Het begon met een stukje vloerbedekking dat omhoogkwam. Het werd een vervelende bult, waar ik regelmatig mijn nek over brak. Nog iets later rolden knikkers en ander speeltuig van onze zoon nog maar één kant op, namelijk richting buitenmuur. Het leven was simpel, zoekgeraakt spul was altijd weer snel teruggevonden. Ik wilde dat het simpel was gebleven. Ons huis begon een eigen leven te leiden. Deuren sloten met klem en de ramen hielden een continu openingsfeest. De vloer verklaarde zich tot status aparte en ging zijn eigen weg. Toen ik vorige week iets uit de buffetkast wilde pakken, viel ik eenrichtingsverkeer naar de buitenmuur.

Er kwam een deskundige op bezoek. Aan de scheuren in de gevel kon hij direct al zeggen, dat er iets mis was met de fundering. Aanvullend onderzoek in de kruipruimte toonde een droge onderbouw.
De houten palen die ooit met natte voeten in de klei stonden zijn opgedroogd en nu zijn de paalkoppen verrot. Dat is gevaarlijk, want nu is de boel aan het verschuiven. Het gaat tijd en vooral veel geld kosten om de boel te repareren. Maar het moet, wil ik over een jaar niet in China wonen.

Hoe is het mogelijk. Jarenlang is het grondwaterpeil te laag gehouden, door overbemaling door het waterschap. Als keurige waterhuishoudster heb ik altijd op tijd de waterschapsbelasting betaald, in de overtuiging dat ik beschermd zou worden tegen het wassende water. Nu pas blijkt het tegendeel. Er moesten immers nieuwe wijken worden gebouwd, veel nieuwbouw en vooral snelbouw. Grondwater was hierbij een ongewenste factor.

Ons huis, volgend jaar een eeuw oud, trilt op zijn grondvesten. Zachtjes trillen wij mee op het ritme van de bus, als deze voorbijrijdt. Mijn huis is niet alleen het dak boven mijn hoofd, maar is ook mijn geschiedenis, het bevat nogal wat persoonlijke fundamenten. Mijn vader, hier niet gemaakt, wél geboren. Ikzelf, een kleine veertig jaar geleden hier verwekt, op een –toen nog koude- zolder, in een krakend ledikant. Verkoop van het pand voelt als verraad, als uitverkoop van de ziel.

Volgend jaar moet niet alleen de vloer eruit, maar wij moeten dat ook. Inclusief mijn moeder, ook onze buurvrouw, van 81 jaar. Herstel van de fundering gaat 6 weken duren.
Dat ken ik, dat grapje heb ik eerder gehoord, want in 1991 hingen we een briefje aan de deur voor de bakker, die toen nog aan huis bezorgde. “Bakker, wij hoeven 6 weken geen brood”, stond erop. Uiteindelijk werden het 130 weken.

Onze kamer en keuken worden volgend jaar natuurlijk een ruïne. Ik heb alvast bedacht, dat deze ruimte een andere bestemming krijgt in de zin van kruipruimte, annex stook- en kookeiland. Vorige week heb ik alvast een houtgestookt fornuis met oven besteld. Zijn die droge palen toch nog érgens goed voor.

Categorieën: Algemeen

Odette

Overtuigd twijfelaar. Boetseert woordjes tot sprekende beelden.

3 reacties

LouisP · 28 februari 2010 op 12:30

Ontwikkeling,

de intro is erg grappig…’t lijkt een grappig verhaal te worden maar niets is minder waar…ellende is ons deel…

“Ik heb alvast bedacht, dat deze ruimte een andere bestemming krijgt in de zin van kruipruimte…..gezinsuitbereiding?

Mooi stuk…succes met de fundering

gr.

Louis

Avalanche · 28 februari 2010 op 17:00

Wat erg, dit. Sterkte gewenst alvast, voor straks. Ik hoop dat de termijn van zes weken niet ernstig uit zal lopen.

Mooie column, trouwens!

Ma3anne · 2 maart 2010 op 23:37

Goed beschreven, want ik voel helemaal met je ellende mee.
Mag ik je heel veel sterkte wensen?

Geef een antwoord