Toen ik net een jaar oud was, leerde ik mijn ouders te irriteren. Mijn leven was fantastisch. Ik kon ze laten smeken, vragen, radeloos maken en ik vond het fantastisch. Ik had een magisch woord gevonden. Dat kon ik vragend stellen, resoluut eruit gooien, huilend stotteren en het woord leende zich er zelfs voor om in een enorme uithaal te krijsen tot de buren aanbelden wegens verdenking van kindermishandeling. Soms kreeg ik nog mijn zin ook. Eindelijk was ik van die stomme potjes Olvarit af. Ik hoefde zelfs nooit meer doperwtjes naar binnen te douwen dankzij dat ene woord. Nee. Nee was een feest. Maar gaandeweg is er iets veranderd. ‘Oh, dit moet morgen echt af, dan is de presentatie voor de klant. Kan je nog een uurtje overwerken?’ Ik knik naar de baas, al ben ik nog zo moe. ‘Verdorie… ik heb net een euro te weinig, schiet jij even voor?’ Ik geef geen antwoord, maar grijp direct naar mijn portemonnee om te helpen. Zelfs als een vriend vraagt of ik morgen wil komen eten, zeg ik ja. Ook al weet ik dat zijn macaroni nog aan de vloer blijft plakken als er een industriële stofzuiger overheen gaat.

Wat is er toch met mij aan de hand? Ik studeer vier dagen in de week, vul de vijfde dag op met een bijbaan, stop de zesde en zevende vol met sociale activiteiten en vind tussendoor nog tijd voor teamsporten en studieopdrachten. Elke dinsdag schrijf ik last-minute mijn nieuwste column. Ik slaap nooit voor 12 uur en altijd minder dan 8 uur per nacht. De enige keren dat ik iets voor mijzelf doe is maandagavond tussen half 9 en half 11. Zelfs dan check ik tussendoor mijn e-mail om te zien of iemand mij nog nodig heeft. Maar als iemand iets vraagt, zeg ik altijd ja.

Gestresst? Welnee. Mijn haar zakt in, de wallen onder mijn ogen zijn opgegeven als de opvolgers van de Chinese muur op de werelferfgoedlijst van het Unesco, want hij zou maar eens instorten. Met mijn rug ben ik de stand-in voor de klokkenluider van de Nôtre Dame, terwijl mijn armen voor Donkey Kong door kunnen gaan omdat mijn schouders al zo lang hangen, maar er past altijd meer hooi op mijn vork. Ik voel me goed bij ‘ja.’ Echt waar. Ik knik er zelfs instemmend bij.

Natuurlijk kan ik wel nee zeggen. Is het leuk dat Afrikaantjes honger lijden? Nee! Bestaat Sinterklaas? Nee! Houden ze in Irak van homo’s? Nee! Is de crisis goed voor studenten? Nee! Zie, zo moeilijk is het niet. Maar het moet niet te dichtbij komen. Het kabinet heeft het plan om de studiefinanciering te bevriezen. Ben ik daar blij mee? Nee! Het is nu al veel te laag om van rond te kunnen komen. Bij het gebrek aan rijke ouders is een bijbaantje verplicht om een verschil te kunnen maken tussen leven en overleven. Dat gaat ten koste van de tijd die voor de studie staat, terwijl alle sociale verplichtingen ook doorgang moeten vinden. Zullen we dan massaal gaan demonstreren? Neuh…

Ik zou niet eens weten hoe een demonstratie gaat. Misschien moet ik een oude Dolle Mina zoeken, te herkennen aan de haren uit de bikinilijn. Of een provo met baardje, een marxist, een geconformeerde hippie die verdwaald is bij een kernenergiedemonstratie. Het enige voorbeeld dat ik heb is de massale demonstratie op het Museumplein in Amsterdam, waar een enorme menigte protesteerde voor het recht op de VUT en prepensioen. Maar daar kwam de meerderheid alleen opdagen omdat ze een gratis treinkaartje kregen om te shoppen in de hoofdstad.

Vrijwillig moeten lijkt de contradictie van de maatschappij. Ik ben ambitieus en moet werken om mijn CV gevuld te houden en de studiebeurs aangevuld te krijgen. Ik wil kwaliteit van leven en heb daarom vrienden, hobby’s, een vereniging en de mogelijkheid om nooit meer doperwtjes te eten. Maar daarvoor moet ik wel een deel van mijzelf opofferen. Er is sociale druk, maar we zijn niet zo socialistisch dat we een vuist kunnen maken tegen de plannen van de regering. Willen we verandering? Ja! Hebben we betere ideeën? Ja! Gaan we er wat tegen doen? Neuh…


7 reacties

Prlwytskovsky · 20 september 2009 op 14:51

Olvarit en meer van die zooi bestond gelukkig nog niet in mijn kinderstoeltijd. En doperwtjes gingen er bij mij altijd in als koek, ik moest wel, want ‘Nee’ zeggen hielp mij geen ene moer.
Mijn NEE wordt tegenwoordig gezien als dat ik een botterik ben, ahahaaa, terwijl ik juist zo aardig ben. 😆

Je column leest als de brandweer. Nou. :duimop:

SIMBA · 20 september 2009 op 15:42

Toch is af en toe “nee” zeggen goed Neus. ik heb te lang altijd maar “ja” gezegd, totdat mijn lijf NEE riep 🙁
Nu kan ik op weinig dingen meer JA zeggen.

Na wat ik in de shout las….je had gisteravond/vannacht misschien een keer nee moeten zeggen 😆

lisa-marie · 21 september 2009 op 08:49

Het is al mis gegaan bij die doperwtjes :lach: :lach:

Het is een goede zelfspiegeling die je hier neer zet.
Wat betreft demonstraties , kijk maar bij de jaren tachtig dokumenten. Toen vroegen ze zich op het binnenhof niet af of er gedemonstreerd werd maar waar nu weer tegen. En spring dan op de barricades !

pally · 21 september 2009 op 13:17

Goed neergezet, Neus! Nee zeggen is ook voor bijdehante types moeilijk. Of het nou gewoonte is geworden, sociaal wenselijk gedrag, of niet onaardig gevonden willen worden. Leer dus van je kindertijd; toen kon en durfde je nog. Het je bewust zijn is stap één. Overigens herken ik het probleem 🙁
succes!

Groet van Pally

arta · 21 september 2009 op 19:17

Och Neus, ik heb nog wel een aantal overjarige hippie´s uit mijn omgeving in de aanbieding! Overigens is dé echte hippiegedachte ook niet mijn ideaal, maar hun ideeen en strijdbaarheid zijn bewonderenswaardig. Wmb is het die gulden middenweg die daar voor mijn Neus flonkert;-)

Nee zeggen is goed. ‘ Ja’ zeggen, terwijl je ‘ nee’ bedoeld is niet eerlijk tegenover jezelf, maar ook niet naar de ander toe…
Goed geschreven, Neus!

Kobus · 21 september 2009 op 20:49

Knokken begint al als baby, zelfs daarvoor al.
Lees maar eens hier. Co-Column Kees en Kobus

http://examedia.nl/columnx/modules/news/article.php?storyid=1216

Anne · 22 september 2009 op 17:18

Toch zijn al die dingen die je doet ook voor jezelf. Niet alleen voor anderen. En neem me niet kwalijk, maar je weekend volstoppen met sociale activiteiten, is dat niet gewoon vrienden opzoeken/uitgaan/kletsen/samen tijd doorbrengen? Dat doe je toch omdat je het leuk vindt? Of ben ik nou gek?
Sommige dingen moeten, dat begrijp ik best. De situatie dwingt je ertoe. Maar andere dingen moeten niet en je doet ze toch. En dat lijkt mij méér een kwestie van keuze dan jij hier doet voorkomen.
Overigens weer heerlijk wervelend geschreven 😉

Geef een antwoord