“Kom op man! Hij is al vet te laat! Waar blijft ‘ie nou! Fuck man, fuck, houdt ze het wel vol? Kom op schat, kom op, nog even…”
Jacqueline ligt half op haar zij midden in de woonkamer. Haar adem piept en haar schouders schokken.
“Fuck man, Jacq, schat, bij blijven, hoor je?”
“Rob, toe, doe nu rustig. Het komt goed.”
Robert draait zich fel om naar zijn vriend.
“Het komt fucking de klotezooi helemaal niet goed!” Dan horen ze de sirenes dichterbij komen. Jacqueline ligt nu te trillen. Als de ambulance de oprit opdraait, stormt Robert de gang in. Hij merkt niet eens meer dat hij een knuppel in zijn hand heeft, tot hij het kalende hoofd op het knalgele jasje ziet.
“Ze gaat fucking dood! Klootzak! Lul! Je bent te laat, te laat!”
Bij elk woord met een lange klinkerklank slaat hij de gele waas voor zich, tot sterke armen zijn lijf tegen een muur duwen.

Robert boert en Menno verslikt zich in een broodje. Twee jaar later zit Rob met zijn vrienden aan de broodjes kebab.
“Rob, jij ook nog een biertje?”
“Ja, lekker, doe maar.”
Frans roept de bestelling vanaf hun tafel naar Ahmed.
“Trouwens, Rob, hoe gaat het met Jacq?”
“Ja, z’n gangetje hè.”
“Sjonge, wat heb je eigenlijk een geluk dat ze er nog is.”

Ralph en Menno schuiven even ongemakkelijk op hun stoel. Ralph geeft Frans een schop onder de tafel. Rob duwt zijn broodje onnodig hard in de pikante saus, waardoor een spetter op zijn witte shirt komt.

“Godver man. Wat waren dat toen een kankerlijers. Allemaal. Eerst komen ze te laat en daarna mocht ik nog niet eens naar Jacq toe om haar te steunen. Toen ze haar ogen opende, was ik er verdomme niet eens om haar hand vast te houden! Wat moet ze gedacht hebben! Dat stomme procesverbaal van die juten…”

Ralph aarzelt, maar begint dan toch.
“Tja, dat was je eigen schuld. Had je je maar niet moeten uitleven op die gasten. Als jouw computer het niet meer doet, trap je de IT’er toch ook niet je huis uit voor die weer werkt.”
“Nou, het zou me niets verbazen. Waarom denk je anders dat internetproviders allemaal telefonische hulp inschakelen? Die mensen kan je niet door de lijn trekken! Au man. Dat is heet. Ahmed! Je saus is te heet!”
“Hey man, laat hem erbuiten. Je hebt er gewoon zelf te veel opgedaan.”
Ralph zwaait naar Ahmed en bestelt nog vier bier.
“Hier, opdrinken, niet meer zeuren.”

“Nou, ik sla toevallig niet een ruitje van de ambulance in voor de lol. Het was voor Jacqueline, weet je. Ik houd van haar. Dan moet ik toch helpen.”
Frans knikt instemmend.
“Met die voetbalhooligans is het wel anders. Die geven ‘gebroederlijk’ hulp aan elkaar als ze zusters in elkaar slaan. Dan kan je nog beter een raampje inslaan voor een radio. Dan heb je er nog wat aan, snap je. Gewoon zomaar inslaan is gewoon zinloos.”
“Nou ja. Je kan nog beter broeders in elkaar rammen dan agenten, conducteurs of docenten. Als er dan iets misgaat, heeft de broeder nog een collega en een crashkar bij de hand.”

Het laatste stukje pitabrood prijkt als een herinnering aan een slagveld in het lege sausbakje. Robert boert weer en smeert de resten saus over zijn bord.
“Kom, we gaan. Het is al laat. Ahmed, de rekening graag!”

Categorieën: Maatschappij

5 reacties

Mosje · 30 maart 2008 op 20:36

Mooi getroffen, dat sfeertje tussen die jongens. Zal wel ongeveer gaan op deze manier, denk ik, aan de oppervlakte blijvende dialogen.

SIMBA · 31 maart 2008 op 08:22

[quote]Nou, ik sla toevallig niet een ruitje van de ambulance in voor de lol. Het was voor Jacqueline, weet je. Ik houd van haar. Dan moet ik toch helpen.”[/quote]
Wat een onmacht…helpen op deze manier.
Goed neergezet NK, heb je undercover in zo’n groepje meegedraaid om de groepsprocessen te bestuderen? 😀

Dees · 31 maart 2008 op 09:18

Mooi onderwerp en mooie gesprekjes. Levendig en reaistisch met die details als teveel saus en het gebekvecht daaromheen. Jammer vind ik wel de overgang tussen toen en twee jaar later, net niet helemaal soepel.

arta · 31 maart 2008 op 12:36

Realistisch beschreven!
Met Dees’ puntje ben ik het overigens eens…
🙂

LadyDaan · 31 maart 2008 op 13:53

Misschien tweede gedeelte moeten beginnen met “twee jaar later”.
Dan is de situatie duidelijker voor de lezer.
Goed stukje, ik zie ze zo voor me!
De juiste sfeer te pakken.

Geef een antwoord