We hebben afgelopen Dinsdag nogal wat lol gehad in de “diversity” klas die ik doceer. De opdracht voor de dag was het lezen en bekommentarieren van “De Leefstijl der Nacirema,” een epistel geschreven door een antropoloog waarvan de naam er volgens mij niet zoveel toe doet hier (U kunt hem online vinden als u er echt op staat). Zelf kreeg ik dat stuk voor het eerst onder ogen toen ik mijn klasvoorbereiding deed, en ik moet u zeggen dat ik bij het lezen over de leefgewoonten van deze groep mensen bijna over mijn nek ging.

Jaja, degenen onder u die dit stuk al eerder gelezen hebben beginnen misschien nu al te giechelen erom, maar ik had geen hoogte van de diepere gedachte die erachter zat. De auteur gaf een levendige uiteenzetting over een volk waarvan de leefpatronen niet zo lang geleden voor het eerst aan een kritisch onderzoek werden onderworpen. En nu ik eraan denk: misschien was dat het wat me er in eerste instantie in liet trappen.

Hoe dan ook, de Nacirema schijnt dus een volkje te zijn dat geobsedeerd is door uiterlijk schoon. Deze mensen schijnen het menselijk lichaam in beginsel lelijk en afstotelijk te vinden, waardoor ze er dan ook alles aan doen om deze tempel waarin hun ziel huist zorgvuldig te bedekken.

De auteur wijdde uitvoerig uit over een soort kist die deze mensen in hun huizen houden, waaromheen in feite alles draait. Ze vullen die kist met allerlei magische middelen, en houden vast aan deze magische toestanden lang nadat ze hun dienst hebben bewezen. Misschien om herhaling van de ziekte te voorkomen of zo. De schrijver besprak ook de medicijnman in deze gemeenschap, die in een geheime taal zijn magisch advies neerpent, waarna de zieke zich moet melden bij een natuurkenner, die de geheime taal kan ontcijferen, voor de magische kruiden.

Ook had hij het over de obssessie die er onder de Nacirema schijnt te heersen voor de mond; zodanig zelfs dat ze elke dag een ritueel uitvoeren in een klein hokje, waarbij ze hun monden vullen met vreemde draden die ze in een bepaald ritme wentelden in hun spraakgat, daarbij poeders en olien inbrengend.

De auteur vond de Nacirema een nogal sadistisch en masochistisch volkje, omdat ze, naast hun dagelijks mond rituaal, ook nog regelmatig de mondmeester bezoeken, die met de pijnlijkste en meest obscure gereedschappen, en met een grijns van baldadige wellust, gaten boort in tanden waar er voorheen geen waren! Hij scheen niet te begrijpen waarom de mensen toch steeds weer terug gaan naar deze overduidelijke sadist, die hen steeds zoveel pijn doet en hen zo’n enorme angst inboezemt!

Na heel wat verdere kwalijkheden en walgelijke beschrijvingen kwam het vragen gedeelte voor dit epistel, en stelde de auteur de vraag: wat de lezer nou dacht van de Amerikaanse kultuur. Eerst dacht ik nog, hij bedoelt: een déél van de Amerikaanse kultuur, natuurlijk. Maar plotseling ging dat lichtje branden. Potverdomme, dat was laat! En wat voelde ik me stom! Nacirema, omgekeerd, is natuurlijk “American.” De schrijver besprak vanuit een buitenstaander’s perspektief doodgewoon de “normale” westerse kultuur. Ja, westers, want in Europa en vele andere werelddelen is dit natuurlijk ook allemaal deel van het normale leven: het medicijnkastje, de dokter, de apotheker, en de tandarts.

Het allerleukste van dit artikel was, dat mijn studenten het eerst ook niet doorhadden, totdat ik hen vroeg het woord achterwaarts te spellen. Maar daarvoor had ik hen al gevraagd wat HUN opinie was over deze Nacirema groep, en woorden als “barbaars,” “achterlijk,” “wildemannen,” “gestoord,” “ziekelijk” en “triest” stonden toen allemaal al op het bord: door henzelf aan mij gedicteerd.

Het was verfrissend, en ik denk dat dit artikeltje inderdaad de jongelingen aan het denken heeft gezet. We hebben er achteraf hard om gelachen. Is dat niet het beste: lachen om jezelf?


7 reacties

Dees · 18 september 2004 op 11:22

Hey Joan,

Petje af hoor, na die hele lading kritiek die je over je heen hebt gekregen, toch doorgaan met een andere toonzetting. Geinig, dat stukje antropologie over de nog lang niet uitgestorven Nacirema. En dat lachen, was dat nou ook een beetje als een redneck with a toothache? 😀

Grtz,

Dees

Mosje · 18 september 2004 op 11:33

Als lid van de stam der rednalloh’s kan ik je melden dat ik je verhaal zeer waardeer.
😛

vanlidt · 18 september 2004 op 11:56

💡 (Deze icoon moet een epiphany voorstellen)En ik aanvankelijk maar denken dat het om een of andere Indianenstam ging… . Er interessant stuk. Filosofisch ook erg waardevol: een parallax-view aannemen t.o.v. een bepaalde (je eigen) cultuur; Een zeer waardevol vermogen, zeker in deze door manipulerende media geregeerde beschaving, en een absolute vereiste voor het echte onafhankelijke denken. Snijdt dit hout of ben ik onzin aan het kletsen?

Raindog · 18 september 2004 op 12:02

Ha Joan, als ik zo vrij mag zijn: eindelijk een lekker stukje van je! Ik denk er sterk over om het epistel eens op te zoeken. Erg leuk thema. En de hoofdletter D in Dinsdag is ‘very cute’.

😉

sally · 18 september 2004 op 23:20

Na de ontknoping nog eens over gelezen.
Heel erg mooi,grappig en confronterend.
Lachen om ons zelf.
Heel erg nuttig af en toe.
groeten Sally

rrobin · 19 september 2004 op 15:43

[quote]Is dat niet het beste: lachen om jezelf?[/quote]
Daarom heb ik een spiegel op mijn badkamer hangen 😀

Hmz, die les had ik wel aan willen meedoen 🙂

ignatius · 19 september 2004 op 18:26

Hele leuke column 😛

Niet Westerse Sociologie kan vaak uitermate verhelderend én confronterend zijn.

Geef een antwoord