Voorafgaand: Op de begrafenis van oom Wilbert krijg ik een schrijven in handen van onze ambassade in Brazilië. Een verongelukte verre neef zou nog in leven kunnen zijn. Met de vagebond César ga ik op zoek naar deze Richard, in de jungle van Mato Grosso. Daar vinden we hem bij een Indianenstam, volledig geïntegreerd en met partner, gezond en wel. ’s Nachts droomt Richard over de vliegtuigcrash en zijn moeder. Met Richard, Mitaya en César reis ik terug naar de ‘geciviliseerde’ wereld. Onderweg maken we een tussenstop om brandstof en voorraad in te slaan. Richard wordt geraakt door een verdwaalde kogel en legt het loodje.

We zoeken en vinden een plek om te overnachten. Om de beurt waken César en ik bij Mitaya en het ontzielde lichaam van de onfortuinlijke Richard. De volgende dag vragen we aan Mitaya wat ze van plan is. Ze heeft er over nagedacht en wil de as van Richard samen met die van zijn moeder, persoonlijk in het graf van vader Wilbert bijzetten. Ze kijkt mij vragend aan. Ik verzeker haar dat ik ze daarbij zal helpen en er voor zal zorgen dat haar wens gerealiseerd wordt. Dan maken we samen een brandstapel, verbranden Richard’s corpus en verzamelen zijn as. We hebben nu twee urnen en een koffiekan gevuld met as. De reis gaat verder en verder.

’s Avonds komen we eindelijk aan in Cuiabá, de hoofdstad van Mato Grosso. We zoeken een hotel, checken in en drinken samen nog enkele glaasjes op een terras. Ik rek me eens goed uit en verzucht; ‘Wat een onderneming! Was ik er maar nooit aan begonnen.’ César prakkiseert even en reageert, een beetje aangeschoten; ‘Nada acontece na vida por acaso, para tudo tem um motivo,’ oftewel; Niets gebeurt bij toeval in het leven, alles heeft een reden,’ dat wil hij daarmee zeggen. ‘Als jij niet op die uitnodiging voor de begrafenis van je oom was ingegaan, hadden wij hier nu niet gezeten. Het is zo simpel als dat! Je hebt een heel gezin herenigd, weliswaar niet in deze wereld, maar toch. Denk daar maar eens over na, Splinter,’ besluit hij en kijkt mij glazig aan. Tja, als je het zo bekijkt. Mitaya luistert aandachtig toe en knikt.

De volgende dag gaan we naar het stadhuis. César regelt de noodzakelijke papieren voor Mitaya en dan gaan we shoppen, want Mitaya dient wel met gepaste kleding voor de dag te komen en bovendien schaffen we een mooie urn aan voor Richard’s as. ’s Avonds brengt César ons naar het vliegveld. We nemen afscheid van elkaar, want zelf gaat hij niet mee terug naar Brasilia, onze César. We omhelzen elkaar zelfs, want zo’n expeditie, dat schept een band.

We vliegen naar Brasilia, Mitaya en ik. Onderweg leren we een beetje elkaars taal, het gaat ons beiden goed af. Ook dát schept een band. In Brasilia regel ik via de Nederlandse ambassade de overtocht naar Nederland voor ons beiden.

We nemen de eerstvolgende vlucht en eenmaal in Nederland, zoeken we Tom op. Tom is de beheerder van oom Wilbert’s nalatenschap, de nalatenschap waar per saldo niets van over zou zijn, volgens Tom tenminste. Ik stel Mitaya aan hem voor en vertel het verhaal over mijn reis en Mitaya’s missie. Tom luistert met belangstelling. ‘Wat een verhaal!’ zegt hij na afloop. ‘Maar kom, we rijden subiet naar het graf van oom Wilbert.’

Het kerkhof ligt er stil en verlaten bij. In de bijbehorende kapel treffen we een grafdelver aan, die ons graag wil helpen. Hij vergezelt ons naar het graf van oom Wilbert. Eenmaal daar aangekomen, worden de urnen met de as van Myra en Richard door de delver bij het graf ingemetseld. Het is stil om ons heen. Hardop denk ik; ‘Wat een reis en waarvoor? Wilbert, Myra en Richard, nu zijn jullie alle drie dood; er is niemand en niets meer van jullie over. Geen nalatenschap, helemaal niets.’ Tom knikt instemmend. Mitaya kijkt mij aan, pakt mijn hand en legt die op haar buik. Ze verrast me. Door haar tranen heen glimlacht ze naar mij. ‘Nada acontece na vida por acaso, para tudo tem um motivo.‘ fluistert ze. Ze heeft goed opgelet. Ik leg mijn arm om haar schouder en we kijken zwijgend naar het graf van vader Wilbert met daarop in natte cement gevat de urnen van moeder en zoon.

***


Thomas Splinter

Verhalen zijn splinters uit mijn onderbewustzijn.

2 reacties

Thomas Splinter · 5 november 2020 op 18:50

Voor de volledigheid: wederom een gouwe ouwe uit een ordner die jaren heeft staan verstoffen op zolder. Ben blij dat ik deze oude verhalen alsnog met een publiek kan delen. Dankjewel Columnx!

Mien · 7 november 2020 op 14:39

Graag gedaan!

Geef een reactie