De oproep is heel dringend. Alle alarmbellen gaan af. Snel spring ik in mijn TARDIS en tik snel de coördinaten in die mij naar de onheilsplek moeten brengen. Ik schiet langs duizend sterrenstelsels en druk vol op de rem als ik op mijn monitor de Melkweg voorbij zie flitsen. Hier moet ik zijn. Een oogverblindende zon heet mij welkom. Wat kwam ik hier ook alweer doen? De plek waar ik me begeef heeft niets van een Melkweg. Het zicht is belabberd. Komt vast door de absorptienevel. “Dokter Wie, I presume?” Naast me staat een man die jolig zijn hand uitsteekt. Op zijn hoofd draagt hij een rare hoed. Een beetje uit de tijd. “Ik had u nog niet zo snel verwacht dokter, maar ik ben blij dat u er bent. Ik zal mij even voorstellen. Mijn naam is Kuub Herschelp, aangenaam!” Nog nooit zo’n vreemde stoethaspel gezien. “Wat kan ik voor u betekenen meneer Herschelp, naar ik vernomen heb is de situatie nogal precair?” “O dokter, u kunt meteen aan de slag. Kijk u ziet hier vijf rode telefooncellen, nietwaar? In iedere cel zit een vreemd dier. Ik en mijn beste vriend William Maarschalk kunnen het niet vatten? De vreemde dieren tonen een nogal vreemd gedrag. Darwin zou er helemaal gek van worden. Sinds vanochtend springen ze helemaal uit hun dak. Ze spreken een taal die niet te verstaan is. Wat we wel tussen neus en lippen door horen is dat zij zichzelf de uitverkorenen noemen. Ook uiten ze voortdurend een reeks klanken die terugkeren. Het lijkt nog het meest op klanken uit de Engelse taal. Een aantal klanken hebben we inmiddels met behulp van transliteratie weten te ontrafelen. Ze lijken nog het meest op de woorden partyanimal en labour. Omdat wij bang zijn dat zij zichzelf iets aan doen hebben we u hulp ingeschakeld. Misschien kunt u de rust tergubrengen.”

Ik denk een paar seconden na en bekijk kortstondig het gedrag van de vreemde wezens in de rode telefooncellen. Ze lijken allemaal een beetje op elkaar. Er zitten mannetjes en vrouwtjes tussen. Het zijn wel bijzondere typetjes en ze lijken behoorlijk mediageniek. Dat heb ik al gauw gezien. Het is overigens een vreemde plek waar de telefooncellen staan. Het straatnamenbord heb ik nooit eerder gezien. Mad zie ik staan, met een verdere verwijzing naar Nikor. Ik weet wel dat de plek waar ik me bevind iets heeft met paaltjes. Het zijn vooral kleine paaltjes die in de weg staan. Eén hele grote paal schijnt nogal veel aantrekkingskracht te hebben. Er verzamelen zich voortdurend mensen omheen. Nog geen vijftig meter er vandaan staat een rare snuiter gevaarlijk met een hakbijl te zwaaien. Hij staat op een lullig kistje en kijkt voorbijgangers vervaarlijk uitnodigend aan. Af en toe slaat hij een vreemde kreet. Om vervolgens aan de passanten te vragen: “You want to take a picture from me?” Voordat de voorbijgangers het in de gaten hebben staat de zwartgeklede snoeshaan naast hen en legt een arm om één van hen heen. Hij gebaart de ander snel zijn iPhone te trekken. “You take a picture!, schreeuwt ie schor. Daarna houdt hij zijn hand op. “Five euro please!. De voorbijgangers trekken met afschuw hun portemonnee en weten niet hoe ze snel ze weg moeten komen. Een bijzonder tafereel dat zich nog een paar keer herhaalt. Vooral Japanners zijn regelmatig het slachtoffer.

Intussen wordt het lawaai in de vijf telefooncellen achter mij steeds groter. Hier ligt duidelijk een vraag om aandacht. Het grappige is dat de rode telefooncellen een soort van knipperlicht op hun dak hebben. Kuub Herschelp legt uit dat dit is omdat er snel groen licht gegeven moet worden. De boodschap is duidelijk. Men durft hier in deze grote stad geen keuzes te maken. Daarvoor ben ik natuurlijk ingeschakeld. Ik loop langs de vijf telefooncellen. De reacties in de boxen zijn verschillend. De ene kwijlt als ik voorbij loop. De ander wacht rustig af. Ik loop naar de middelste box en druk op het knopje dat naast de deur zit. Het groene licht springt aan en een vrolijk lied klinkt uit de speakers die aan alle telefooncellen hangen. Vrijwel gelijktijdig verschijnt in rood neonlicht een naam op de telefooncel die ik uitverkozen heb. Nijtram schreeuwt het rode neonlicht. En Nijtram die gaat helemaal uit zijn plaat. En dat op de Mad nog wel. Mijn missie is volbracht. Ik neem netjes afscheid van Herschelp en Maarschalk en vertrek met mijn TARDIS naar andere oorden. Wat een drukte om niks.


Harrie

Tijdreiziger

2 reacties

Libelle · 4 maart 2012 op 09:36

Genieten natuurlijk. Ook al gaat mijn voorkeur uit naar die kwijlster en groene cellen.

Mien · 5 maart 2012 op 17:36

Op hol geslagen fantasie. Kom er niet doorheen. Hoezo actueel?

Mien

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder