Ik had een droom, niet zomaar een rare droom maar een zo echte dat ik gewoon zin had om het direct uit te voeren wanneer ik wakker was. Dus terwijl ik sliep en droomde had ik ineens een besluit genomen. Ik was in de binnenlanden van Afrika bij een nog niet ontdekte stam “De Molutea’s”of zoiets, maar dan iets anders. Hun taal was niet te spreken, want net als een of andere stam die wel al ontdekt was, waren hun gesprekken te vertalen in alleen het geklik van hun tong tegen het verhemelte. Een klikstam zeg maar. Ik wist mij geen raad, wist ook niet hoe ik daar kwam, maar in een droom kan alles.

Als het nou de Masaí was, niet zo moeilijk, de meeste van hen spreken al Engels aangezien zij een grote inkomstenbron hebben van de toeristen. Hele lange mensen, reuzen als het ware. Maar nee, ik zat bij een stam die leefde zo vrij en blij dat ik ineens zonder zorgen zat. Geen zorgen voor de komende rekeningen van gas en licht, want als het daar donker werd, ging het vet van de geslachte schapen in een pan, een stukje hout er in en vuur maken op de ouderwetse antieke padvindersmanier, twee stokjes, met engelengeduld gewoon wachten totdat het stukje hout begon te roken, toen lekker allemaal blazen, om en om. Iedereen had zijn eigen taak. Ik verstond hen niet, zij mij niet, maar met gebaren werd mij duidelijk gemaakt dat ik ook mocht blazen, ik kreeg er lol in.

In de ochtend gingen de vrouwen alle matten buiten ophangen aan een lijn, matten die zij zelf van dierenhuid hadden gemaakt. Dieren die de mannen op hun jacht buit hadden gemaakt, daar leefde men van. Op elk erf dat elke familie had, liepen er wel kippen en een haan en geiten en bokken rond. Daar had men eieren en melk van, dus dat was mijn ontbijt.Ik vond het nog lekker ook. De hele dag in de warme zon deed deze mensen niets, mij des te meer, dus ik werd door vier vrouwen met een of ander stinkspul ingesmeerd, dagenlang totdat de zon mij niets meer zou kunnen doen.

Dat werd getest met mijn ene arm niet meer insmeren, maar gewoon kijken of ik zou verbranden of bruin worden, geen van beiden. Ik voelde me kiplekker. Deze mensen, zonder rekeningen, zonder zorgen, wat een leven. Waterputten had men zelf geslagen, voor die tijd liep men wel 10 kilometer met een emmer op het hoofd naar een dicht bij zijnde bron heen en terug, daar waren speciaal wat vrouwen voor opgeleid vanaf dat ze klein waren.

Ik was een keer meegegaan, maar moest opgeven in die hitte, al na 1 kilometer. Je kon mij uitwringen. En aangezien ik een douche was gewend, was het voor deze mensen geen punt om poedelnaakt elkaar te wassen, dat scheelde water en lopen natuurlijk, een emmer voor de prijs van 2. Ik moest er even aan wennen, maar ook hier was zuinigheid een must. De hoofdman had bij een naburige stam gevraagd hoe zij aan die waterputten kwamen en toen dat werd uitgelegd zijn zij zelf aan het werk gegaan met stenen bijlen, alles uit de oertijd. Wat een genot toen mij dit met handen en voeten en geklik werd uitgelegd. Zorgen kende men hier niet. De zon kwam altijd in het Oosten op, altijd gezang, vrolijkheid, veel zwangerschappen, alles via de natuurlijke weg, zonder gegil. Als het kindje er was, werd het in doeken gewikkeld, door de Hoofdman een of ander ritueel uitgevoerd, gewassen bij de waterput en vrouwlief ging weer met haar zelfgemaakte bezem aan het werk. De mannen gingen altijd op jacht voor voedsel, ook natuur producten waren hen niet vreemd. Ik kreeg een soort wortel te eten, gelijk waren mijn darmen schoon, ik was ook wat kilo’s kwijt, moest dus wat kleding aantrekken dat lekker zat. Geen nood, ze hadden nog wel een prachtig gewaad voor mij, ook dat maakte men zelf met de hand. Dit alles van dierenhuid dat ze op hun jacht gevangen hadden. Die huiden werden van haartje tot haartje schoongemaakt, tig keren gewassen en toen heel lang gedroogd, zodat het hard was, goed om mee te werken. Als het klaar was, ging het in een emmer met half melk half water en superzacht kwam het eruit, kleurstof werd van klei uit de grond gemaakt. Ik stond en leefde in een wereld die ik totaal niet kende. Ik had voor het eerst in mijn leven geen angst, geen zorgen, geen deurwaarder, geen ziekenkosten die ik elke maand moest ophoesten, niets moest, alles mocht. Wat een luxe. Het viel mij ook op dat ze ook nooit ruzie onderling hadden, jaloezie was onbekend. Als de ene man een vrouw lief vond ging hij naar de eigenaar van die vrouw en vroeg haar voor een nacht, maar dan moest die vrouw wel willen, nou dat wilden de meeste vrouwen wel,   kreeg ik al snel in de gaten. Als ik maar niet uitgehuwelijkt zou worden. Maar mijn droom stopte abrupt toen de wekker ging.

Ik moest er weer uit, mijn huishouden doen, mijn kat verzorgen, de post viel op de mat, belastingaanslag, wat zou ik koken vandaag? O ja, moest ook nog de resterende boodschappen voor het weekend halen. En mijn identiteitskaart was bijna verlopen, even een afspraak maken via de telefoon.

Mijn lief, wat miste ik mijn droom ineens, ik kon wel janken.


klapdoos

Gewoon een Amsterdamse vrouw die met een vrouw getrouwd is, ziek is, zodanig dat de neerwaartse spiraal steeds verder zakt. maar een kniesoor die daarop let. Ik lach graag, heb genoeg traantjes gelaten om mijn ziekte en nu is het tijd om via mijn nieuwe boek eens door te gaan met uit het leven te halen wat er te halen valt, zeker in een crisistijd is het de kunst om toch vrolijk te blijven. Mijn motto is dan ook: Een dag niet gelachen is zeker een dag niet geleefd.

5 reacties

Nachtzuster · 24 juni 2013 op 13:18

De eigenaar van die vrouw??

Dromen zijn bedrog. Gelukkig maar, meestal. Want wat als je ziek zou worden in die stam? Of een SOA zou krijgen?

Libelle · 24 juni 2013 op 13:59

Het klikte wel met die stam, dat maak je ons wel duidelijk.
In de eerste zin vermeld je dat je tijdens je droom een besluit had genomen.
Ik benieuwd natuurlijk! Zou ze haar antwoord bekend maken, wanneer iemand had geklikt dat hij/zij jou aardig vond?
Zou ze direct naar een reisbureau stappen en direct op zoek gaan naar de klikstam? Je laat me in het ongewisse..
Leuk is dat je het vrij zijn van zorgen zelfs bij een primitieve stam als luxe ervaart.
Veel zinnen zijn erg lang en tippen meerdere aspecten aan. Voorbeeld; ” Als de ene man een vrouw lief vond ging hij naar de eigenaar van die vrouw en vroeg haar voor een nacht, maar dan moest die vrouw wel willen, nou dat wilden de meeste vrouwen wel, kreeg ik al snel in de gaten.” Dit is toch op te knippen in drie goedlopende zinnen?
Wasten de ‘eigenaars’ ook hun eigen vrouw?

Harrie · 24 juni 2013 op 18:00

Die wortel Klapdoos, daar draait het om. De roots zo gezegd. Kun je die wat beter beschrijven? Weet je de naam? Ik denk dat het een gat in de markt is die wortel. Ben zeer geïnteresseerd. Kun je hem ergens kopen? Ik vind het een mooie oerdroom. Hoe dan ook. Voel me er prima in thuis. Groetjes Harrie

Sagita · 25 juni 2013 op 11:15

Nou ik sta toch graag een kwartier lang helemaal alleen onder een ruim sproeiende hete douche en de vraag ‘Wat zullen we eten?’ zal ook in die stam gesteld worden. En daar begint alles mee, want hoe kom je daar aan?
Maar ik begrijp je wel hoor! Zucht ook wel eens.
groet Sa!

Yfs · 25 juni 2013 op 14:27

Hoewel het hele verhaal op een droom gebaseerd is, vind ik het geheel een beetje naief overkomen. Door de bijna kinderlijke manier waarop het geschreven is zou ik eerder denken dat het een opstel van een leerling van de zesde klas lagere school is. Ik kan er niet enthousiast van worden, sorry.

Geef een antwoord