Er was eens een dag dat ik samen met God de wereld schiep.
“Ben je nu eindelijk eens klaar?” riep hij, terwijl ik een zojuist geschapen lekkerbekje met saus nog in de hand had.
“Ja hoor, het feest kan beginnen, laat die kerel maar los in dat paradijs,” riep ik.
“ Is er ook water,” vroeg God.
“ Tuurlijk, dat is toch niet zo moeilijk.” “Water moet wel anders dan de rest van de materialen, dat weet je toch hè,” vroeg hij bedachtzaam. “ In die vorige wereld die je gemaakt hebt, lagen de vissen op een gegeven moment dood op het ijs, toen de eerste winter zich aandiende.
“ Jezus, God, u begint ook altijd meteen over details,” zei ik een beetje geïrriteerd.
“ Maar heb je het nu wel goed gemaakt?” vroeg God.
“ Nee, weer hetzelfde,” antwoordde ik.
“ Dan sterft de hele mieterse boel ook nu weer uit,” zei God en pakte mij bij de hand.
“ Kom mee, dan leg ik het je uit.”
Bij een door mij geschapen meertje namen we plaats aan de oever en God begon te spreken.
“ Wat doet water als het koud wordt?” vroeg hij.
“ Zinken,” antwoordde ik.
“Waarom?” zo wilde hij weten.
“ Omdat iedere massa op aarde krimp, als het kouder wordt. Dat hadden we toch ook zo afgesproken?” vroeg ik hem retorisch.
“ En als het heel koud wordt?” zo ging hij verder.
“ Nog meer zinken,” zei ik.
“ Denk nou eens even met me mee,” riep God een beetje boos.
“ Ok, als water heel koud wordt dan verandert het in ijs.” zei ik.
“En waar ligt dat ijs in het water dat jij zojuist geschapen hebt?” vroeg hij.
“Op de bodem?” zo veronderstelde ik.
“Dus ijs in jouw water groeit vanaf de bodem en uiteindelijk komen de vissen daar bovenop te liggen. Vind je dat handig?”
“ Nee niet echt, maar dat hadden we toch voor alle materialen afgesproken?”
“Jawel, zo ging God verder, maar op deze manier is er geen leven mogelijk.
Laten we dit afspreken. Bij water doen we het anders. Als dit medium tot een graadje of vier is afgekoeld, dan laten we het vanaf die temperatuur en lager weer uitzetten, zodat het koudste gedeelte boven komt drijven en de levende wezens uiteindelijk onder het ijs kunnen overleven. Is dat begrepen, zo voegde hij eraan toe.
“Oké God,” zei ik.
“ Je kunt gaan,” zo besloot hij en ik schiep het water zoals hij dat wilde.

Waarom nu dit verhaal?

Zoals bekend, zal het ijs van de Noordpool waarschijnlijk zeer binnenkort verdwenen zijn.
Ik heb met God afgesproken dat dan de golfstroom van het water een andere wending gaat nemen en er over een tijdje ter plaatse weer een temperatuurdaling gaat plaats vinden en, als gevolg hiervan, weer een ijskap gevormd wordt. Dat gaat al miljoenen jaren zo.
Is dat begrepen?

Categorieën: Maatschappij

4 reacties

SIMBA · 18 juli 2008 op 08:47

En zo zal het nog miljoenen jaren gaan….
Begrepen!

CJvZ · 18 juli 2008 op 11:55

Nee, ik begrijp het nog niet helemaal. Dat de regels zijn zoals ze zijn, kan ik niet meer aannemen. Maar waarom? Dat is de vraag die ik zou willen stellen. Waarom zo? Dat het niet de bedoeling is dat de vissen uitsterven, snap ik. Maar waarom?

Zou je dat uit ook uit kunnen leggen?

arta · 18 juli 2008 op 16:39

Ik geloof dat ik hetzelfde had als CJvZ. Ik begreep wat je wilde zeggen, maar begrijp niet wat je punt is…:-)

Dees · 18 juli 2008 op 16:47

Ineens deint een flard [i]Oh Lord, please don’t let me be misunderstood[/i] in mijn hoofd. Ik vind het een mooi stukje, wel ingenieus die God 😉

Geef een antwoord