Mijn lief houdt van voetbal. Op zich niet heel bijzonder, want er zijn meer mannen met liefde voor dit spelletje (“Dat zeg je niet, het is een wereldsport!”). Zijn liefde voor voetbal gaat ver, want hij beoefent niet alleen zelf voetbal; zijn hele leven wordt beheerst door mannen die achter een wit balletje aanrennen. Mijn lief praat over voetbal met familie en vrienden. Mijn lief leest over voetbal in de VI (lees: magazine Voetbal International, als voetbalvrouw is dit voor mij een welbekend begrip). Mijn lief kijkt op z’n I-phone naar voetbaluitslagen. Mijn lief krijgt sms-jes als hij bij toeval even niet aan voetbal denkt (shit, daar gaat je romantische momentje…). Mijn lief kijkt naar voetbalwedstrijden op televisie. Mijn lief kijkt naar voetbal op internet. En als hij voorgaande allemaal niet doet, dan kijkt hij naar praatprogramma’s over voetbal. En ik moet zeggen, deze praatprogramma’s zijn toch wel het ergste van het hele voetbalgebeuren. Met Voetbal International als doeltreffer.

Laatst keek ik, héél even, omdat ik, héél even, niks te doen had en omdat het geluid van de televisie wel héél hard door de huiskamer galmde, mee naar Voetbal International. Als gast zat tennisser Raemon Sluiter aan tafel. Het interview begon met een diepgaande kijkersvraag: “Raemon, is tennis met voetbal te vergelijken?”.
“Poeh, dat is een mooie binnenkomer….” zuchtte Reamon moedeloos, die zich waarschijnlijk op dat moment realiseerde dat het nog een lange avond ging worden.
Een intelligente analyse van voetbalanalist Rene van der Gijp volgde. “Wij (let op dat “wij”, het gaat er op dit moment om ‘wij, als voetballiefhebbers en/of spelers’ en niet het ‘wij-ik ben voor Ajax’) hebben iemand die de bal wil afpakken, en hij….”. Rene knikte naar de ongelukkige Reamon. “…hij heeft natuurlijk niemand die het racket uit zijn handen wil slaan. Dus dat is natuurlijk totaal anders”. Rene keek trots het meeknikkende publiek in en vervolgde zijn verhaal: “Kijk, wij kunnen ons verschuilen. Als wij het even moeilijk hebben, kunnen wij denken ‘geef ‘m maar even niet (lees: de bal). Dat kan Raemon niet. Hij kan moeilijk tegen die gozer aan de overkant zeggen ‘sla ‘m maar even niet’ hahaha”. De eindconclusie van deze zeer hoogstaande analyse was dat “voetbal niet te vergelijken is met tennis, want tennis doe je in je eentje en voetbal met z’n 11en”.

Zo, het is maar even dat je het weet. Deze analyse pakken ze je niet meer af. Op het moment dat Rene van de Gijp zijn mooie woorden formuleerde, keek ik naar mijn lief. Onbezonnen wilde ik mijn kritiek uiten, maar mijn lief bleef zich ongestoord en zonder veranderende mimiek focussen op het beeldscherm. Dus ik hield mijn mond. Blijkbaar was het voor hem allemaal niet zo vreemd wat daar aan de VI-tafel werd gezegd. Ik heb zo’n vermoeden dat hij aan het geleuter gewend is geraakt. Want geleuter is het. Op gegeven moment ben je gewoon uitgepraat over dit spelletje. Er is een bal, er is een grasveld, er zijn twee goals en meestal, als alles goed verloopt, zijn er 22 spelers. Als je elke dag twee uur vol moet praten over dit spelletje, dan is de gesprekstof een keer op. Dan ontstaan analyses waar geen weldenkend mens op zit te wachten. Ik vraag me af wat andere Johan (Cruijff, red.) als antwoord op de kijkersvraag had gegeven. Waarschijnlijk had hij geconcludeerd dat tennis niet zoveel verschilt van voetbal, omdat “als jij de bal hebt, de ander niet kan scoren”. Wellicht een betere conclusie dan die van Rene en zijn vrienden.


2 reacties

Kwiezel · 14 april 2010 op 17:37

Ik vraag me af waar jullie elkaar hebben ontmoet. Als ik moet gokken zou ik zeggen bij een concert in een Voetbalstadion 🙂

Leuk geschreven, behalve dan je dat ‘mijn lief’ net iets te vaak gebruikt.

dashuri · 15 april 2010 op 13:56

Zeer herkenbaar. Ik haat golfsurfen, hardlopen, waterpolo, badminton, basket. Ik haat sport. Maar het ergst van al haat ik nog voetbal. Er zit ook totaal geen logica in dat hersenloos achter de bal aanhollen. Je hoeft alleen te denken dat iedereen je interessant vindt omdat je toevallig voetballer bent en geen bankbediende of vuilnisman.

Opmerkingen als ‘1-0, 2-0, 3-0, 4-0, wauw!’ (dat zijn herhalingen, schat) zijn dan ook geweldig om uw lief te irriteren (gebaseerd op deskundig onderzoek de moi-même). Succes ermee!

Geef een antwoord