Ik gaf al mijn zuurstof weg, zodat andere mensen konden ademen.
Ik gaf mijn geld weg en nu praten we niet eens meer.
Ik heb kilometers gereden, maar zou jij hetzelfde hebben gedaan voor mij?
Ik denk het niet.

Ik bood je mijn schouder aan, om op te huilen.
Ik beschermde je elke dag weer.
En ik zorgde voor een bed om je warm te houden.
Ik heb van iedereen voor wie ik bovenstaande heb gedaan, alleen maar verdriet teruggekregen.
En het gaat nog wel nog even door.

Het leven kan je echt naar beneden halen.
En dan weet je niet meer hoe het hoort te zijn.
Ik verdrink mezelf met een drankje. En nog één en nog één.
En in de kast vond ik nog wat oude receptpillen, die werken vast nog wel.
En al die mensen die van mij houden laten mij achter, zonder afscheid te nemen.
Dus voordat ik iemand anders red, moet ik eerst mezelf gaan redden.

Ik gaf je al mijn energie en ik nam je al je pijn weg.
Want mensen zijn voorbestemd om uit te stralen dat het goed met ze gaat.
Waar sta ik? Iedereen lijkt hetzelfde te zijn.
En alleen de littekens blijven over.

Als ik niet mezelf eerst ga redden, zal ik terugvallen en ervoor blijven kiezen om andere mensen te redden. 
Gewoon omdat zij gered moet worden.
Maar goed, ik ben er weer, ik zweef tussen de hemel en de hel.
Het zit in mijn aard, ik kan er niets aan doen.
Mijn moeder had het mis, ik lijk hierin totaal niet op mijn vader.
Want hij lacht altijd en ik klaag in deze blog.

Categorieën: Overig

0 reacties

Geef een antwoord