Woensdagmiddag, een telefoontje van een collega. “Patrick zie je het zitten om een maand naar Korea te gaan ?”. Het perspectief van de opmerking ontging me volledig. Zonder dat te verhelderen antwoordde ik aarzelend “een maand Korea ? Tja, euh… dat lijkt me wel wat”. Op het moment dat de woorden mijn mond ontsnapten, besefte ik dat ik geen opheldering had gevraagd, en dat me totaal niet duidelijk was wat “me wel wat leek”. Nu, met terugwerkende kracht kan ik zeggen dat het idee van weer een reis, het onderweg zijn, de ervaringen die onlosmakelijk met een reis verbonden zijn, me deden besluiten zonder enige kennis toch in te stemmen.

Wel bleek later dat er eerst een selectiedag zou plaatsvinden, georganiseerd door de Rotary club. (een verzameling geslaagde ondernemers verenigd in een decadent maar ludiek clubje)
Er waren veel gegadigden, daarom zou er een selectiecommissie bepalen welke vijf kandidaten als team naar Korea zouden gaan. Tot mijn verbazing werd ik direct na de selectiedag gebeld, en werd me verteld dat ik deel uitmaakte van het team, en dus naar Korea zou reizen. Een kale “ex vechtsporter” als vertegenwoordiger van de Rotary club. Ik vond het een boeiende paradox. Na een intensieve periode van voorbereiding stonden we dan plotseling op schiphol om naar Korea te vertrekken. Eenmaal in het vliegtuig drong langzaam het besef tot me door, “Korea, … een maand”

Het is onmogelijk om een maand Korea te vatten in ongeveer 400 woorden, geuren, gezichten van mensen, bergen, rijstvelden en door bos omrandde meren ondersteund door een rode ondergaande zon. Het gevoel en de stemming die dat teweegbrengt is voor een ieder anders.

Mij geeft het iets melancholisch, iets droevigs, maar iets krachtigs. Juist dat heerlijke, pure gevoel van somberheid, doet je het leven intens ervaren. Ondertussen is de voor ons gereserveerde bus gestopt.
De schok die dat veroorzaakt verstoort ruw mijn gedachten en brengt me terug naar het daar en nu. Ik stap uit, loop naar de rand van een meer waar grote stenen uitnodigend in het water klaarliggen.
Zonder na te denken zou ik vroeger vol overgave op de stenen zijn gesprongen, proberen de verst uit elkaar liggende te overbruggen met een sprong. Het feit dat ik dat daar, op dat moment niet deed, doet me beseffen dat ik een “oude man” word.

Een tevreden gevoel bekruipt me, om me heen kijkend naar de bergen, het spiegelgladde water waarin de bomen weerspiegelen brengt rust, een heerlijk gevoel van rust.
Tevreden ben ik over het besef dat ik vroeger die stenen bedwong, nu tevreden over het feit dat ik dat niet doe. Mijn gespring op die stenen zou het vlakke water verstoren, zou de prachtige harmonie waar ik nu deel van uitmaak teniet doen. Mijn plaats is nu hier, beschouwend, ervarend wat ik nu ervaar. Niet meer op die stenen daar beneden.
Waarschijnlijk zou ik naar beneden kijken om de plek waar ik moet landen niet te missen. Met het gemis van de schoonheid van de bergen de bomen en de (inmiddels bijna verdwenen) zon als gevolg.

De stenen die ik in het verleden bedwong maken ruimte deze nu met rust te laten.
Nu realiseerde ik me dat ik op de juiste plaats ben, op het juiste moment, en de juiste rol vervul. Niet daar benenden op de stenen, maar hier aan de rand.
Op dat moment zijn werk, status, maatschappelijke positie, geld, Nederland op het wk, Amsterdam, ontzettend ver weg, niet meer relevant ook.

Wat wel relevant is zijn mijn ouders, vrienden, en dierbaren. Op dat moment sta ik stil bij de mensen die belangrijk voor me zijn. De immer latent aanwezige maar gecontroleerde emotie heeft altijd voor een doeltreffend verbond heeft gezorgd tussen mijn lichaam en geest. Ditmaal liet ze zich gelukkig niet langer beteugelen door een relativerend ratio en een gehard lichaam. Ik neem me voor dat ik vaker uit ga spreken dat ik ze waardeer en koester omdat ze mijn een leven kleur geven waarvan ik de naam niet eens kan uitspreken.

Een licht gevoel van frustratie bekruipt me, omdat ik niet de ondergaande zon, het water en de weerspiegeling van de bosrand mee kan nemen. Het net van de visser wordt haast zonder rimpels verwelkomd door het water alsof het er deel van uitmaakt. Woorden gebruiken om dit moment over te brengen zoals het zich op dat moment manifesteerde slaan de plank hopeloos mis, en doen dit waardevolle moment van bezinning tekort. Ik neem me voor toch een poging te doen als ik terug ben.

Een tweede keer word ik ruw gestoord in mijn overpeinzingen. Ditmaal is het de toeter van onze bus de boosdoener. Blijkbaar waren de anderen al eerder op de hoogte van ons aanstaande vertrek, want op het moment dat ik instap zitten de anderen al op hun plaats. “Mooi he…?” zoekt een teamgenoot naar bevestiging van de zojuist ervaren schoonheid. Ik knik, bang dat een oppervlakkig “ja” onze ervaring zou denigreren. “Waarom heb je geen foto’s gemaakt..?” vraagt iemand me.
De vraag klinkt bijna verwijtend. Na enige momenten stilte antwoord ik “Daar kwam ik niet aan toe..”. Haar blik, vervuld van onbegrip in combinatie met een instemmende knik, waren in perfecte paradox met elkaar. Uitleg was teveel gevraagd. Ik liet het zo.

Onze reis bracht ons naar het volgende gastgezin. De leden van de Rotary clubs waar we te gast waren hebben kosten noch moeite gespaard om het ons naar de zin te maken.
De gastvrijheid waarmee we werden ontvangen was enerzijds hartverwarmend, maar soms zo intens dat het beklemmend werd. Onze dank voor het bieden van onderdak, het regelen van vervoer en het intense programma dat voor ons was gerealiseerd konden we helaas niet altijd uiten.

De beheersing van de Engelse taal is als volgt te omschrijven: Matig… tot uiterst beroerd. Dit had tot gevolg dat in menig gastgezin waar we verbleven veel vriendelijk geknikt werd, glimlachen werkt ook goed. Het gevolg hiervan is dat er vaak terug “geglimlacht” wordt. Voor je het weet sta je lief over en weer te glimlachen ondanks dat de reden van die glimlach voor alle betrokkenen volstrekt onduidelijk is. Ook dat zijn ervaringen die een maand Korea bijzonder maken.

Korea heeft ons met meer dan open armen ontvangen. Het gaf me soms een warme deken en soms een regenbui die je pas als verfrissend ervaart als je weer droge kleren aanhebt. De mensen die we hebben ontmoet waren zorgzaam en uiterst betrokken, en maakten ons verblijf tot een onvergetelijke ervaring. Hieronder wat steekwoorden die me te binnen schieten als ik terugdenk. Het kost me teveel tijd en ruimte om ook van deze afzonderlijke woorden een verhaal te smeden. Dat zal ik de lezer ook niet aandoen.

Teruglopend met twee volle boodschappen tassen vanuit de supermarkt lukt het me niet langer vage bekenden of mensen die me “volgen in de krant, of andere media” te ontlopen.
Waar ik bang voor was geschiedt:
“Hey Pat, ben je al weer terug…? “Hoe was het in Korea…?”

Ik wil niet onbeleefd zijn…. Ook niet (weer) de indruk wekken dat ik arrogant ben….. maar,.. ik weet niet waar ik moet beginnen. “Bijzonder” stamel ik gefrustreerd omdat ik niet in staat ben een kernachtige one liner te geven die de lading dekt………


11 reacties

Mien · 9 juli 2010 op 14:25

Ik wil niet onbeleefd zijn. Maar de wollige uitvoerigheid waarmee je eigenlijk het liefst heel eenvoudig iets kernachtig wil zeggen over jouw jin en jang belevenis doet naar mijn bescheiden mening behoorlijk afbreuk aan de column en komt krampachtig over. Volgende keer ietsje minder je verhaal oppoetsen. Wil overigens niet zeggen dat er een paar mooie beschouwingen en zinnen in staan. Dat de trip naar Korea geslaagd was staat buiten kijf.

Mien (sjielvert meestal aan de waterkant)

Kwiezel · 9 juli 2010 op 16:50

Patrick, ik kom hier moeilijk door heen. Leuke oefening is: je volgende column eerst schrijven zoals je altijd doet en daarna 40% schrappen zonder dat je column aan kracht afneemt. Keep up the good work.

Chi_Dragon · 9 juli 2010 op 17:38

Mee eens kwiezel!

Ik schrijf mijn columns meestal zo. Begin met +- 400-500 woorden ben dat terug tot onder 400.

@ patrick. Ben het eens met bovenstaande reacties.
Aan het einde van je column was ik eigenlijk de draad kwijt door de vele volle zinnen (waar overigens wel enkele mooie tussen zaten).

Keep it up!

sylvia1 · 9 juli 2010 op 19:55

Wel een verrassend inkijkje deze paradox:

[quote]Een kale “ex vechtsporter” als vertegenwoordiger van de Rotary club.[/quote]

Misschien kun je af en toe een kleintje schrijven (bij CX Café) erg leuk om te doen en leerzaam, als opmaat naar een column of gewoon om vooral te blijven schrijven en dus oefenen (en nee ik word niet betaald om reclame te maken)

arta · 9 juli 2010 op 20:34

Het komt niet vaak voor, maar dit is een stuk waar wel op losgelaten zou willen worden om er even met de virtuele kartelschaar langs te gaan, want je schrijft absoluut goed, hoeft alleen maar je darlings te killen… (niet letterlijk)
Enne…ik kan me best voorstellen dat deze indrukken moeilijk in 400 woorden te vatten zijn… Jeetje… Een maand Korea: Super!

Patrick · 9 juli 2010 op 23:52

dag sylvia, ik ben nog niet erg ingeburgerd hier, wat bedoel je precies ? (met name de relatie tussen de geciteerde zin en je verzoek begrijp ik niet zo goed). patrick

LouisP · 10 juli 2010 op 00:38

P.
interessant om te lezen.

gr.

L.

sylvia1 · 10 juli 2010 op 18:11

Patrick, sorry, dan was ik onduidelijk, daar is geen relatie tussen. Maar je hebt onder cx café (zie bovenste balk) een rubriek Kleintjes, waar je kleine mini-columnpjes kunt plaatsen, ik vind dat handig om mezelf te oefenen in het schrijven, ideeen op te doen enz. Er zijn trouwens ook Haiku’s, en gedichten, ook leuk.

En het citaat, dat vind ik een leuk inkijkje geven in jouw persoon.

Patrick · 10 juli 2010 op 20:22

Ik ga het bekijken, dank voor je tip.. !

Dees · 11 juli 2010 op 09:48

Vind het stukje in de natuur onderweg mooi om wat ik tussen de regels door meen te lezen, denk dat ik een soortgelijke ervaring had ooit in ander ver buitenland. Niet uit te leggen.

Maar als je eraan begint, misschien kun je dan jezelf minder beteugelen, minder in de hand houden. Ik krijg in dit stukje juist het idee dat je te strakke regie wilt voeren over hoe de beleving neer te zetten en juist daarom in wolligheid vervalt. Misschien mag je het stukje associatie en flow wat meer laten leven op papier, dit lijkt op metaschrijven en dat maakt het meebeleven van jouw belevenissen eerder moeilijker dan makkelijker. De ik is ook veel te nadrukkelijk beschrijvend aanwezig, die zou ook zijn zintuigen kunnen laten spreken en zo de lezer meenemen door zijn ogen, neus, tast en smaak. De ik is er altijd, doordat de ik het schrijft, die hoeft er niet zo expliciet te zijn, mijns inziens.

Laat het meer stromen en meer los, dan denk ik dat er de mooiste dingen uitkomen.

Patrick · 11 juli 2010 op 14:43

dank voor de feedback..

Geef een antwoord