De fiere vrouw loopt langs de waterlijn. Woeste witte schuimvlokken voeren een zwanenmeer uit over haar rubberen laarzen, die kouwelijk aanvoelen maar zeer geschikt zijn om het zand mee te doorploegen. Het luide geruis van de zee overstemt haar zware gedachten.

De westenwind wappert langs haar gebogen lichaam. Voorzichtig loopt ze het water tegemoet, hogere golven ontwijkend. Ze geniet van de vele kleuren dat het zeewater vandaag bevat. Grijs, maar ook groen, blauw en grijs, schitteren door het water. Waar golven de lucht bijna raken verschijnen kleine diamantjes, welke schitteren in het gouden tegenlicht van de middagzon.

Een traan zoekt kronkelend zijn route langs haar wangen. Een droge snik breekt. De fiere vrouw stort haar overvloed aan rouwkost luid schreeuwend uit over het strand. Haar schokkende schouders verliezen hun last. Tot haar verbazing voelt ze, hoe haar borst weer wat lucht kan bevatten. Bevrijding zoekt zijn weg naar haar kruin, onderweg een voorzichtige glimlach op haar gezicht achterlatend.

Haar hand verdwijnt in haar rechter jaszak, zoekt het boterhamzakje. Het is goed dichtgeknoopt. Het is fijn om de inhoud ervan vandaag te kunnen vrijlaten. Stukje bij beetje voelt ze zich loskomen van de grote berg rouwkost die ze elke dag met een kleine lepel opeet. De berg slinkt langzaam maar met ieder stukje pijn wat ze kan aanvaarden en kan loslaten verschijnt er licht aan de horizon.

Met stramme vingers maakt de fiere vrouw het boterhamzakje open en met een troebele blik wappert ze de inhoud van het zakje uit, over zee. “Vooruit maar lieverd, terug naar het water. Roei ze.” De westenwind denkt blijkbaar wat anders want slechts een deel van het zakje belandt in zee. De rest heeft zich als grijze grauwe stipjes en vlekjes verzameld op haar parka. Verschrikt kijkt de fiere vrouw om zich heen. Niemand te zien, godzijdank. Een kriebel in haar neus overvalt haar en ineens voelt ze haar borst opnieuw schokken. Haar mondhoeken zoeken zich ongestuurd een weg naar boven en uit haar mond ontsnapt een harde lach. Ze giert het uit. Het is te gek voor woorden en ineens weet ze het zeker. Tussen moeder en dochter bestaat absoluut een loslaat-probleem.

De parka wordt hartelijk uitgewapperd richting de duinen, met de wind mee. Moge mams haar weg ook over land weer kunnen vinden. Een staccato van vier woorden repeteert zich een weg tussen haar oren, richting haar hart. “Ik wilde zo graag,” hoort ze zachtjes fluisteren. De tijding wordt meegevoerd in de ruisende westenwind, richting de duintoppen.

De fiere vrouw wandelt langzaam over het strand terug, genietend van de zilte zeelucht. Even later zit ze in een verwarmd strandpaviljoen, met haar hoofd in de zon. Haar handen heeft ze om een dampende kop koffie geklemd. Een brede glimlach siert haar gezicht.

#mamshemelvaart #eenjaarlater

Categorieën: Liefde

Odette

Overtuigd twijfelaar. Boetseert woordjes tot sprekende beelden.

7 reacties

troubadour · 6 maart 2014 op 20:01

Ook ik “vier” een één jaar later feest. Maar zo anders. Ik kan dit niet met je delen. Zo anders is het. Maar mooi weergegeven, ik weet bijna zeker dat het hetzelfde is.

pally · 6 maart 2014 op 21:24

Het idee vind ik goed, alleen, ik vraag mij af waarom je zoveel woorden gebruikt die blijkbaar mooi of plechtig moeten zijn, maar die je nooit zo denkt of zegt. Te mooie taal of zo.
‘Luid geruis’,’ fier’,’ woeste witte schuimvlokken’ en ook
de rest van die zin. enz.
Nee, sorry, mij kan dit absoluut niet bekoren, om in jouw jargon te blijven.
Het blijft een kwestie van persoonlijke smaak, natuurlijk. En het zegt niks over de echtheid van je gevoel op zich.
Maar door deze gekunstelde taal raakt het mij niet. Jammer.

Pierken · 7 maart 2014 op 12:43

Deze ervaring is zo intiem dat ik mij kan voorstellen dat je alle registers van het gevoel opentrekt. Wanneer je dit vanuit de ik-figuur had geschreven dan had het voor mij meer kracht gehad. Dan had je denk ik het bloemrijke ook meer afgevlakt.

Neemt niet weg dat ik het toch begrijp, zoals het er nu staat. Ik heb wel eens een liedje geschreven voor mijn overleden vader, waarbij nu het porselein uit mijn mond valt, als ik er naar luister. Maar het hielp op het moment dat ik het schreef mee bij de verwerking. Dus goed dat dit er staat en nog gefeliciteerd met je CvdM.

Odette · 7 maart 2014 op 23:26

Soms vind ik het leven een beetje moeilijk. En dan past derde persoon enkelvoud beter.

Wanneer ik mij goed voel, knutsel ik met letters. En als ik slecht in het vel zit, kunstel ik.
Dat scheelt overigens slechts één letter.

Ik vier niets want er valt niks te vieren. Het gebeurde.
As op mijn jas.
Niet meer, niet minder.
😉

    Mien · 8 maart 2014 op 00:05

    Herkenbaar. Het scheelt overigens twee letters.
    Moedig opgetekend met lieve rafelrandjes.

Yfs · 8 maart 2014 op 10:15

Het terugwaaien van de as op de parka is werkelijk een prachtige conclusie/symbolisering van hoe er tussen moeder en dochter een loslaat-probleem kan zijn.
Het visualiseren van een boterhamzakje met een knoop erin had voor mij iets ontnuchterends en dat het een fiere vrouw was hoeft volgens mij niet steeds herhaald te worden. Verder met Pierken eens dat het verhaal krachtiger zou zijn geschreven vanuit de ik-vorm, maar ik begrijp jouw reactie daarop hierboven.
Desalniettemin zal het beeld van de as op je jas me altijd bij blijven!

arta · 13 maart 2014 op 14:09

Gekunstelde franje om teveel emotionele franje te voorkomen.
Logisch. Het laat jouw pijn toch tussen de regels doorsijpelen.

Mooi gegeven, dit verhaal. Hoe symbolisch dat jouw moeder terugwoei.
Mooi.

Geef een reactie

Avatar plaatshouder