Ze loopt naar me toe. Of liever; ze béént naar me toe. Statig, als een reus. Foeilelijk eigenlijk. Ze draagt een soort van roze truitje met opdruk. Voor een jongen niet te definiëren in ieder geval. Behalve voor Gordon dan. Of Leco van Zadelhoff. Of voor iedere andere homo for that matter. Op haar gezicht prijkt een iets te grote zonnebril die haar lichte vermoeidheid net niet kan verhullen. Daarboven draagt ze een hippe bruine pet. De makkelijkste oplossing is mijn eerste gedachte. Niettemin staat het haar zeer ‘kek’. De guitige blik in haar ogen verraadt haar ondeugd. Ze ziet er – om er eens een cliché in te gooien – goed uit.

Ze begint te vertellen. Het eerste wat me opvalt is haar ingenieuze taalgebruik. “Ja, ik weet het, ik ben een soortement van lamzak. Heb je trouwens Piesporter in huis? Ik heb intens veel zin om even te slempen.” Een student met toch een dorps dialect. Als een Minister van Justitie die rapt. Ik glimlach en zeg dat er drie flessen koud staan in ’t tuinhuisje. Trots deelt ze mee dat ze brie (Préésiedan) en stokbrood heeft meegenomen. Ik zeg: “Goh, je begint wel erg cliché te worden. Dat ik dat nog mag meemaken van iemand die haar kamer zo minimalistisch heeft ingericht dat het net lijkt alsof je nog aan het verhuizen bent.”

Een situatieschets; haar studentenkamer bestaat uit: een volledig bruine (volgens haar paars. ‘jij ziet het niet goed, omdat je hem nooit bij daglicht ziet’) muur zonder ook maar eens poster, foto of schilderij. Rechts staat haar eenpersoonsbed, tegen de vensterbank van haar raam. Blauwe luxaflex zorgen voor een donkere inval. Ik heb overigens welgeteld één keer gezien dat de luxaflex open waren. Op de vensterbank staan een waterkoker en wat ongebruikte kaarsen. Tegen de bruine muur staat haar bureau met daarop slechts een laptop, wat losse papieren, een nog af te wassen bord en een doos Pringles. Een bureaustoel en een hangstoel resteren het in mijn ogen ietwat mistroostige aangezicht. Oh, en er is aan de linkerkant een wasbak met spiegel.
Kortom; niet mijn stijl. Ik ben een idioot met teveel aan emotie in zijn aars die graag onder het genot van rustige muziek met op de achtergrond het geknetter van de openhaard graag op de luxe sofa met zijn vriendin ligt te praten over de dingen des levens. Anders dus.

Ze geeft me een kus, pakt wijn uit de koelkast en sleept me mee naar boven. Boven doen we niets. We drinken tot de zon op komt en zeggen dat we elkaar zo leuk vinden. En dat het zo raar is. Zo ongeloofwaardig. Want wij passen niet bij elkaar. Zij conservatief, ik ruimdenkend. Zij christelijk, ik atheïst. Zij voorzichtig, ik impulsief.
Dat soort gelul. De volgende ochtend besef ik dat ik volmaakt gelukkig ben. Zij, ik en een IKEA-bed. Zo simpel kan het zijn. Het is voor het eerst in mijn leven dat ik dat denk. Geld en glamour: bullshit. Nieuwe verkiezingen: who gives a fuck? De teloorgang van het Nederlands Elftal? Het kan me niet meer boeien. Twee mensen die elkaar beminnen, dat is het leven.

Ze slaapt nog half, maar door mijn moment van helderheid over het leven kan ik het niet laten haar te zoenen. Ze kreunt en grapt dat ze nog vijf minuutjes wil liggen voordat ze de kinderen naar school gaat brengen. Ik grinnik, maar belerend als ik ben, fluister ik dat ze eruit moet aangezien ze over een uur weer mensen moet lastig vallen over de telefoon. Met veel tegenzin stapt ze uit bed en kleedt ze zich aan, maar niet voordat ze me meldt dat ze ‘het wel een leuke avond vond en de geneugten van een relatie begint te waarderen.’

Na de bekende vrouwelijke werkzaamheden, pakt ze haar tas en vist ze er nog een pak koekjes uit. Pim’s van LU, rechtstreeks uit Parijs. Vol overgave kruimelt ze een koekje weg. Ik merk dat ik dit alles enthousiast gadesla. Ik volg haar, omdat ik weet dat ze weg moet. Ik haat afscheid van haar nemen, het is zo’n anticlimax. Ze geeft me een kus, pakt mijn hand en we lopen naar beneden. Ik doe de voordeur open, geef haar een nogmaals een zoen en ze beent weg.

Niet veel later krijg ik een smsje. “Jij, ik en een IKEA-bed. Dat is het leven toch?” prijkt er op mijn telefoon.

Lijken we toch nog een beetje op elkaar.

Categorieën: Liefde

6 reacties

Anne · 15 september 2006 op 13:48

Leuk verhaal. “Ze kruimelt een koekje weg”, een muisje met benen. Mooi gevonden beeldspraken.

Dees · 15 september 2006 op 18:08

Genieten zo’n stukje. Mooie beeldspraken, ronde zinnen en een rond, origineel geheel.

Ann · 15 september 2006 op 20:06

Het is nu officiel, ik ben een fan van jou!
😀

champagne · 16 september 2006 op 01:42

Jij, ik en een IKEA bed…mooi gevonden. Er zijn tijden dat dat inderdaad het enige belangrijke is in een leven. Zucht… 😉

KawaSutra · 16 september 2006 op 02:49

Frequin, je mag van mij frequent insturen! 😛

DreamOn · 16 september 2006 op 19:38

Prachtige column, echt geschreven vanuit een verliefd hart. En wat maakt het uit dat je uitersten bent: die trekken elkaar toch juist aan?
Het gaat gewoon om de chemie tussen twee mensen.
🙂

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder