zo snel als hij kon naar het plaats delict gekomen. De boeven werden geketend afgevoerd door de Baljuw en Zjeck en de prinses naar het paleis van de Koning gebracht.

Daar kwam zijne Majesteit al aan en Zjeck merkte dat deze, ondanks dat hij zijn steunkousen aanhad, toch een beetje raar liep. De prinses rende opgelucht naar vaders toe maar zodra zij Zjeck wilde voorstellen draaide de Koning zich om. “Juist ja”, zei hij nog en met zijn neus in de wind deed hij alsof Zjeck lucht voor hem was. Het gezelschap liep naar binnen en het prinsesje wierp Zjeck nog een kushandje toe. Zjeck krabde zich op de neus, dacht; “Wat een Joker” en toen zag hij het: de koning liep naast zijn schoenen.

Eerder verschenen als sprookje in RWIB d.d. 13-05-2014

Categorieën: FictieVerhalen

Thomas Splinter

Verhalen zijn splinters uit mijn onderbewustzijn.

6 reacties

Frans · 8 oktober 2014 op 20:56

Grappig en verrassend sprookje

Nachtzuster · 8 oktober 2014 op 23:31

Groot gelijk dat je deze onder je eigen naam geplaatst wilt hebben. Mooi sprookje!

Mien · 9 oktober 2014 op 07:53

Ik ben in slaap gevallen nog voor het einde … Goed teken.
Het sprookje werkt aldus … Ook onder je eigen naam. 😉

Ferrara · 9 oktober 2014 op 15:59

‘Flierefluiter op herhaling’, dacht ik toen ik de titel las.
Wist niet dat deze van jou was. Had de uitslag gemist.

Thomas Splinter · 9 oktober 2014 op 17:11

Bedankt voor jullie reacties op deze ‘Flierefluiter op herhaling’, en Mien: Welterusten.

Geef een antwoord