Liefdeloos voelen is een verlangen naar de wijze en warme woorden van mijn moeder. Helaas zijn die woorden verdwenen en kan ik het niet zonder. Wat rest is het verlangen. Nu ben ik wees en ben aangewezen op eigen kracht en inzicht.
Dat lukt bij tijd en wijlen totaal niet. Mijn partner vult het gebrek aan liefde niet aan. Is het leven een illusie geworden? Natuurlijk kan ik de liefde in werk of hobby kwijt, en natuurlijk aan de kinderen en kleinkinderen. Deze geven ook liefde terug, tenminste als ik ze mocht zien. Dit is niet aan de orde, ik ben afgekeurd voor vader en werk, hobby’s zijn te duur geworden en van niemand ontvang ik een opbeurend of waarderend signaal, – is ook een vorm van liefde -,de kaars gaat steeds zwakker branden.
Ik geef ruiterlijk toe dat dit geen prettig humeur geeft, de gedachte aan de toekomst is mij één die totaal niets brengt, – een heel groot grijs gebied. Ik zie het als een moerasgebied in de zwarte nacht, met hier en daar een vengraspol en wat uitgedroogde ruspluimen. Niet een plek waar je met opgeheven hoofd en voorzien van allerlei plannen zomaar doorheen wandelt. Beter lijkt het me tegenwoordig om daar helemaal niet aan te denken.
Tegenwoordig lukt het denken op zich trouwens helemaal niet, is het omdat het verstand weigert te denken? Door wat, – ja waardoor eigenlijk? Wat ik op het ene moment denkt, ben ik binnen de kortste keren kwijt. Toen mij dat op begon te vallen, had ik er eerst geen verklaring voor.
Ik gebruik nogal wat medicijnen, kan daar ook wel aan liggen. In de avonduren ben ik me aan voorbereiden voor de nacht. Ik neem hiervoor nogal uiteenlopende hulpmiddelen. Helaas lig ik daarna uren naar de lamp aan het plafond te gluren, het verleden trekt voorbij, totdat ik het bed maar weer verlaat. Weer een glas drink en een rokertje, en maar piekeren over iets uit het verleden.
Dat verleden staat altijd op de film in mijn gedachten, dat gaat vanzelf. Allemaal komen ze voorbij, alle rotgevoelens die ik toen opliep, alle verkeerde vrienden, iedereen die me een mes in de rug stak.
Zou het niet zo kunnen zijn dat ik weiger om iets toe laten tot mijn verstand, omdat ik verder ben dan met alleen het toelaten van het gevoel. Om wat voor reden dan ook, is mijn verstand waarschijnlijk de baas over het gevoel.
We hebben namelijk de gewoonte om ons verhalen en gevoelens aan te laten praten, vooral wanneer we daar een fijn gevoel van overhouden.
Ik ben tegenwoordig niet meer ontvankelijk voor een fijn gevoel, het verstand verbiedt me dat toe te laten. Dat kan ik jammer vinden, maar ik weet niet meer wat een fijn gevoel is. Wil ik nog wel terug naar vriendschap, schijnheiligheid en onverdraagzaam verdriet?
Ik wil graag verder leven in alle rust met de blues en mijn boeken, geen onrust van buitenaf meer, – als dat eens mogelijk zou kunnen zijn. Daar dient het verstand voor te zorgen. Ik ben benieuwd.

2 reacties
Harrie · 31 januari 2011 op 09:32
Antwoorden waaien door de wind. Just notice!
arta · 31 januari 2011 op 19:09
Misschien helpt het om eens wat goede herinneringen naar boven te halen, een leven is nooit geheel zwart, al kan dat op sommige momenten misschien wel zo voelen. Misschien, wanneer je de kleine schakeringen grijs, of misschien zelfs wit, weer toelaat in je leven ontdek je weer mensen/dingen die jouw bitterheid wat zoetstof geven…