Wat vroeger een vertegenwoordiger heette, heet vandaag een marketeer. Dat komt omdat het gereedschap waarmee de koopwaar aan de man (m/v) wordt gebracht, is veranderd. De vertegenwoordiger had een stationwagen, een koffertje met monsters, een vlotte babbel en een goed geschoeide voet die bij tegenstribbelende klanten tussen de deur gezet kon worden. De marketeer heeft de vlotte babbel ingeruild voor een belscript, de stationwagen voor de telefoon en een bord voor zijn kop als equivalent van de voet tussen de deur. De vertegenwoordiger bezocht zijn ‘mogelijke klanten’, de marketeer belt prospects. Dat doet hij bij voorkeur tussen 18.00 en 20.00 uur, omdat de meeste prospects dan achter de piepers zitten of het journaal kijken. Dat zijn prospect op dat moment doorgaans niet geïnteresseerd is in een proefabonnement op een wakkere krant of een gratis advies over zijn financiële handel en wandel, doet niet ter zake. Hij is thuis! Weliswaar bijna altijd mateloos geïrriteerd omdat Drol Drie hem tijdens het eten belt voor een of andere volstrekt onbelangrijke salestalk, maar daarvoor is het bord voor de marketeer zijn kop meestal afdoende.

Er is gelukkig een probaat middel om van deze irritante bellers verlost te worden. Dat gaat als volgt:

Ø Zorg voor een nummermelder .

Ø Zorg ervoor dat de voicemail of een antwoordapparaat aanstaat.

Ø Neem tussen 18.00 en 20.30 uur niet op wanneer de nummermelder ‘anoniem’ aangeeft.

Marketeers bellen namelijk niet alleen altijd op hetzelfde tijdstip, ze bellen ook altijd anoniem. En een antwoordapparaat of voicemail wordt nooit ingesproken. Da’s ook logisch, want wie gaat er nu zo’n creap terugbellen?

Toch bent u daarmee nog niet verlost van de virtuele voet tussen uw deur. Een adressenbestand is namelijk overal te koop en daarmee kan de marketeer zijn prospects door de brievenbus attaqueren. Dat gebeurt dan in foldertjes (die de marketeer natuurlijk met ‘brochure’ aanduidt) in een jargon waarvoor hij lang heeft doorgeleerd. Zo is alles ‘optimaal’ en het woord ‘gratis’ wordt veelvuldig gebezigd. Dat dit een ander woord is voor ‘bij de prijs inbegrepen’ heeft u namelijk toch niet door! ‘Vertrouwen winnen is ook belangrijk’ is hem geleerd. Dus daarom is het zaak te schermen met kreten die het bij u waarschijnlijk wel goed zullen doen. Gegarandeerd door laboratoir Garnier! Daar kan de consument natuurlijk niet omheen. Dat hij niet weet wat in vredesnaam laboratoir Garnier is en wat die garantie dan wel voorstelt, is niet van belang.

Toch valt niet alle consumenten alles op de mouw te spelden weet de goeie tekstschrijver. Kritische consumenten willen bewijzen. Die krijgt hij daarom ook. Een mooie meid die ons wil doen geloven dat ze haar danig gerimpelde perkamenthuid heeft getransformeerd in een perzikzacht velletje met behulp van een smeerseltje, roept dan dat het bewezen is door haar! Waauw! Daar hebt u niet van terug, hè?

Een beproefde truc in de reclame is ook om aan de eigenwaarde van de koper te appelleren. De meeste mensen zullen hun haren niet meer soppen met een shampoo van het Kruidvat, als ze voor het dubbele van die prijs een fles kunnen kopen die voorbehouden is aan mensen is ‘die het waard zijn’…

Genoeg gezanikt. Het is namelijk zeer de vraag of deze ridicule voorbeelden van ‘klantenbenadering’ niet erg effectief zijn. Dikke kans dat u precies weet waar ik op doel met de aangehaalde voorbeelden en welke merknaam daar bij hoort. En daar gaat het die snelle jongens natuurlijk om. En stel daar tegenover al die TV-commercials die Effies winnen en anderszins bekroond worden. Vraag in uw omgeving maar eens aan mensen waar de kreet ‘Even Apeldoorn bellen’ vandaan komt. In het gunstigste geval weet de ondervraagde dat het om een verzekeringsmaatschappij gaat, maar de naam van de maatschappij zal zelden of nooit genoemd kunnen worden. De kreet ‘Foutje. Bedankt!’ kent bijna iedereen maar niemand weet wat daarbij hoort. Rijk de Gooijer is de naam die blijft hangen, maar Reaal zegt niemand iets. En of ‘Van Lunteren’ of het nummer ‘Que Sera’ onlosmakelijk aan NN verbonden worden, is ook twijfelachtig. De shirtsponsors van Oranje, Feijenoord, FC Utrecht, Sparta en de Nederlandse schaatsploeg kennen de meeste kerels wèl!


5 reacties

Mosje · 28 januari 2006 op 10:04

Mooi debuut hier Pietje. Je hebt een aangename en lekkere leesbare manier van schrijven.

Toch twee opmerkingen.
Ik geloof niet dat het de moderne vertegenwoordigers zijn die ‘s avonds bellen. Het zijn de “medewerkers callcenter”. Uitzendbureaus hebben hun ramen volhangen met vacatures voor dit pokkenbaantje.

En om even heel precies de puntjes op de i te zetten: tv schrijf je met kleine letters.[quote]En stel daar tegenover al die TV-commercials [/quote]

Mup · 28 januari 2006 op 19:14

[quote]Een beproefde truc in de reclame is ook om aan de eigenwaarde van de koper te appelleren. De meeste mensen zullen hun haren niet meer soppen met een shampoo van het Kruidvat, als ze voor het dubbele van die prijs een fles kunnen kopen die voorbehouden is aan mensen is ‘die het waard zijn’… [/quote]

Chapeau!

Groet Mup.

KawaSutra · 28 januari 2006 op 23:19

Precies!

prikkels · 29 januari 2006 op 21:12

Welkom op columnX. Wat een leuke column.

Volgens mij heeft Mosje inderdaad gelijk en zijn het medewerkers op een call center die je altijd bellen als je net lekker aan een drankje of je warme prak zit.

Ik heb zelf kort als call center medewerker gewerkt (gelukkig overdag). En met een script bellen, maakt minder indruk dan wanneer men inspeelt op de gesprekspartner. Ik werd er dan ook doodmoe van. En saaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaai dat ut was. Jakkes. 😡

PietjePrecies · 19 juni 2006 op 18:10

Je hebt gelijk natuurlijk, maar ik bedoel dat de ‘vertegenwoordiger met koffertje en stationcar is uitgestorven en dat daarvoor in de plaats de callers (hoe heet zo’n typje eigenlijk?) zijn gekomen. Hun taak is hetzelfde gebleven: rotzooi aansmeren. De vertegenwoordiger deed dat aan de middenstand, de caller a/d consument. Direct-selling in goed Nederlands…

En tv schrijf ik voortaan klein. Bedankt!

Geef een antwoord