Sommige mensen hebben gaten van binnen. Holtes vol met lucht in hun psyche, waarvoor ze vulling van buitenaf zoeken. Meestal, als dat geregeld lijkt te zijn, blijkt dat er ergens een lek zit, waardoor het gat telkens opnieuw bijgevuld moet worden. En in plaats van de lekken te dichten blijft men doorgaans van buitenaf en bovenaf verder gieten, zonder ooit vervuld te raken. Dat kan een heel leven duren. Een vacuüm is anders. Het is een opgeheven gat. Een gat heeft altijd zichzelf nog; de mogelijkheid om gevuld te raken, de kans om volle lucht voor vaste of vloeibare inhoud te ruilen. Vacuüm niet. Vacuüm ontstaat doordat lucht wordt weggezogen uit een holte zonder dat daar iets voor in de plaats komt. De herinnering aan het gat implodeert. De holte sluit zich met zichzelf.

Ikzelf ben misschien wel een vacuüm. Zo hartstochtelijk hoop ik dat werkelijke vervulling alleen van binnenuit kan komen, dat ik geobsedeerd ben met de bewijsvoering daarvan; geen schets zo futiel of het moet opgetekend worden, geen idee zo klein of het krijgt ruimte in mijn dagboek, geen ontwerp zo ruw of het verdient wel uitwerking. Mijn ideale dagen huppelen aan een ketting van euforietjes vanuit de ochtend naar de avond. De overgang van dag naar nacht verloopt naadloos omdat ik toch al droom. Al die andere dagen vol realiteiten van zorg en smog en koken en vermoeidheid en financiële onzekerheden die me verzwaren breng ik bij voorkeur met een kruiwagentje naar het stort: de avond. Die laatste uren probeer ik me met wat verlichting te bevrijden van de opgelopen ballast. In de hoop dat mijn geestelijk leven opnieuw mijn hele lichaam zal vullen. Alsof er nooit een gat was.

Categorieën: Diversen

12 reacties

Kotsveulen · 25 december 2008 op 18:17

Het komt wat ongericht op me over. Niet om te zeggen dat het slecht is hoor! Want er zit iets spontaans in wat ik zeker waardeer! Plus, de eerste paragraaf vind ik érg herkenbaar, als ik om me heen kijk… 😉

WritersBlocq · 25 december 2008 op 19:04

Met alle kleuren die er bestaan, heb jij alleen maar zwart en wit nodig om te schetsen hoe het zit.

Prachtplaatje!

Liefs, Pauline.

Anne · 25 december 2008 op 20:34

Kotsveulen, wat bedoel je met ongericht? Is géricht dan beter, en zo ja, wanneer is een stukje dan gericht? Wat is naar jouw idee de omschrijving van de kwaliteiten die een tekst moet hebben wil jij het ‘gericht’ noemen?

SIMBA · 26 december 2008 op 09:29

Mooie kerst-overpeinzing Anne! Eigenlijk is het gewoon mooi maar omdat het nu kerstmis is maak ik er een kerstoverpeinzing van….

pally · 26 december 2008 op 22:13

Mooi het onhaalbare beschreven, Anne, de angst om iets niet vast te leggen wat essentieel zou kunnen zijn en dus alles vastleggen. En vervolgens weer voorzichtig aan het zeven……

groet van Pally

Anne · 27 december 2008 op 12:59

Zo had ik het nog niet bekeken Pally, de angst voor vergetelheid. Klopt wel. Leuk, zo’n toevoegend commentaar.

Neuskleuter · 27 december 2008 op 16:45

Mooie filosofie! Ik hoop dat ik een vacuümpje ben, maar ik vrees zo nu en dan toch voor de onvulbare gaten. Misschien is het wel een beetje van beiden.

Mien · 28 december 2008 op 01:27

Ook in holle vaten en in vacuüms moet het af en toe brainstormen zodat de chaos weer tot orde kan leiden.

Mooie column Anne.

Mien

KawaSutra · 28 december 2008 op 01:37

Ik begrijp geloof ik wel wat je bedoelt maar aan de metafoor mankeert mijns inziens nog wel het een en ander. Leven in een vacuüm maakt een mens bekrompen en in zichzelf gekeerd. Niet iedereen is selfmade. Een wisselwerking met buiten is inherent voor de ontwikkeling. Bovendien is een vacuüm erg kwetsbaar en voor je het weet val je in een gat. Maar ongetwijfeld Anne, ben jij voor geen gat te vangen. 😀

Troy · 28 december 2008 op 16:10

Ik ben het niet helemaal met Kawa eens. Zoals Anne de metafoor (aan zichzelf) uitlegt, is het wel degelijk van toepassing.

In de kritiek van Kotsveulen kan ik mij ook niet vinden. Ik vind het een mooie coherente column.

Anne · 28 december 2008 op 20:21

Bedankt voor jullie reacties, doet goed. Leuk ook de kritische, dat geeft me stof tot nadenken. Zo wil ik jou Kawa zeggen dat ik in dit stukje praat over dat ik een vacuüm ben, en niet dat ik erin leef. Het dubbele van het stukje is juist dat het pure illusie is, daar kom ik immers ook uit. Een keihard vacuümgetrokken pak koffie dat wordt opengeknipt wordt weer gewoon een gat. Een huls. Mijn “techniek” werkt helemaal niet, is het resultaat van sterk wenswerk. En natuurlijk is er een voortdurende stroom nodig van buiten naar binnen, noodzakelijk voor de ontwikkeling, dat spreekt voor zich. Maar dat is niet hetzelfde als innerlijke zwarte gaten vullen met koop- en consumptiegekte en zich daarna nóg leger voelen.
Wat ik probeerde met dit beeldende filosofietje is het vormgeven van een paradox. Hoe harder ik probeer te bewijzen dat die gaten bij mij niet bestaan, hoe dieper ze worden, zoiets. En dat er aan de filosofie heel veel meer kan worden uitgewerkt klopt.
Misschien doe ik dat nog wel eens, wie weet.

KawaSutra · 29 december 2008 op 00:54

Zodra je refereert aan de inhoudsloze leegte die de moderne consument tekent kan ik dat vacuüm ook veel beter plaatsen. En,,,,,je hebt gelijk!

Geef een antwoord