Ik woon niet in een villa aan het strand, maar in een wijk van Denpasar, de hoofdstad van het eiland Bali. Dit is geen stedelijke agglomeratie en evenmin een landelijke omgeving, maar een apart, in West-Europa verdwenen milieu, tegelijk stedelijk en landelijk. Hier in de buitenwijken van de stad houden vele mensen kippen die overdag op straat lopen te pikken en, wanneer het donker wordt, in de tuin van hun eigenaars gaan slapen. Indonesische kippen kunnen een aardig stukje vliegen en fladderen zomaar een boom in om op een tak de nacht door te brengen. Het zijn dan ook zeer magere kippen omdat ze zoveel aan sport doen, maar er zitten gegarandeerd geen hormonen of antibiotica in en ze smaken heerlijk.
Ook varkens worden gekweekt in stallen achter de huizen. Dat ziet men natuurlijk niet op het eiland Java, waar de moslims in de meerderheid zijn.

Voor hun huizen, onder een afdak, en voor iedereen zichtbaar, werken ambachtslui zoals herstellers van bromfietsen, mandenvlechters, mensen die houten beeldjes vervaardigen, steenhouwers, verkopers van watermeloenen, uitbaters van eetkraampjes en alle mogelijke andere handarbeiders.

Dat hele wereldje staat vroeg op. Om zeven uur in de morgen is iedereen al druk in de weer en ze maken altijd veel lawaai. Wat opvalt is dat ze altijd zo vrolijk zijn. Wie zou niet vrolijk zijn wanneer meestal de zon aan een blauwe hemel schijnt, zelfs tijdens het regenseizoen tussen twee plensbuien door.

De huisnummers volgen elkaar niet op. Ik woon op het nummer 70, en mijn buurman woont in nummer 12 terwijl mijn overbuur in nummer 55 verblijft. Nog erger : in mijn straat zijn er twee nummers 70. Brieven aan mij gericht komen dan ook dikwijls aan bij die andere mensen die hetzelfde adres hebben als ik, maar in een ander huis wonen op vijftig meter van mijn woonst en een andere naam hebben.

Daar komt nog bij dat Indonesiërs geen onderscheid kunnen maken tussen voornaam en familienaam omdat die begrippen hier onbekend zijn. Velen hebben slechts één naam (zoals bv Soeharto) die tegelijk voor- en achternaam is, en wie twee namen heeft, zoals bijvoorbeeld Ketut Putriani, heeft niet als familienaam Putriani. Namen worden niet doorgegeven aan de afstammelingen of de echtgenote(s). Zo is er bijvoorbeeld de heer Hambali, wiens echtgenote niet met mevrouw Hambali mag worden aangesproken doch wel met haar eigen naam, namelijk mevrouw Siamsyar, en wiens dochter Dewi niet Dewi Hambali is, doch wel Dewi Ratnasari en zo staat het ook geschreven op de identiteitskaart van die dochter.
Vandaar dat Westerlingen zoals ik steeds worden aangesproken met de voornaam, in de stijl van mijnheer Jan of mijnheer Piet. Bij de banken, de immigratiedienst (die toch beter zou moeten weten) vergeet men dikwijls mijn familienaam te vermelden, want dat begrip heeft dus geen betekenis voor hun.

De postbode zal het nooit leren. Brieven voor mij gaan naar dat andere nummer 70 en vice-versa. Trouwens zelden zie ik dezelfde postbode. Soms zijn het leerlingen-postbodes, soms redelijk ouwe mannen (nooit vrouwen).
Ik heb de indruk dat men in het centrale postkantoor elke dag met de dobbelstenen gooit. Wie wint mag naar die wijk, een verliezer naar een andere wijk om
brieven te bezorgen.

In mijn buurt heb je ook vele eetkraampjes (warungs noemt men dat) die elk hun eigen specialiteit warm eten aanbieden. Je kan dus je eigen menu samenstellen, want je bestelt bijvoorbeeld gebraden kip bij de eerste warung, rijst bij de tweede en groenten bij de derde en alles komt gloeiend heet op je bord. Geen gevaar voor bacteriën dus. Het is wel raadzaam je eigen bord en bestek mee te brengen want de borden van de warung worden afgedroogd met een handdoek die de dame van de warung ook gebruikt om haar zweet af te vegen, in te niezen, even het eetkraampje af te stoffen en tenslotte ook voor de vaat.
De prijs van een heerlijk maal is 1 euro. Je krijgt dan bijvoorbeeld 10 kippensateetjes, een loempia, rijst en groenten.

En zo leef ik hier al bijna 21 jaar tussen mensen die geen Vlamingen zijn, doch wel Indonesiërs, maar dat Indonesisch volk heeft mij in de loop der jaren gedeeltelijk ingepolderd, weliswaar niet volledig zoals de Zuiderzee het IJsselmeer is geworden, maar toch voldoende om soms te schrikken wanneer ik een vers aangekomen blanke toerist uit Nederland of België ontmoet en mij plots ervan bewust ben dat ik inderdaad niet helemaal Vlaming meer ben, en toch ook niet helemaal Indonesiër.

Mijn zoontjes hebben daar geen moeite mee want zij zijn een klasse apart : ik ben hun Belgische vader, die nochtans niet meer zo Belgisch meer is, en hun moeder is een Indonesische.

Gelukkig leven mijn zoontjes in deze tijd, want tijdens de koloniale tijden (en niet alleen in de toenmalige Nederlandse kolonies doch ook in het vroegere British Empire) zouden zij beschouwd worden als halfbloedjes, Eurasians, die de blanken willen imiteren en toch een trap lager staan.

Ongelukkig genoeg heeft een groot gedeelte van de Indonesische bevolking de vooroordelen in verband met Eurasians overgenomen van de koloniale meesters van weleer.

Indonesische simpele dorpelingen (die de meerderheid van de bevolking uitmaken) zijn racistisch en verwijten de halfbloeden (zo noemen ze mijn kinderen) dat ze meer kansen in het leven krijgen dan de echte Indonesiërs.

Nochtans zijn mijn zoontjes de toekomst : een toekomst zonder racisme, waar zij hun plaats vervullen als wereldburger.


5 reacties

Dees · 28 oktober 2004 op 18:22

Mooie, beeldende column, meneer de ingepolderde Indobelg.

Mijn broer is getrouwd met een Thaise vrouw en ze dromen ervan om ooit daar te gaan wonen.

Als ik dit zo lees en hun verhalen hoor, geef ik ze groot gelijk. Al denk ik ook dat mijn neefje het daar nog wel eens moeilijk zou kunnen krijgen, als ‘halfbloed’. Maar dat zou vermoedelijk in Nederland voor hem ook het geval zijn, mocht hij toch hier blijven… Racisme is iig volkoverstijgend.

Groet,

Dees

Mup · 28 oktober 2004 op 21:24

[quote]Nochtans zijn mijn zoontjes de toekomst : een toekomst zonder racisme, waar zij hun plaats vervullen als wereldburger.[/quote]

Eerst mag ik even het leven rond nr. 70 in Indonesie even bekijken, en dan maak je het nog mooier met bovenstaande afsluiting,

Groet Mup.

Raindog · 28 oktober 2004 op 23:55

Genoten weer…. Ik als niet-reiziger die op deze wijze toch een kijkje mag nemen in een andere wereld. Het kijkje op je toekomstbeeld delen we. Van harte zelfs.

Raindog

pepe · 30 oktober 2004 op 08:50

Heel leuk om zo even in het leven van Wayan rond te lezen. Beeldend geschreven. 🙂

Ma3anne · 30 oktober 2004 op 09:06

Heerlijk dit zicht op Bali vanuit jouw belevingen. Onverwacht grappig of mooi telkens weer die Vlaamse zinswendingen. ‘Varkens kweken’ is zo’n uitdrukking, die bij mij in eerste instantie iets oproept van een kudde biggetjes in een Petrischaaltje, maar dat beeld stel ik uiteraard snel bij om maar niets te missen van de beelden die je schildert. 😀

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder