Het is stil. De honden liggen te slapen bij het raam, buiten slapen de eenden. Een grijze lucht met wat blauwe vlekken hangt boven een straat met regenplassen. Er zijn weinig mensen op straat en de mensen die er zijn lijken volkomen geruisloos. Het voelt alsof de spanning wordt opgebouwd, de wereld zit in elkaar gedoken als een kat die op het punt staat zijn prooi te bespringen. Een ochtend vol belofte, een ochtend die zegt dat het zo meteen gebeuren gaat.

Er komt een wielrenner voorbij. Of een wielrenster, dat kan ik niet zien. Met een pak in vervaagde, onduidelijke pastelkleuren. Op een ochtend die nog niet zegt wat hij worden gaat hoort niets al te duidelijk te zijn. Dit is een moment voor vragen, niet voor antwoorden.

Toch wil ik weten wat er gaat gebeuren, ik ben geen geduldig mens. Wel kan ik heel goed wachten als het moet, en de ochtend geeft me het gevoel dat wat er gaat gebeuren vanzelf gebeuren zal als ik maar wacht. Ik toon dus geduld en wacht af.

En ik wacht.

Ongeduldig en nieuwsgierig als ik ben begin ik te raden wat de dag zal brengen. Wie weet komt er een optocht van jonglerende clowns onder begeleiding van een fanfare naar mijn huis gedanst om samen met mij een taart te bakken. Met een half oor luister ik of ik ze al aan hoor komen.

Misschien berooft een grote, ongeschoren schurk schaamteloos een schattig meisje van haar lolly zodat ik een heldendaad moet verrichten en hem met groot gemak in de kladden grijp. Als dank geeft haar moeder mij een bloem voor op mijn hoed.

Een vrouw in een wapperend zwart gewaad steekt resoluut de straat over en gaat bij de notaris naar binnen. Misschien komt ze straks, kakelend lachend, op een bezemsteel naar buiten vliegen met een zwarte kat op haar schouder. Ik hoop het. Het lijkt me een prachtig gezicht.

Een harnas. Ik heb een harnas nodig! Wat als er straks prinsessen uit torens gered moeten worden en er draken moeten worden getemd, dan moet ik toch een beetje goed voor de dag komen. Koperpoets heb ik gelukkig nog.

Er wordt gebeld. Mijn hart schiet in mijn keel. Dit is het moment. Brandend van nieuwsgierigheid storm ik naar de voordeur. Hoera, een pakketje! En ik heb niet eens iets besteld. Wat zal erin zitten? Een schatkaart? Een toverlamp? Een nest jonge egeltjes?

Ik hang de was op. Het pakketje dat ik voor de buren heb aangenomen ligt in de hal. De plassen zijn opgedroogd en de vrouw in het gewaad is vertrokken zonder een bezemsteel te gebruiken. De ochtend is voorbij.

Categorieën: Overig

6 reacties

Dees · 4 oktober 2014 op 09:44

Dit is nog eens een mooie manier om de dag te beginnen. Hoewel ik de was ga laten liggen, om de dag meer richting de magie van het sprookje of de heldendaden te manipuleren.

Mooi hoor, bij de kat die ineengedoken wacht op zijn prooi, zie ik zijn achterlijfje al paraat bibberen om zijn slag te slaan.

Dank voor de mooie dagstart :yes:

troubadour · 4 oktober 2014 op 10:39

Eens met Dees. Bovendien vind ik ik het prachtig, wanneer je als volwassen mens kinderlijke fantasiebeelden en verbeeldingen zo de vrije loop kunt laten, zonder de verhaallijn te doorbreken. Eenvoudig van taal, zonder die eeuwige ‘would be’ drang om jezelf te willen profileren in de een of andere rolbevestiging.

SIMBA · 5 oktober 2014 op 12:34

Erg mooi, vooral de eerste alinea vind ik prachtig! Wat vreemd dat er zo weinig reacties zijn.

Ferrara · 5 oktober 2014 op 14:33

Heerlijk hoor om je zo uit kunnen leven op papier.

Michel de Groot · 5 oktober 2014 op 17:59

Iedereen bedankt voor de veren in mijn kont.

Frans · 6 oktober 2014 op 13:59

Bij deze dan nog een pluim op je hoed.

Geef een antwoord