Het was een openbaring voor me. Drie uur lang was ik genoodzaakt mijn mond te houden en te luisteren. Toen ik buiten stond, kon ik weer vrijuit spreken. En de eerste woorden die mijn hersens manifesteerden waren: Jezus Christus. “Jezus Christus. Jezus… Jezus. Jezushh. Je-Zus-Chris-tus, wat een freakshow. Jezus Christus, precies de goede uitdrukking. Wat een sukkels. Dom en lelijk, dat zijn ze. Allemaal. Godverdomme, wat deed ik daar.” Stel je hierbij voor dat ik op een te kleine fiets zat, scheef doordat de vering van het zadel aan een zijde afgebroken is, een beetje ongemakkelijk heen en weer schuivend met mijn kont omdat de druppels die al op mijn zadel lagen tot op mij de huid van mijn bil doordrong, en ik reed rechtstreeks op een donkere herfstwolk af. Zeik nat na nog geen halve minuut, waardoor schuilen ook geen zin meer had. Ik wilde koffie, veel te hete koffie waar ik mijn tong aan kon verbranden, godvuldomme.

De reden dat ik vanochtend in de kerk zat, was omdat ik een boekenkast wil. Nu is het nog een plank, maar door er steeds meer boeken aan toe te voegen, hoop ik het ooit eens een kast te mogen noemen. Links, valkbij de rand, staat een bijbel waar een olifant tegenaan lijkt te leunen. Het is een vertaling in omgangstaal welke ik kreeg toen ik mijn basisschool verliet.
Daarnaast staat een kartonnen hoes, daarin hoort een tweede bijbel. Deze kwam ik ooit eens tegen in een vijf-euro-bak, werd niet verkocht en dusdanig afgeprijsd totdat een gek dat ervoor wilde betalen. Hij ligt nu op mijn bureau, omdat ik er voor een andere column uit wilde citeren. De halve opgerookte onjel van gisternacht ligt nog in de naad, een half gevuld flesje bier ernaast en een even zo half geschreven verhaal op mijn computerscherm.
Naast de lege hoes staat een koran. Op de kast staat wel ‘de’, maar zo schijn je het niet te mogen noemen. Het is namelijk een vertaling en volgens de goedgelovige moslims, mag je dat geen koran noemen. Het is een moeilijk boek. Ik heb er nog nooit echt in gelezen, dat is wel het plan, maar vooralsnog staat deze er als naslagwerk.
Naast de [i]een koran[/i] bevond zich het gebied in welke richting mijn intellect zich uit zou kunnen breiden, toevalligerwijs wijzend naar het oosten. Ik noem het mijn [i]Lezensraum im Osten[/i].

Het boek dat ik daar nu neer kan zetten is Het boek van Mormon. Je weet wel, van de Mormonen, die fanatieke christenen uit Salt Lake County, Utah in de Verenigde Staten van Amerika. Zij hebben dus een eigen boek. Tijdens de kerkdienst bleek dat ze nog meer boeken hadden, hoe kan je het jezelf moeilijk maken.
Om het boek te kunnen houden moest ik de conversatie aan gaan met twee ouderlingen, wat een rare naam is, want het zijn jongens die niet veel ouder leken dan ik, of zelfs jonger. Nog aparter wordt het omdat ze Amerikaans zijn. Zij komen hier voor twee jaar om ons te bekeren. De een is er net een maand, de ander reeds tien. Ik hoorde hun verhaal aan, wat overigens nauwelijks afwijkt van de standaard christen (dus ik kende het al – ene oor in, enzo) en toen kreeg ik hun boek.
Misschien had ik het beter kunnen kopen, want dan was het slechts een ruil. Nu lijk ik niet meer van ze af te komen. Om de havenklap bellen ze me op omdat ze langs willen komen en ze hadden me al zover dat ik vanochtend bij hen in de dienst zat – pro-sociaal gedrag, godverdomme. Het was de moeite niet waard. Te weinig geslapen, te veel gedronken en te quila.

Broeders en zusters vertelden saaie dan wel conservatieve verhalen en zongen oubollige, suffe liederen uit oude, muffe boeken. Alle volwassenen staarden voor zich uit, luisterden of deden alsof en waren stil. Die stilte werd af en toe doorbroken door een salvo huilebalkerij van iets wat net geen baby meer was. De kinderen wisselden elkaar af met oneerbiedige stemverheffingen. Tijdens een gebed of preek, het maakten ze niets uit. En dat vond ik mooi.
Kinderen zijn niet beïnvloed door al het verneukeratieve van de wereld. Ze doen niet wat hoort of wat goed is, ze doen wat ze willen. Vragen om eten of trekken aan haren van hun zusje, op de meest onlogische momenten. En de baby’s die beginnen gewoon met huilen, zonder daarbij na te denken dat het niet kan, mag of hoort.
De dikke man achter de microfoon probeerde duidelijk te maken wat de waarheid zou zijn en een ieder die niet zo denkt Satan in zich heeft. De baby kotst over het tapijt.

Mijn openbaring is niet Jezus Christus of Mormon, ik ben het met de baby eens. Het doet er niet toe of god al dan niet bestaat, als je maag te veel in zich bergt dan moet je het eruit gooien. Het doet er niet toe dat bijna alle christenen dom, lomp en/of lelijk zijn. Als je maag te veel in zich bergt, moet het eruit.

[i]Cor Jan van Zwol[/i]


7 reacties

Avatar

Mug · 16 november 2007 op 22:50

Na een hele tijd niet meer op CX te zijn geweest door gebrek aan motivatie en inspiratie las ik je column en heb weer wat motivatie gevonden, je bent hard vooruit gegaan! Wel wat schoonheidsfoutjes…neem aan dat ‘kast’ in de derde alinea ‘kaft’ moet zijn, havenklap: haverklap en tequila schrijf je aan elkaar dacht ik…maar ik mag daar niet over zeuren aangezien ik nu eerst deze reactie grondig op fouten moet gaan controleren 🙂

Avatar

CJvZ · 17 november 2007 op 09:56

(kast, moet idd kast zijn en haverklap weet ik eigenlijk niet, zal het even checken. Maar niet alles dat fout lijkt, is fout en met opzet geschreven zoals het geschreven is. Beetje poezie, voor ritme en vorm van de zin. maar snap dat het fout lijkt.)Normaal laat ik de reactie over typefouten voor wat ze zijn, maar ik wilde deze toch even herstelt hebben, want ik vind hem zelf wel leuk 😀

Avatar

geertsjohn · 17 november 2007 op 11:36

Leuke colum.
[quote]kast, moet idd kast zijn[/quote]
Dat is natuurlijke erg slordig, in een uitleg gewoon weer dezelfde fout maken.

Verder mooi geschreven!

Avatar

arta · 17 november 2007 op 14:52

Erg boeiend om te lezen!
Die te quila vond ik eigenlijk geniaal gevonden! 🙂
Ook in mijn stad wordt ik regelmatig aangesproken door deze Engelstalige Mormonen. Ik herken ze op de één of andere manier aan hun tassen. Waar bij straatverkopers stug de andere kant op kijken helpt, lijken zij daar juist door te worden aangetrokken… 😀

Avatar

Dees · 17 november 2007 op 16:06

Loving it, dat associatieve geschrijf van je.

En ik vind je aandoenlijk omdat je toch naar zo’n dienst gaat dan (sorry, can’t help it).

Avatar

Grumpy-old · 18 november 2007 op 12:14

Waanzinnig grappig . Die te quila vind ik een meesterlijke woordspeling.

Ik durf het haast niet te vragen, maar wat is in jezusnaam een “onjel”, en waarom ligt die in je naad? [quote]De halve opgerookte onjel van gisternacht ligt nog in de naad[/quote]

😆

Greetz
Grumpy old man

Avatar

CJvZ · 18 november 2007 op 21:33

Nou Grumpy-old, dan voor een keer een klein kijkje in een stukje van mijn inspiratie. Het beeld bij de beeldspraak:

–EDIT–
de link naar de foto die hier stond werkt niet meer. Deze heb ik dus ook maar verwijderd.

Dus maar even in woorden. En onjel is een joint.

Geef een antwoord