Ik kan me voorstellen dat in deze tijd mensen toch anders naar hun huis gaan kijken. Tenslotte zijn we veel meer thuis dan anders. We werken aan de eettafel, naast de kinderen die hun schoollessen volgen op hun tablet. Mooi dat het allemaal kan maar het vergt wel wat aanpassingsvermogen. En dan is er nog het verschil in ruimte. Waar de een riant woont en een eigen kamer ter beschikking heeft om te werken, moeten anderen de woonkamer delen met zijn vieren. Gezellig, maar een kantoortuin heeft ook echt zijn nadelen.

Mijn eigen huis is ruim maar niet riant. Omdat we met zijn tweeën zijn is dit helemaal prima, ik zou niet anders willen. Onze eettafel is eigenlijk het hart van het huis, daar zitten we. Ik zeg wel eens lachend, wij hebben een hele dure hondenmand, want de enige die gebruik maakt van de bank is Stef. Natuurlijk kijk ik ook wel eens naar andere huizen, maar meer uit bewondering dan uit jaloezie.

Ik weet nog goed dat ik tijdens de motorritten die wij maakten, ik achterop, met mijn handigheid is het niet aan te raden zelf een rijbewijs te halen, door de mooiste streken van het land reden. Vooral de Lek- en Linge-route was prachtig. We reden daar bij voorkeur in de lente, als alle bomen in bloesem stonden en de huizen trots afstaken tegen een blauwe lucht. Ik kon er geen genoeg van krijgen. Wat een huizen, groot, mooi, geweldig. Dan woonden wij toch maar in een kippenkooi. Of de routes in Noord-Holland, weids, ruimte zover als je kon kijken. Toch wel anders dan bij ons.

Op één van die ritten kwamen we op de terugweg door een beruchte wijk in een grote stad. Waarschijnlijk waren we verkeerd gereden want de ANWB leidt je meestal door, met respect, de mooie stukken van Nederland. Links en rechts grauwe galerijflats. Graffiti, troep in de portieken. Grijs, grijs, grijs. Het was er stil op straat, op zich was dat niet verwonderlijk maar het gaf een vreemd gevoel. Er was een nergens een takje groen te bespeuren, geen bomen of perken alleen maar beton. Echt alles was grijs. Zo kun je ook wonen. We zochten de juiste weg en reden snel weg uit die droefenis. Na een uurtje snelweg namen we de afslag en ik zag ons huis, dat vertrouwde plekje dat ons thuis is. Het woord kippenkooi kwam echt niet in me op, kan ik je vertellen.

Categorieën: Overig

2 reacties

Marieke · 13 april 2020 op 08:51

Leuke invalshoek die voor mij de bijzondere bijkomstigheid van deze crisis accentueert: hoe kleiner de eigen wereld wordt, hoe ruimer de blik naar de buitenwereld en zijn bewoners.

    Nummer 22 · 13 april 2020 op 09:52

    Leuk beschouwd. Helaas voor vele daklozen is dr straat hun huis.
    Koester wat u kan koesteren maar vergeet niet dat geluk en zaligheid in mooie huizen is. Ook in troosteloze wijken kan de mens gelukkig zijn.

Geef een antwoord