Het is tien uur precies. Elke avond ligt hij in de haag onder haar raam. De gordijnen zijn nimmer gesloten, ze toont zich vol vertrouwen half gekleed bij de ruit. De gedachte aan de zachte huid, hij vermoedt tenminste dat deze zacht aanvoelt, zodra zijn hand over haar warme lichaam glijdt, doet hem huiveren van verwachting. Hij ziet haar elke ochtend bij de bushalte, maar durft haar niet aan te spreken. Zijn voorkomen is niet bijzonder noemenswaardig, zo oordeelt hij wanneer hij zich geconfronteerd ziet met zijn evenbeeld in de spiegel.

Een vreemd gevoel verspreidt zich door zijn onderbuik wanneer hij beweging ziet achter het raam. Daar is ze. Zijn toekomstige geliefde.
Het raam wordt geopend. Zachtjes vraagt ze of hij binnenkomt om een drankje met haar te drinken. Gehypnotiseerd door de zoete ondertoon in haar stem staat hij op en loopt naar haar voordeur, die al geopend is, voor hij hij hem bereikt.
“Ik heb zo lang gewacht op jou’, klinkt, terwijl zij haar armen om zijn nek drapeert en haar roodglanzend gestifte lippen de zijne naderen. De geur van haar parfum zweeft zijn neus, zijn brein in.

Verschrikt kijkt hij op. Wat was dat? Een meter bij hem vandaan rent een dier met een oorverdovend geritsel weg. Snel staat hij op, haalt zijn hand uit zijn broek -Wie heeft hem daar gestopt?- en staat moeizaam op. Zijn knieën doen pijn en zijn nat van de vochtige aarde.

Geen egel, geen rat of muis en zelfs geen kat. Boven de haag duikt een man op. Een mager gezicht met een grote donkere pet. In het zilveren maanlicht kan hij de strenge contouren ontwaren.
‘Dus toch,’ sist hij, vlot naderbij komend,
‘Eefje vertelde me al dat zij zich achtervolgd voelde, al kon ze niet precies duiden door wat of door wie.’
Heet de vrouw achter het raam Eefje, dacht hij verward. Maar nee, laatst sprak iemand haar aan, bij de halte en de naam was toch echt Lise. Hij kijkt de man verbaasd aan.

‘I..Ik ken geen Eefje’, stottert hij. Ik moet zelfverzekerd overkomen. Met een ruk kijkt hij op, een brede glimlach fotcerend. Zijn staalblauwe ogen kijken recht in het gezicht van de magere man.
‘Waar heb je het over? Achtervolgen? Zie ik eruit als een stalker?’Hij wijst naar de grond, waar twee sleutels liggen die uit zijn broekzak zijn gevallen.
‘Ik zocht mijn sleutels! Ik liep er mee te spelen en ineens vlogen ze uit mijn hand.’
Aan de andere kant van de haag klinkt een zucht van opluchting. De smalle schouders dalen weer naar hun afgezakte stand.
‘Al die wijven worden paranoia van die berichten uit de krant. Sorrie man.’

‘Staat die vrouw daar vaker?’ Vraagt de man van achter de haag met hese stem. ‘Ik heet Rob trouwens, Rob Rijbroek.’
‘Harry,’ antwoordt Harry, een pas naar achter zettend. Hij weet niet precies wat te antwoorden. Aarzelend kijkt hij van het raam naar de haag.
Het maakt Rob Rijbroek kennelijk ook weer achterdochtig.
‘Zeg eens, begluur jij mijn Eef echt niet?’ Sist hij. Er klinkt woest geritsel van achter de haag en voor hij het weet kijkt Harry in de loop van een vuurwapen. Het glimt in het duister.

Automatisch doet Harry een stap naar achteren. Zijn angst is verdwenen.
‘Jouw Eefje?’ roept hij, iets te hard, ‘Ze heet Lise! Volgens mij ben jij de stalker en wil je het mij in de schoenen schuiven!’ Harry staat kaarsrecht, het hoofd fier opgeheven.
‘Schiet dan, man! Dan staat de hele buurt hier buiten en lossen we het gelijk op. Doe dan!’ bluft Harry nog even door.
De loop van het pistool trilt een beetje. In de ogen achter de loop is paniek geslopen, besluiteloosheid.
‘Schiet dan, man! Doe dan!’cirkelt als een mantra door Rob’s hoofd. Stop… Stop! Stooop!

De hand van Rob met het wapen erin trilt. Jezus, denkt Harry, hij gaat het doen. Nerveus kijkt hij om zich heen. Dan duikt hij met de moed der wanhoop op zijn belager achter de haag. Het is een wanhoopsdaad, maar wat moet hij anders? Hij raakt Rob, ze worstelen en het wapen gaat af. Harry wordt weggeslagen door de kracht van het schot. Versuft komt hij overeind.
Hij leeft nog.
Geschrokken kijkt hij naar Rob.

Cocolumn met NicoleS

Categorieën: Co-Column

Arta

Zijn. bewonderen, verwonderen, notuleren, opwaarderen; Het zijn zomaar wat steekwoorden, die voor mij onlosmakelijk zijn verbonden aan 'Schrijven'. *Overigens schrijf en reageer ik als arta natuurlijk op persoonlijke titel

13 reacties

Nummer 22 · 28 september 2017 op 07:49

Spannendddd?

van Gellekom · 28 september 2017 op 12:25

Zeer goed! En spannend!

Mien · 28 september 2017 op 13:31

Leuk en spannend. Wel een beetje lastig om te volgen wie wie is in de conversaties en gedachten. Dat ligt niet aan de namen overigens. 🙂 🙂 🙂
Op naar deel twee.

Karen.2.0 · 28 september 2017 op 20:01

Helemaal eens met Mien, lekker om te lezen, dames! Ik had hier even moeite:
‘‘Staat die vrouw daar vaker?’ Vraagt de man van achter de haag met hese stem. ‘Ik heet Rob trouwens, Rob Rijbroek.’’ Hij heeft het hier toch over zijn eigen Eefje? Of is het een andere vrouw?

Ik kijk uit naar deel 2!

Arta · 28 september 2017 op 23:54

Dank voor de reacties en Nicole: Leuk om samen te schrijven!

Persoonlijk had ik een beetje last van een literaire persoonlijkheidsstoornis -Nicole hield me bij de les- maar het is toch in het stuk doorgesijpeld ?

Op naar deel 2!

    Mien · 29 september 2017 op 09:34

    Niets leuker dan de weg zo nu en dan kwijtraken tussen het geboekte. Een goede voedingsbodem voor spannende dingen. Laat maar lekker borrelen. Theeën mag ook. ?

    NicoleS · 29 september 2017 op 10:23

    Het feit dat ik zo lang ziek was, weet nu waarom want ik heb Kinkhoest, hielp onze zaak eerder niet vooruit. Mijn fout. ?

Esther Suzanna · 29 september 2017 op 15:54

Goed geschreven hoor. Mooi.

Inderdaad soms iets onduidelijk wie wie is.

Komt er een vervolg?

NicoleS · 29 september 2017 op 16:13

Zeker komt er een vervolg

pally · 30 september 2017 op 11:05

Ik vind hem spannend, al was het af en toe niet helemaal meer duidelijk wie wie was, maar daar ging het ook eigenlijk over. Hoewel zelf geen liefhebber om aan een co-column te schrijven, vind ik ze vaak wel leuk om te lezen. En wie wat geschreven heeft kon ik hier niet ontwaren. Dat is mooi; Nicole en Arta !

Geef een antwoord