Ik ben nooit goed geweest met huisdieren. Op mijn twaalfde kocht ik een tweetal vissen voor mezelf, die na enkele weken onvindbaar waren door een dikke laag slijm tegen de wanden van het aquarium. Toen bleek dat ze twintig jaar konden worden heeft mijn vader ze uitgezet in de dichtstbijzijnde parkvijver. Hij kon het leed niet langer aanzien. Overtuigd dat deze vissencatastrofe veroorzaakt werd door een te lage aaibaarheidsfactor beproefde ik een tijdje later mijn geluk met een hamster. Helaas deed Knabbeltje zijn naam eer aan en vrat hij zijn stalen kooi aan stukken, bij voorkeur ’s nachts. Ook deze troetel overleed vroegtijdig, vermoedelijk door gebrek aan liefde. Mijn zusje en ik durfden hem namelijk al vrij snel alleen met motorhandschoenen op te pakken, wat de mens-dierrelatie dramatisch verslechterde.

Het tij leek het afgelopen jaar te keren. Mijn verhuizing naar een Delftse studentenkamer bracht me behalve 40 m2 oppervlak ook een kat. Dit beest leek me wonderwel gunstig gezind te zijn. Ik hoefde maar naar haar te kijken en ze begon te spinnen. Een aai over haar bol leverde een orgastisch gekreun op. Dit was dierenliefde op mijn niveau. Behalve wat water en brokjes was er niets te onderhouden aan het beest. Dacht ik. Tot de bazin van de kat, mijn hospita, voor een maand naar Amerika vertrok.

Al de eerste dag was het raak. Ik strompelde slaapdronken de trap af, op weg naar een smaakvol ontbijt. Op de derde tree zag ik een harig bolletje liggen. Nog wat wazig wilde ik het oppakken. Net op tijd zag ik dat het een afgeropt muizenkopje betrof, de ogen wijd opengesperd, allerhande ingewanden nonchalant eromheen gedrapeerd. Mijn eetlust was verdwenen.

Om te voorkomen dat de kat nog een keer zelf op jacht zou gaan gaf ik haar in plaats van droge korrels een portie blikvoer. Dankbaar vrat de kat het op. Iets te haastig, want de volgende dag vond ik de resten van het maal voor de deur van mijn dierenvrezende huisgenoot. Ik mocht, wederom op lege maag, de schade herstellen. Het begon zowaar te wennen. Poes moest iets nieuws bedenken.

Om half vier ’s nachts, terwijl mijn vriend en ik vredig lagen te slapen, werd ik wakker van gerammel aan mijn deur. Geschrokken pakte ik wat slagmateriaal om de inbreker de hersenpan mee in te slaan. Op het moment dat ik mijn deur opendeed, schoot de kat mijn kamer in, gooide een vaas met verjaardagsbloemen over de werktas van mijn vriend en spurtte naar beneden om ons vanaf een veilige plek de rest van de nacht te voorzien van kattengejammer.

Ik ben nooit goed geweest met dieren.. Toch denk dat ik een hond wil, als ik later oud en burgerlijk ben. Je bent immers nooit te oud om te leren.

Categorieën: Diversen

6 reacties

Mosje · 25 januari 2006 op 11:38

[quote]Toch denk dat ik een hond wil,[/quote]Bij deze bied ik mezelf aan. Mijn aaibaarheidsfactor is hoog, en een streel over mijn bol heeft het door jou genoemde gekreun tot gevolg.
😛

Shitonya · 25 januari 2006 op 13:29

Ik denk eerder dat al die huisdieren van jou en jijzelf moeten leren. Maar aangezien dieren dat nauwelijks kunnen en jij in slow motion kennelijk, betwijfel ik over het volgende huisdier het zal overleven.
Wel aardig geschreven, dat moet ik wel bekennen.

Mup · 25 januari 2006 op 18:55

Dan wordt het toch maar beter weer kickboksen, als ik het zo lees:-)

Groet Mup.

Li · 25 januari 2006 op 21:35

Tja, de kater komt altijd later…:-D

Li

melady · 26 januari 2006 op 23:07

Bij je eerste column kreeg je veel reakties en ik vind het een betje sneu dat je er nu maar vier hebt. Bij deze dus nu vijf. Over je column:

De vierde alinea vind ik erg leuk. Ik heb zelf 6 katten dus het fenomeen ‘afgeropt kopje’:-D van één of ander dier ken ik. Alsook: mollen, ratten, vogels in alle soorten en verminkte maten behoren tot deze categorie.
Ook mussen.
Je bent geen grijze mus met je schrijfsel.

Kijk uit naar je volgende.

Troy · 27 januari 2006 op 01:15

Je hebt een leuke schrijfstijl!

Ben benieuwd naar je volgende.

Geef een antwoord