Ik zal deze column eindigen met een liedje van Raymond Van Het Groenewoud met als tittel, hoe kan het anders, ’gelukkig zijn.’ Voor alle duidelijkheid, ik hoor het hem niet zó graag zingen. Ik gebruik het enkel om mijn visie, mijn filosofie, mijn reis rond dat grote woord ‘geluk’ af te sluiten. Zeer kort samengevat heeft gelukkig zijn zeer veel, zo niet alles te maken met de rust in het kopje. Gewoon, zoals het hier neergeschreven staat, het onder alle omstandigheden een blij opgewekt levenslustig gevoel ervaren van iemand die zich niet laat van de wijs brengen. Hier is er al meteen een overduidelijk verschil merkbaar tussen de werkelijkheid en de theorie. Daar zal ik me maar gedeeltelijk in verdiepen daar enkel daarop verder borduren misschien wel te drukkend zou zijn. Eerder wil ik stapje per stapje bij een eigen interpretatie komen van gelukkig zijn, gesteund door de sterk autobiografische elementen die me tot deze besluiten gedwongen hebben.

Toegegeven, het is niet simpel. Het is ook niet feilloos bestuurbaar. Was dat maar zo. ’s Morgens bij het scheren de boel een beetje bijregelen en hop, daar ga ik al fluitend mijn, en nu moet ik eventjes rekenen…61 x 365 en dan nog wat schrikkeljaren is 22 280 ste…, nogmaals zeer geslaagde perfecte dag tegemoet…
De eerste dragers van geluk, de eerste pijlers zullen onomstootbaar de omstandigheden zijn waarbij het zich ongelukkig voelen zelfs een recht is. Die omstandigheden kunnen zo extreem zijn dat zelfs het relativeren, het luisteren naar troost of het werken aan de problemen, er niet kunnen voor zorgen dat je als een goedgezind iemand doorheen het leven kunt stappen zonder jezelf te bedriegen. Nogmaals, het ongelukkig zijn is een recht binnen een maatschappij die dit steeds minder en minder toelaat.
Eerste sterk autobiografisch gegeven: Ik heb, alle omstandigheden op een rijtje zettende, met weliswaar hier en daar een uitzonderingetje, ruim de kansen gehad om aanzienlijke delen van mijn leven gelukkig te zijn maar er zijn te grote stukken geweest waar dit niet zo was.

Hoe ouder men wordt, hoe meer zicht men krijgt op het leven. Hier gebruik ik wel twee keer dat verschrikkelijke woord ‘men’ maar nu ga ik wel direct autobiografisch verder. Als ik het goed omschrijf zal ik terecht komen bij de tweede drager van geluk, het individu, het ikje, in vele gevallen, los van de omstandigheden.
Het genadeloos kritisch kijken naar de opeenvolgende generaties in de eigen familie hebben me veel geleerd. Er was wel wat moed nodig om dit hier zomaar aan het papier toe te vertrouwen, daar ik door dergelijke ervaringen op te schrijven onvermijdelijk een spiegel voor de neus kreeg. Pijnlijke inzichten waarover ik andermaal grondig kon nadenken werden zo bloot gelegd.

Twee kinderen heb ik grootgebracht, een koningswens. Ik durf niet te schrijven ‘opgevoed.’ Dat opvoeden zit een beetje gekneld tussen wat de wereld verlangt en wat het individu er van gemaakt heeft. Enigszins geruststellend is dat beiden als gemiddelde Europeanen hun tijd op deze aardkloot aan het doorbrengen zijn. Interessant voor deze column is, dat al van bij de wieg, de ene, en niet toevallig het meisje, steeds tevreden was terwijl de zoon steeds ontevreden was. Hier geef ik schoorvoetend toe dat dat gevoel van ontevredenheid een beetje eigen is aan mannen, maar kom, we gaan verder met mijn ontleding.
Ik weet het nog alsof het gisteren was: De zoon kocht zich met zuur verdient geld een B.M.W. waarvan me de verdere cijfertjes en lettertjes om het precieze model te omschrijven reeds lang ontgaan zijn. Wie nu denkt aan een trotse zoon in een gelukkig moment van zijn leven heeft het grondig mis. Toen hij me de auto toonde was hij al bezig over een ander model van B.M.W. dat nog meer te bieden had dan deze. Terwijl hij zonet een doel in zijn leven gerealiseerd had, diende er zich reeds een leegte aan die hem andermaal ongelukkig stemde.
Dit ene en tal van andere voorbeelden toonde en tonen me nu nog een zoon die niet gelukkig is. Het voorval analyseren als geld en materiaal maakt niet gelukkig is wel waar, maar is ook te kort door de bocht daar ik probeer te bewijzen dat het enorm veel te maken heeft met karakter.
Dat karakter…Dat bijna niet te wijzigen atoompje in ieder van ons zie ik nu reeds als een ‘de appel valt niet ver van de boom’ gegeven bij de kleinkinderen van nog geen vier jaar oud.

Al zeg ik het zelf, zeer interessant is, die ganse theorie van karakters te gebruiken als uitgangspunt bij de terugblik in het verloop van het eigen leven en daarbij kritisch te blijven bij periodes waarbij er van ‘geluk’ niet veel te bespeuren was.

Ik wilde dit! Ik wilde dat! Dat ging dan wel regelmatig door als ‘ambitie’ van een man die vooruit wil in het leven maar de diepere grondslag was de mistevredenheid. De mistevredenheid die ik bij mijn vader gekend heb en die hem fataal geworden is daar hij indertijd op alles en nog wat eigenzinnig agressief reageerde, die eigenzinnige mistevredenheid die ik bij mijn zoon observeer en die hem ondanks grote mogelijkheden binnen onze huidige maatschapij toch op de rand van de afgrond aan het brengen is, die mistevredenheid heeft ook bij mij om maar iets te noemen, een huwelijk, grote stukken in mijn leven werken als een beest en rond mijn veertigste een burn-out van jewelste opgeleverd.
Enige geluk binnen deze geschiedenis: Nu kan ik er op terugblikken als een tevreden man met rust in het kopje. Ietsje meer overhellend naar links of rechts zou voldoende geweest zijn me bijvoorbeeld, ik zeg maar wat, aan de drank te helpen. Nu ben ik blij dat ik het op deze manier kan navertellen.

Mijn kinderen… Op één of andere zondagnamiddag reed ik met hen naar zee, kregen ze een pannenkoek bij de grote speeltuin en mochten ze fietsen op de dijk. Bij het naar huis rijden zat de dochter dankbaar te genieten van de voorbijschuivende natuur terwijl de zoon strontevies voor zich uit zat te staren. Hij had één of andere ding uit het overaanbod aan prullaria uit de vele winkeltjes op de dijk niet gekregen. Dat een dergelijk gegeven nu hun leven stuurt en bepaalt is nog niet bij hen doorgedrongen. Zal ik het hen zeggen?


Meralixe

Er is een smaak, gewoon, een manier van het door het leven gaan, die zo verschillend is van mens tot mens, dat we mogen besluiten dat het eigen gelijk niet bestaat en dat respect voor de andere mening belangrijker is...

9 reacties

arta · 6 oktober 2012 op 13:25

Ik heb veel gelezen in jouw stuk, maar niet jouw eigen beleving van ‘puur geluk’. (Ligt dat aan mij?)
Op jouw laatste vraag heb ik maar één antwoord: ‘Natuurlijk!’

Meralixe, af en toe schrijf je geweldig, maar dit soort stukken zijn, in mijn ogen, zó voorzichtig geschreven, laten zo weinig van jouzelf zien, terwijl je aangeeft dat het je moeite kost. Een gemiste kans.
Laat de lezer los, zou ik zeggen, en laat je eens een keer gaan. De opmerkingen naar de lezer toe en de inleiding van dit stuk (bijv.: Hier gebruik ik wel twee keer dat verschrikkelijke woord ‘men’ maar nu ga ik wel direct autobiografisch verder.) werken storend. Dikke, vette pech als iemand zich stoort aan twee keer ‘men’: Het is jouw stukje, jouw keuze, daar hoef je je niet voor te verontschuldigen!
Al heb ik deze opmerkingen al vaker laten vallen onder een stuk van jouw hand en bedoel ik ze absoluut opbouwend… Doe ik het toch nóg een keer 😉

Yfs · 6 oktober 2012 op 21:24

Best een moedig onderwerp vooral omdat het vraagt om een persoonlijke statement, en die mis ik nu juist. Ben het met Arta eens dat je voorzichtig overkomt en het lijkt of je juist om de hete brij heen blijft draaien. Je hebt het over een spiegel die je jezelf voorhoudt, maar daarin bekijk je niet jezelf maar voornamelijk je kids. De laatste alinea vind ik het mooist, daarin lijk je de hele column treffend samen te vatten. Ik heb smakeljk gelachen om het woord strontevies!

Eens kom je thuis,
als je daar bent aangekomen
weet je dat geluk niet meer is dan
een goed gesprek,
de geur van warme broodjes
en een goed glas wijn,
in een omgeving
waar je mag zijn wie je bent
en bemind wordt.

en dat zegt een eenzame vrijgezel :hammer:

Nachtzuster · 6 oktober 2012 op 22:57

Een onderwerp wat iedereen wel aanspreekt, denk ik. Gelukkig zijn. Inderdaad komt dat pas als je rust in je hoofd hebt en jij hebt dat, als ik je lees. Dat is mooi. Geluk zit niet in materie, maar in de kleine dingen, zoals Yfs zo mooi schrijft. Ik hoop dat je zoon, in de loop van de jaren, ook dat geluk mag ondervinden. Je weet pas wat dat is, als je het ervaart. In je hart, niet met je verstand. Mooi onderwerp, Meralixe.

pally · 7 oktober 2012 op 00:06

Het is zeker een goed onderwerp, Meralixe, maar het lijkt of je er zelf een beetje in verdwaald bent geraakt. Verdwaald in je eigen woordenbrij, in het steeds theoretisch uitleggen, waardoor je het gevoel er uithaalt.
Ik moest heel goed lezen om te vatten wat je eigenlijk voor persoonlijks wilt zeggen.
Wel een zinvolle worsteling met taal en gevoel, maar naar mijn idee nog niet helemaal gelukt.

groet van pally

Libelle · 7 oktober 2012 op 11:28

Wat een gedegen analyse van de reaguurders boven mij!
Ik heb jouw verhaal met belangstelling gelezen.
Onze maatschappij drijft op mensen die zitten te pruilen op de achterbank omdat ze iets niet krijgen.
Velen scheppen er genoegen in om het toch te verwerven en ontstijgen nooit dat niveau. Pas later leerde ik tevreden te zijn met wat ik heb en, dat geluk bestaat bij de gratie van het ongeluk. Mijn raam staat altijd open, opdat geluk kan binnentreden, mocht het een keertje in de buurt zijn. Ik probeer het geheim te houden, anders maakt er iemand een product van.

Pierken · 7 oktober 2012 op 11:37

Eens met Libelle. Geluk zit ‘m in de kleine dingen. Zodra het ‘ikje’ of ‘atoompje’ zoals jij dat zo mooi schrijft afhankelijk wordt van grotere dingen om andere doeleinden te compenseren, dan wordt het grote geluk lastig haalbaar. Jouw zoon heeft als veel anderen een BMW. Een vluchtige manier om via de zogenaamde bevestiging die je daarmee krijgt gelukkig te worden. In mijn beleving zijn status en geld grote stoorzenders bij het gelukkig zijn/worden. En is onze consumptiemaatschappij daar inderdaad debet aan. Al met al blijft ‘gelukkig zijn’ een momentopname en laat het zich in die vorm moeilijk vangen.

Ik ben het eens met jouw visie, maar je stoeit met de formulering en de vorm. ‘Gelukkig’ zie je zelf in dat clichés als ‘men’ nekhaargevoelig zijn. Door de eerder genoemde voorzichtigheid leest het als een te geforceerd maken van een statement. Alsof je in wezen te bescheiden bent om deze grootheid te mogen benoemen, getuige ook je laatste zin. En dat terwijl je weldegelijk goed zicht hebt op wat er hier geschreven wordt, dus bescheidenheid m.i. aan de kapstok mag.
In de vorm mag je wat mij betreft de aankondigingen van wat je gaat schrijven achterwege laten. Dat lees ik wel als lezer. Daar trap ik zelf ook nog wel eens in; schrijven wat je gaat schrijven is een verbijzondering van iets dat het vervolg ontkracht.

Vwb je laatste zin: Ja, doet u maar….

Ferrara · 7 oktober 2012 op 12:29

Moedig om geluk aan te kaarten, want dat ligt toch voor iedereen anders, denk ik.
De zoon blijft erg bij mij hangen. Ik heb een schoonzoon die altijd op jacht is naar meer en anders en nooit is het goed genoeg.
Mistevredenheid vind ik een mooi woord.

Sagita · 8 oktober 2012 op 02:16

Leuk stuk Meralixe; een beetje filosoferen over het geluk. Ik zie je zitten aan je schrijftafel, een beetje mijmeren en likken aan je pen. En ja aan de vruchten herkent men de boom, zo’n spreekwoord hebben wij hier in het noorden ook.
Een opmerking: ik zou de prioriteit van de dragers onder het geluk omdraaien. Eerste en belangrijkste vind ik de persoon – aanleg en karakter – en op plaats nummer twee de omstandigheden waaronder geleefd wordt!
Groet Sa!

Meralixe · 8 oktober 2012 op 07:47

Mijn dank voor het overvloedig en uitgebreid reageren op een schrijven dat ik zelf al niet zo best vond. Dus, al de negatieve kritieken, vooral op gebied van schrijfwijze en vertelkunst…ze hebben een grond van waarheid waar ik tracht van te leren.
Mijn grote doel was feitelijk om een grote en waarschijnlijk terechte kritiek te geven op de druk van de maatschappij op onze levenswijze waar we met zijn allen slachtoffer van zijn. Dat er, om één of ander niveau te bereiken dagdagelijks tweeverdieners nodig zijn die nauwelijks tijd hebben voor zichzelf en hun naasten, en dat er daardoor veel ‘ongelukkige ‘ mensen zijn hebben we niet altijd in de gaten.
Deze gedachten zouden, zo dacht ik, als ik niet oplette, de bedenksels geweest zijn van een oude zeurkous. Daarom dacht ik dat het met een autobiografisch sausje er overheen, toch nog aanneembaar zou worden en dat is het dan ook, gezien de reacties en de andere terechte meningen en overdenkingen ook nog geworden. :pint:

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder