In mijn vorige column kon u lezen hoe wij in het bezit van een enorm landhuis kwamen. Oke, we moesten er een oude vrouw, Miep genaamd, bij nemen maar een kniesoor die daarop let. Nu, een jaar of wat later is de oude vrouw naar een verzorgingshuis gegaan en de ruimte alwaar zij woonde staat leeg. De ruimte laat zich het best beschrijven als een aangebouwde rietgedekte saksische boerderij. Het is allemaal heel leuk om dit mee te maken. Wij hebben Miep verhuisd en de echt mooie spulletjes zijn meegegaan naar het verzorgingstehuis, maar er blijft best wel een berg inboedel over. De familie is in de gelegenheid gesteld om iets uit te zoeken en daarna is het pand gesloten voor andere mensen dan wijzelf. Het voelt heel onwezenlijk aan. Zo is er aan het einde van een gang aan de kant waar wij al woonden een deur die naar het pand van Miep leidt. Als je die open doet gaat de gang verder en is er een stenen trap naar beneden toe.
Er hangt een brandblusser uit het jaar 1927. Je komt dan weer in een andere gang alwaar de kamers aan grenzen. Zo heb je er de blauwe kamer met zitjes in de ramen en vroeger hebben daar ook luiken gezeten, maar een onverlaat heeft die in het verleden als beschoeiing voor een sloot gebruikt. Een mooie schouw met witte tegeltjes en een houten vloer die vele malen gerestaureerd is. Dan is er de keuken met granieten aanrecht, de kamer en slaapkamer van Miep, het gastenverblijf, de schuur en ook zolders waar ik nog nooit geweest ben. In een kast vind ik een fotoboek met oude foto’s. Ik neem plaats in een versleten fauteuil en bekijk de geschiedenis. De zon schijnt door de half gesloten gordijnen. Miep als jonge vrouw op het zandpad, dat nu Hoofdstraat heet. De oude koningslinde voor ons huis ziet er iets dunner uit. Het huis moet vroeger bewoond zijn geweest door diverse families tegelijk, want er zijn ook wat foto’s bij waarop hele groepen mensen voor de deur poseren. De enorme granieten stoep voor ons huis was toen nog niet in de grond gezakt. Bij dit soort momenten wil ik op zijn minst de vier jaargetijden van Vivaldi horen. In ieder geval viool en cello muziek. Het fotoboek zal ik wel eens bij Miep langs brengen. Ik klap het dicht en vervolg mijn weg. In het gastenverblijf aangekomen zie ik dat dit nog comleet is ingericht. Niemand van de familie heeft daar iets meegenomen. Als ik een lade van een oude kast open doe zie ik muizenvallen groot en klein, flessenopeners lang en kort, een binnenband van een fiets en en grote ring met een kleine dertig sleutels eraan. Sommige sleutels zijn heel groot en gesmeed uit een mop ijzer. Via de blauwe kamer en de keuken kom ik uiteindelijk in de schuur. Daar staat de oude fiets van Miep, alsof hij er gisteren is neergezet. De spinnenwebben verraden de werkelijkheid. Een oude trapnaaimachine met alle naaivoetjes en naalden in een la. Tuingereedschap van vervlogen tijden, het hangt allemaal aan de muur. Bossen riet waarschijnlijk bestemd voor reparaties aan het dak zijn tussen de hanenbalken gestoken. Een zolder waar ik alleen naar kan kijken, omdat de trap ontbreekt. Weer terug in de keuken zie ik in een lade onder het aanrecht vele soorten houten snijplanken uitgesleten door het gebruik. Het afwasteiltje met de laatste afwas staat op het aanrecht. Bij de deur die naar de schuur gaat staat een grote kapstok, een soort wandmeubel, met alle mogelijke wandelstokken en paraplu’s erin en een hoedje aan een haak. De keuken is groot en de gashaard in de schouw staat te branden. In een keukenkastje vind ik een boek met de verzamelde werken van Andersen. De sprookjes zijn mooi geillustreerd met op etsen gelijkende plaatjes. Voor de haard neem ik plaats en blader in het boek.
Even zink ik weg in gedachte, maar dan hoor ik voetstappen in de gang. Carla mijn vrouw komt aangelopen en zij gaat naast mij zitten. “ Lekker he, die warmte,” en doelt daarmee op de haard. We kijken elkaar aan en schieten in een onbedaarlijke lach. “ Wij wel met onze gekke koppies,” zeg ik en besef dat het nergens op slaat, maar weer schieten we in een onbedaarlijke lach. “ En nu?” vraag ik. Carla kijkt rond en zegt even niets. Ze ziet het boek op mijn schoot dat dichtgeslagen is. “ De sprookjes van Andersen?” zo leest zij vragend de titel. “ Wat is het sprookje? Dat boek, of zijn wij het?” vraagt zij. We genieten nog even van de warmte van de haard, maar ineens verbreekt Carla de stilte. “ Als we nu eens de slaapkamer van Miep bij onze keuken trekken en het gastenverblijf bij onze kamer, dan kunnen we de rest gaan verhuren als vakantiewoning. In grote lijnen hebben we het daar ook al eens over gehad. Ze staat op en vraagt of ik meeloop. Samen smeden wij het plan en ik besef dat de handjes weer moeten wapperen. Niks viool muziek. We verdelen het werk. Carla schildert en ik verbouw en restaureer. En vergis je niet in het schilderwerk met al die kraalranden en sierlijstjes. We besluiten het in de originele staat te laten, maar het wel te restaureren. In de schuur moet een slaapkamer komen en de douche wordt aan deze tijd aangepast. Gelukkig kan ik wat, want anders is het niet te doen. Zo had ik al eens een aannemer bij mijn dak gehad, niet te verwarren met het rieten dak van de boerderij, die mij vetelde dat het ongeveer vijftigduizend euro zou moeten kosten om dat gedeelte te herstellen. Dat heb ik toen maar zelf gedaan en de opkamer is inmiddels ook gerestaureerd. Dat is nu het atelier van Carla. Nu ben ik op het punt gekomen dat ik de ergernis van een aannemer er niet eens bij wil hebben.
Gelukkig wil mijn zoon naar Amerika en heeft daar geen geld voor. Behendig ruil ik dat voor het restauren en isoleren van de vloer in Miep d’r kamer. Carla breekt hier en daar wat wegbehangen kasten open, maar begint daarna gelukkig toch aan de schilderklus. Het is vreselijk verleidelijk om alle ruimtes open te breken die in eerste instantie niet toegankelijk zijn, maar het wordt er zo’n rommeltje van. Ik begin met de douche en het toilet. Niet lullen, maar poetsen.


2 reacties

pepe · 3 januari 2004 op 20:22

Lekker verhaal, een duik in de geschiedenis van Miep.
Suc6 met poetsen of verbouwen 😉

Li · 5 januari 2004 op 00:04

Na het eerste verhaal was ik zo vreselijk benieuwd naar het vervolg!. Ik hou ontzettend veel van huizen met een geschiedenis, vandaar! Ik heb me met veel plezier laten rondleiden door jullie huis en het blijft me mateloos boeien.

Afgelopen zomer was ik zelfs in de buurt!

Ik volg het verhaal op de voet ( ook op de jullie site) en kijk al uit naar het deel drie!

Groetjes Li

Geef een antwoord