Kom binnen. Ik ben zo blij dat je weer terug bent. Ik heb je gemist. Dit huis heeft je gemist, het was niet meer dezelfde zonder jou. Gedurende de afgelopen maanden leek het soms uit zijn voegen te barsten. Om eerlijk te zijn vraag ik me af of dat zal veranderen nu je weer binnen deze muren, nu je weer thuis bent. Ik kan het je in ieder geval niet beloven maar dat moet je je gerealiseerd hebben toen je besloot om weer naar dit huis terug te komen. Evenmin kan ik je beloven dat dit huis je de bescherming zal bieden zoals een huis als het onze zou horen te doen maar daar hoef ik jou natuurlijk niets over te vertellen. Jij was een van de eersten die het zag. En als je niet een van de eersten was om het te zien, dan was je wel de eerste om je er zóveel zorgen over te maken dat je het nodig vond om ons daar op te wijzen. Je deed dat vaak hardhandig en onomwonden maar ik weet dat het uit liefde voor dit huis was. Wat ik nog steeds nìet precies weet is wat sommigen van ons nou erger of meer storend vonden. Was het het feit dat het fundament van dit huis, dat met zoveel zorg door onze ouders gelegd was, voor ons, zo plotseling niet meer berekend bleek te zijn op zoveel soms vreemde krachten? Hadden we het gewoon liever niet geweten dan? Of was het de teleurstellende en bittere constatering dat niemand van ons dat zelf eerder had opgemerkt? Zou het werkelijk zo kunnen zijn dat, wat wij al die tijd als ornamenten beschouwd hadden die ons huis zo karakteristiek maakten, in werkelijkheid levensbedreigende bouwgebreken waren? Hoe het ook geweest moge zijn, wij voelden ons overvallen door een groot gevoel van onzekerheid. Die onzekerheid werd een gevoel van onveiligheid toen het ons vanaf dat moment pas begon op te vallen wanneer het huis op zijn grondvesten trilde. Maar hoe instabiel dat huis was, daar kwamen we pas achter op die donkere dag afgelopen winter, toen het als nooit tevoren schudde. Ja, enkele jaren geleden had het ook al eens hard geschud, maar toen waren we ons er niet zozeer bewust van en konden we het na enige tijd nog afdoen als een incident. Op die dag in november echter schudde het huis zo hard dat jij het moest ontvluchten, ons onthutst en vragend achterlatend. Er was geen tijd om afscheid te nemen. De gebroken pannen van het lekkende dak vielen als puntige, dodelijke messen naar beneden. Het was min of meer waar jij ons steeds voor gewaarschuwd had maar ook jij sprong pas weg toen het voor een vriend– helaas -al te laat gebleken was.

Wat het over het algemeen misschien extra moeilijk voor ons maakte, was dat uitgerekend jij ons hier op gewezen had. Hoewel bij ons gekomen als gast, maakte je jezelf verdienstelijk en werkte je hard met ons mee om uiteindelijk door ons opgenomen te worden. Van gast werd je onze medebewoonster, onze zorg over het huis maakte je tot de jouwe en je spande je zelfs met meer inzet en gedrevenheid in voor het onderhoud ervan dan anderen deden. En waar sommigen van ons eerder al de klassieke fout begaan hadden om jou, de boodschapper, het slechte nieuws aan te rekenen; na het schudden van het huis op die dag in november brak de kakofonie helemaal uit. Er waren er zelfs die jou verantwoordelijk achtten voor het schudden, voor de staat waarin in het huis verkeerde en de schade die het geleden had. Voor een deel van hen zal dat uit angst en paniek zijn geweest, onder hen waren er echter ook die dat werkelijk meenden en het spijt me je te moeten zeggen dat zij er nog steeds zijn.

Maar laat ons hier niet langer blijven staan praten, kom toch binnen. Ik ben blij dat je weer terug bent. Ik heb je gemist. Wel 77 dagen lang. Kom toch weer binnen in dit huis en wees welkom. Hoe zal ik je aankondigen? Als een zwarte parel voor de zwijnen? Of als een lichte albino in een groep grijze muizen die steeds groter dreigt te worden? Mocht je straks weer onder de vloer willen gaan om de fundamenten weer te inspecteren, weet dan dat de ratten nog niet uit het huis verdreven zijn. Het is zelfs zo dat hun tanden steeds scherper worden naarmate zij het huis verder ondergraven. Zullen we dit keer anders samen gaan? Want ik wil je niet weer 77 dagen missen en mijn grootste angst is dat het nog wel eens veelvoud daarvan zou kunnen worden als er niet iemand met je meegaat Ayaan.

Categorieën: Actualiteiten

8 reacties

Mosje · 23 januari 2005 op 21:49

Pff Raindog, wat moeten we met dit stukje?
Zeer mooi geschreven moet ik zeggen, maar hier en daar komen stukjes tekst zeer ironisch op mij over, waardoor ik niet weet of je nou echt blij bent dat Ayaan terug is, of juist niet.
Het zit in soms heel kleine woordjes, bijv.[quote]Ik ben zo blij dat je weer terug bent.[/quote]Het woordje “zo” maakt de zin ironisch, naar mijn smaak dan. Nog een klein voorbeeldje[quote]Ik heb je gemist. Wel 77 dagen lang.[/quote]Hier is het woordje “wel” dat ironie lijkt toe te voegen.
Nou ja, en verder lijkt het een beetje door de regels heen geweven, lastig om precies de vinger erop te leggen.

Overigens, een huis met gebreken als metafoor voor de Tweede Kamer is erg mooi gekozen.

melady · 23 januari 2005 op 22:05

Mooi weergegeven Raindog.

Is dit nou de eerste of tweede kamer..of de darkroom?

Melady 🙂

Louise · 23 januari 2005 op 23:06

[quote]Overigens, een huis met gebreken als metafoor voor de Tweede Kamer is erg mooi gekozen.[/quote]
Zeker weten, al moet ik eerlijk bekennen dat me dat pas helemaal aan het einde duidelijk werd. Toen kon ik niet anders dan het hele stuk nog een keer lezen.
En laat ik nou net van die langzaamvallende kwartjes houden 😉
Mooi geschreven!

KingArthur · 24 januari 2005 op 09:14

Wat gaat die tijd toch snel he 🙂 .

Ik sluit me aan bij de voorgangers.

Ma3anne · 24 januari 2005 op 10:36

Mooi!

pepe · 24 januari 2005 op 18:25

Erg mooi geschreven. Hoewel ik het met mosje eens ben, weet niet of je nu echt blij bent? En dat hoef ik ook niet te weten, want het blijft mooi geschreven.

Mup · 24 januari 2005 op 20:19

[quote]weet dan dat de ratten nog niet uit het huis verdreven zijn.[/quote]

Scherp!

Groet Mup.

Raindog · 24 januari 2005 op 23:28

Lui, dankjewel. Als jullie mogelijk ironie ontdekt hebben dan kan ik je meedelen dat dit onopzettelijk is. Ik heb dit geenszins bedoeld. Ik ben echt heel erg blij dat ze weer terug is maar kijkend naar ‘de staat waarin het land verkeert’ (is dat niet een leuke woordspeling trouwens?) heb ik er gemengde gevoelens bij, dat klopt. Onwillekeurig vraag ik me af wat ze hier nog langer doet. Of zoals Leon de Winter in zijn jongste column in Elsevier schreef: [i]”Lieve A., als je gelovig was gebleven, stonden in de hemel misschien 72 maagdelijke mannen voor je klaar (ja, ik weet ’t, de islam zegt niets over de beloning voor vrouwen). Nu wacht er niemand. Je leeft maar één keer. Laat de erfgenamen van Thorbecke[/i] (de VVD – Raindog) [i]barsten. De wereld is groot en staat voor je open. Go west, young woman, go west!”[/i] Het is zo bizar. Ze moet wel heel erg veel van Nederland houden. Nu wij zelf nog.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder