Het is nacht, donker, rustig, tenminste zo zou het moeten zijn. In plaats daarvan lig ik op een ongemakkelijke stretcher, terwijl de kamer onheilspellend wordt verlicht door gekleurde streepjes die hartslag, zuurstof en ademhaling aanduiden. Plotseling gaat het alarm af en met een ruk zit ik rechtop in bed, staar naar de getallen op de monitor en luister naar een onregelmatige en moeizame ademhaling die mijn zoontje van tweeëneenhalf produceert. De nachtverpleegkundige komt binnen, even flitsen de woorden van Doe Maar door mijn hoofd… ‘Nachtzuster, wat moet ik zonder jou beginnen…’

Zonder te bewegen volg ik haar bewegingen. Ze checkt snel en accuraat de plakkertjes op Angelo’s borstkast en voet en stelt me gerust. Het is loos alarm en terwijl ze de kamer weer verlaat, laat ik mijn blik glijden over dat kleine lichaampje in het hoge kinderbed. Dan ga ik weer liggen. Talloze beelden en gedachten schieten door mijn hoofd.
‘Wat nou als…?’
Ik probeer mezelf tot de orde te roepen. Er is geen wat als, mijn zoontje krijgt de beste hulp die er is. Iedereen is zo hulpvaardig, kundig, lief en alert en de zeer drukke verpleegkundigen nemen de tijd om de kinderen en hun ouders gerust te stellen en zelfs te vermaken.
Schandelijk eigenlijk dat deze beroepsgroep zo slecht betaald wordt. Hun werk is zoveel belangrijker en nuttiger dan dat van een Sales Executive, bankdirecteur, minister of zelfs een onvermoeide schrijfster.

Vanmorgen nam ik de zaterdagkranten eindelijk door, even een moment voor mezelf in alle hectiek: De Telegraaf, Noord-Hollands Dagblad, Algemeen Dagblad en mijn favoriete krant De Trouw. In eerstgenoemde stond een artikel over de moderne Florence Nightingale. Een jong meisje wat vol overtuiging werkzaam is in de zorgsector. Zij is zich er terdege van bewust dat ze veel minder betaald krijgt dan haar ex-klasgenootjes die hebben gekozen voor een management opleiding of een andere studie die leidt tot meer geld, status en materiële genoegens dan die zij ooit zal krijgen. Vindt ze dat erg? Nee! Ze krijgt namelijk, volgens eigen zeggen, zoveel meer. Af en toe een dankbare blik, een pepermuntje of een patiënt die eindelijk weer eens een nacht rustig doorslaapt. Bijna iedereen verklaart haar voor gek. Zij vindt deze beloning onbetaalbaar en ik denk terug aan een verhaal wat ik ooit in mijn jeugd heb gelezen. Een verhaal over een simpele man. Hij had velden vol parels die hij elke ochtend in opperste verbazing aanschouwde. Hij woonde alleen, maar was compleet gelukkig met zijn rijkdom. Op een dag werd hij bezocht door drie reizigers. De man vertelde over zijn geluk en de velden met parels die hem elke ochtend werden geschonken. Natuurlijk vroegen zijn bezoekers hebberig of zij die parels mochten zien.
‘Maar natuurlijk’, zei de gastvrije man.
‘Morgenochtend bij het eerste licht breng ik u ernaar toe en dan mag u er zoveel mogelijk van meenemen als u wilt.’
Uitgelaten gingen de reizigers naar bed en konden de hele nacht niet slapen. Ze waren rijk en hoefden waarschijnlijk hun hele leven niet meer te werken. Ze konden nauwelijks wachten.
’s Ochtends vertrokken de mannen al heel vroeg om door hun vriendelijke gastheer naar hun rijkdom te worden gebracht. Bij een groot veld bleef hij staan. Met een grote glimlach keek hij de reizigers aan.
‘Waar zijn die parels nu’, vroegen ze ongeduldig. Verbaasd keek de simpele man hen aan.
‘Hoe bedoelen jullie? Daar, in het veld, kijk dan?’ Breed lachend wees hij in de richting van het vochtige grasveld.
Verbaasd keken de reizigers naar het veld. Het enige wat zij zagen waren grashalmen waaraan duizenden druppels dauw schitterden als parels in het zonlicht. Plotseling drong het tot de mannen door. Ze waren voor het lapje gehouden, hun gastheer hield ze voor de gek. Er waren geen parels, er waren alleen maar dauwdruppels. Ze waren woedend en hingen in hun boosheid de arme man op. Hij was zo gelukkig geweest met zijn ‘parels’, maar zijn geluk werd niet gedeeld en zeker niet begrepen en hard werd hij ervoor afgestraft.

Terwijl ik mijn ogen sluit bedenk ik mij dat rijkdom inderdaad niet in altijd af te wegen is in geld of materiële genoegens. Iets wat de simpele man uit mijn jeugdverhaal als vanzelfsprekend had aangenomen. Rijkdom kan soms liggen in een veld met dauwdruppels, de warme zon op je huid of heel simpel een gezond kind wat ’s nachts lekker in zijn eigen bedje ligt te slapen met niets anders dan mooie dromen die hem begeleiden tijdens de nacht. Het leven is een droom en rijkdom is een illusie…

© Tasz – 5 januari 2004


8 reacties

Mosje · 14 januari 2004 op 17:06

Heeft iemand jou al eens verteld dat jij een grote rijkdom in je koppie hebt?

pepe · 14 januari 2004 op 17:19

Ik ken ook datzelfde jeugdverhaal, geweldig mooi.

En geluk is niet in geld uit te drukken.
Elke dag is weer een kado als we de simpele parels maar zien 😉

Li · 14 januari 2004 op 18:26

Een onbetaalbaar mooie levensles Tasz.

Mup · 14 januari 2004 op 21:23

Mensen die dit kunnen schrijven, erachter staan en er naar leven, zoals de man uit je verhaal, de mensen in de zorg, en gelukkig nog zoveel meer, dat zijn de helden,

Met een buiging,

Mup.

Kees Schilder · 15 januari 2004 op 07:53

Kan ik mij alleen maar bij aansluiten.Hoop dat het beter gaat met Angelo

viking · 15 januari 2004 op 08:28

Laat de Florence Nightingale van Angelo dit verhaaltje maar eens lezen, daar doet ze het voor… 🙂

en beterschap!

deZwarteRidder · 15 januari 2004 op 17:10

liep wat achter (zie mijn column van deze week) mar het voordeel is wel dat ik nu dus een aantal columns achter elkaar moet/mag/kan lezen..
en weer zo een moioie column..twee achter elkaar dus..
Je hebthet goed gezien Taszhet, leven is een gift en je hoeft er vaak alleen maar van te genieten..
Dijk van een column
Rich@Rd

P.s beterschap voor angelo..er is niks zo zorgelijk voor een ouder als een ziek kind..

Tasz · 16 januari 2004 op 07:51

Thanks allemaal voor de complimenten en aardige woorden. Met Angelo gaat het langzamerhand beter, hij is inmiddels weer thuis en dat is precies de plek waar hij hoort 🙂

Bye
Tasz

Geef een antwoord