Bibliotheken zijn de gemakkelijkste tijdmachines. Je hoeft niet zoals Dr. Who in een telefooncel te vliegen om door de tijd te kunnen reizen of een geavanceerde auto te hebben, zoals in de film ‘Back to the future’. Meestal is een paar straten doorlopen en het binnenstappen van de plaatselijke bibliotheek voldoende. De tijdreis houdt op bij de jaren ’70 en dan heb ik het niet over het lezen van boeken over die periode. Veel bibliotheken ademen nog die karakteristieke jaren ’70 sfeer. Donkere kleuren overheersen en op de voordeur prijkt het oubollige logo van een gespiegelde lezer. Helaas houden de jaren ’70 niet op bij het interieur. Ook voor het personeel lijken de jaren te hebben stilgestaan.

Ik wandelde onlangs op een donderdagochtend een kleine bibliotheek binnen. De jaren ’70 begonnen al met het gebouw, een verbouwde boerderij. De deur was niet op slot, dus ik ging er vanuit dat de bibliotheek open was. Eenmaal binnen begon ik aan die assumptie te twijfelen. Midden in de bibliotheek stond een grote tafel waaraan het personeel koffie zat te drinken. Ze keken mij verstoord aan en maakten geen aanstalten om naar me toe te komen. Na een aantal minuten stond uiteindelijk iemand op die vroeg of ze kon helpen. Als iedere klant op deze manier geholpen wordt, begrijp ik waarom ik toen de enige klant was. Aan het einde van de ochtend bespeurde ik een klantentoename van 100%. Ik zag een oudere dame tussen de streekromans zoeken. Jeugd zag ik nergens. Wellicht kwam dat door het vroege tijdstip, maar ik zag ook niets in de bibliotheek dat interessant was voor jongeren.

Ik ontdekte achter een pilaar één enkele computer. Ook de openingstijden waren niet kindvriendelijk: woensdagmiddag was de bibliotheek gesloten.
Soms vraag ik me wel eens af waarom er überhaupt nog jonge mensen in een bibliotheek komen. Kinderen die iets aan de inlichtingenfunctionaris vragen worden met een ingewikkelde code het bos ingestuurd, terwijl hij verdiept blijft in de catalogus en niet achter zijn bureau vandaan komt.
Omdat een bibliothecaris een hokjesdenker is, wordt de scheiding tussen administratief en bibliotheektechnisch personeel nog steeds krampachtig in stand gehouden. Het gevolg daarvan is dat administratief personeel niet goed weet waarom en wanneer je moet doorverwijzen. Onlangs hoorde ik een medewerker tegen een klant zeggen die vroeg naar cd’s van Aretha Franklin: ‘als ze er niet staan, dan hebben we ze ook niet’. En waar maak je nog mee dat een personeelslid hardop mopperend een nieuw lid inschrijft of een boek uitleent, omdat hij dat niet tot zijn takenpakket rekent? Als het druk is in de plaatselijke supermarkt en de chef springt bij, dan hoor ik hem niet tegen iedere klant zeggen dat hij eigenlijk niet achter de kassa hoort.

In de jaren ’70 was de oersaaie en chagrijnige Fred Oster een populaire tv-persoonlijkheid. Zijn belangrijkste verdienste was dat hij cavia’s naar willekeurige hokjes liet lopen. Tegenwoordig zou zijn populariteit ondenkbaar zijn, omdat vlotgebektheid en vrolijkheid de belangrijkste eigenschappen zijn voor een moderne tv-presentator. Maar helaas zijn de jaren ’70 en de hokjesgeest van Fred Oster wel in de bibliotheek blijven hangen.

Categorieën: VC-Eddy Kielema

0 reacties

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder