Achter veel van mijn activiteiten zit een gegronde motivatie. Ik doe ze omdat ik ervan geniet, er iets van leer of er anderen een plezier mee doe. Toch overkomt het me vaker dan ik wil dat ik mijn acties slecht kan plaatsen. Zoals nu. Het is dinsdag, een uur of elf ´s avonds. Ik ben de kamer van mijn jaarclubgenoot Chris aan het verbouwen, maar niet volgens de ‘Eigen huis en tuin’-methode. Aan de muur hangen de initialen van onze jaarclub, die mijn partner in crime Meike heeft samengesteld uit enorme maandverbanden. Alles wat los in de kamer lag zit nu in vuilniszakken, nonchalant opgestapeld tegen Chris’ bureau. Studieboeken, kleren, de laptop en de Senseo liggen broederlijk naast elkaar in hun grijze onderkomen. Ook de muren en ramen zijn versierd met vuilniszakken, bespoten met glow in the dark nepsneeuw en lichtgroene carnavalssmurrie.

Na anderhalf uur verbouwen gaan Meike en ik uitgeput op het met vuilniszakken opgemaakte bed liggen. Dit is nog maar het begin van de avond. De verbouwing is slechts een radertje van een groter plan, dat onder meer bestaat uit het ontvoeren van Chris en het half kaalscheren en half roze verven van zijn prachtige krullenbol. Hoe langer ik erover nadenk, hoe afschrikwekkender deze tijdsbesteding wordt.

Hardop denkend vraag ik Meike waarom we dit ook alweer doen.
‘Omdat het hoort als je jaarclubgenoot bestuur gaat doen, dan heb je als jaarclub recht op één laatste avond met hem voordat hij geen tijd meer voor je heeft’, zucht ze.
Ik geloof niet dat dit de manier is waarop ik gebruik wil maken van dit recht. Aan Meikes gezicht te zien is dit ook niet haar favoriete tijdsbesteding.

En toch doen we dit. Toch zijn we al dagenlang bezig met de voorbereidingen van dit spektakel. Er is een scenario bedacht en bediscussieerd. Er zijn stapels accessoires aangeschaft en er is tijd gemaakt in ieders drukke schema. Dat alles, terwijl niemand Chris op deze manier wil behandelen. We zijn gevangen in deze traditie en proberen hem te volbrengen, ‘omdat Chris het wil’.

Dan wordt het me teveel. Ik knijp mijn bevuilniszakte kussen fijn, haal diep adem en neem een besluit. Ik stop met deze missie. Ik ga naar huis, dingen doen waar ik volledig achter sta. Tevreden over mijn volwassen keuze stap ik op mijn fiets.

Te vroeg gejuicht. De dag daarna is het weer raak. Mijn jaarclubgenootje Sara gaat dit jaar in het bestuur van haar studievereniging. De plannen voor haar laatste avond zijn milder en ik laat me overhalen mee te helpen. Twee uur na haar ontvoering hangt ze brakend boven een emmer, na iets te enthousiaste alcoholconsumptie. Ik heb medelijden met haar en voel me ontzettend dom. Misschien is het tijd voor een cursus innerlijke overtuiging.

Categorieën: Algemeen

2 reacties

Eddy Kielema · 12 oktober 2006 op 12:19

‘Tradities’ van studentenverenigingen vind ik een goed voorbeeld van kuddegedrag en groepsdwang. Omdat je niet buiten de groep wilt vallen, doe je mee. Je eigen mening en gevoelens zijn ondergeschikt aan die van anderen. Knap dat je daar in eerste instantie weerstand tegen biedt, maar jammer dat je je daarna toch laat overhalen om als een mak schaap weer mee te doen. Gelukkig voel je je na afloop ‘ontzettend dom’. Dat klinkt bemoedigend.

KawaSutra · 12 oktober 2006 op 23:51

Nooit wat van begrepen, die kinderlijke uitpattingen van studenten. Een aantal van hen, waaronder jij, begrijpen het dus zelf ook niet.
Wel leuk beschreven.

Geef een antwoord