Het is vroeg in de ochtend. Zojuist ben ik met de bus gearriveerd op het Centraal Station. De kou dringt gevoelig door de stof van mijn mantel, langs de kieren van mijn knoopsgaten. Huiverend sla ik mijn armen rond mijn lichaam. Helpen doet het niet. Haastig begeef ik mij naar de ondergrondse. Daar wacht ik op de metro. Bestemming Gaasperplas. Die rijdt langs de Verrijn Stuartweg, waar ik studeer aan de HBO.
Het is druk, zoals gebruikelijk. Slaperig ogende studenten op niet gestrikte gympies, donkere mannen en vrouwen, die je nooit ziet in het dorp waar ik woon. Junks die elke rit, ongeacht het tijdstip, op dezelfde plaats zitten te basen, trippend op slechte kwaliteit stuf. En managers, keurig geklede zwetende mannen zonder auto binnen handbereik.
Zodra de metro arriveert, stap ik in de dichtstbijzijnde coupé, die binnen korte tijd helemaal volloopt. Sommige mensen moeten staan, dat gebeurt met enige regelmaat. De geur van zweet, koffie, kokos en zwaar geparfumeerde dames dringt mijn neus binnen. De metro komt in beweging. Eerst langzaam, dan steeds sneller, totdat de omgeving wazig langs mij heen zoeft. Ik zie mijn evenbeeld in het raam. Ernaast een dienstmededeling. Gelieve niet te roken. Ik rook niet, en gelukkig ben ik ook niet verslaafd.
We komen aan bij de Wibautstraat. Een aantal mensen verlaten de coupé. Ze mengen zich met andere wachtende en vertrekkende reizigers op het perron. Samen lijken ze op een grote krioelende mierenhoop. Voor de metrodeuren staat een man. Het haar piekend, de kleding gerafeld en gescheurd. Hij schuift met gebogen hoofd naar binnen. Zijn vuile handen omklemmen de ijzeren stang bij de deur. De lichaamsgeur van de man is ongelooflijk smerig. De beste beschrijving ervan is die van opgegraven lijken, allemaal in verschillende fases van ontbinding verkerend, bij een flink zomers temperatuurtje. Het is eenvoudig niet te doen om met deze man langer dan vijf minuten in een ruimte te verblijven. Een halte daarna reist hij in zijn eentje door, de eerste persoon die om half negen in de ochtend een eigen coupé heeft. Mijn ontbijt houd ik met enige moeite binnen. Een coupé verder ruik ik de lijkengeur nog steeds.
Dan ben ik op de plaats van bestemming aangekomen. De man, nog altijd koning van zijn coupé, stapt ook uit. Ik probeer om tussen het gedrang van de menigte de uitgang te vinden, en dan ineens zit ik vast. Mijn vinger zit tussen de glasrand van de metrodeur en ik krijg hem niet los. Ik ben uit alle macht aan het trekken. Omstanders staan met stomheid geslagen toe te kijken. Niemand grijpt in. Mijn hart bonkt in mijn keel. Stel dat de metro zo meteen weg rijdt, met mij hangend aan de deur? Bij die gedachte word ik slap in mijn knieën. Dan opeens zie ik de menigte opzij en naar achteren stappen. De stank van ontbinding komt dichterbij. Het is de vieze man. Hij staat naast mij en trekt heel voorzichtig mijn vinger uit de spelonken van de deur. Naast zijn zachtheid blijkt hij ook over een enorme kracht te beschikken. En dan ben ik bevrijd. Ik draai me naar hem toe en kijk hem recht in de ogen. Waterige diepblauwe, verdrietige ogen. Ik staar hem schuldbewust aan en bedank hem stamelend. Hij knikt en gromt iets onverstaanbaars. Dan draait hij zich om en sjokt moeizaam naar de uitgang van het station.

16 reacties
Mien · 13 juni 2016 op 08:03
De nauwkeurige beschrijving van de stinkman doet vermoeden dat de hoofdpersoon werkzaam is als anatomisch patholoog. Bij volle metro’s denk ik altijd aan de metro in Moskou uit Koyaanisqatsi. Om misselijk van te worden.
NicoleS · 13 juni 2016 op 08:05
Anatoom patholoog. Haha
van Gellekom · 13 juni 2016 op 08:56
Metro’s stinken sowieso, maar het levert wel een prachtige column op 😀
NicoleS · 13 juni 2016 op 09:08
Haha dankjewel
Esther Suzanna · 13 juni 2016 op 09:30
Ik moet het toch even kwijt. Ook dit stukje is weer goed geschreven. Het verhaal vind ik een beetje flauw maar het loopt als een ‘Metro’.
Verder vind ik het lastig om ‘zo vaak’ op je te blijven reageren. Zelf schreef ik in ‘het begin’ heel veel hier en toen daar voorzichtig iets over gezegd werd schoot ik eerst in de vlekken. Het werkte tegen mij. Datzelfde euvel heb ik nu met jou. Op elke pagina van CX prijk je minimaal 2x. Doe ermee wat je wilt.
NicoleS · 13 juni 2016 op 09:49
Tja. Ieder zijn mening. Toch plaats jij zelf ook regelmatig een stuk, en vind ik het heel plezierig om te lezen. Geen idee of veel schrijven tegen iemand werkt. Ik vind het leuk om te schrijven en dat is precies de reden waarom ik dat doe. En je hoeft absoluut niet alles van mij te lezen of altijd te reageren?. Wel jammer dat ik me telkens moet verdedigen op een schrijverspagina omdat ik te veel schrijf. ??
Esther Suzanna · 13 juni 2016 op 10:01
Je hoeft je niet te verdedigen. Ik meld het. Ook een schrijverssite is een kleine maatschappij op zich en we willen allemaal gelezen worden, zijn enthousiast en hebben passie voor schrijven. Het gaat niet om het regelmatig plaatsen van een stuk. Heel goed juist en het zou mooi zijn als er nog meer schrijvers bijkwamen of dat er nog meer geplaatst werd. Dit gaat om balans. Dus misschien ligt het niet aan dat jij zoveel plaatst maar dat er weinig van anderen wordt geplaatst…Dat kan ook.
Het gaat er mij om dat ik meld (omdat ik dat nou eenmaal doe als iets mij dwarszit of stoort… 😉 dat er een disbalans is in diversiteit van schrijvers. Eerlijkheidshalve kan jij daar waarschijnlijk niks aan doen. Je vult de plekken die anders leeg blijven? Kip of het ei…
NicoleS · 13 juni 2016 op 10:57
Haha inderdaad dus anderen: schrijf meer alsjeblieft !!!
J.oost · 13 juni 2016 op 11:28
Goed geschreven, hulp vanuit onverwachte hoek. Mooi!
Bruun · 13 juni 2016 op 13:10
Mooi geschreven. Een levendige situatieschets in geuren en kleuren 😉 Ik ben benieuwd naar deel 2.
Nachtzuster · 13 juni 2016 op 16:56
Wat ik in jouw columns een beetje mis is een vleugje humor en/of eens een verrassende twist/clou.
Op de een of andere manier is het allemaal redelijk serieus en ‘zwaar ‘. Als je iets van je vaders schrijftalent hebt geërfd dan zou je eens kunnen proberen om een onzindingetje te schrijven. Indien je dat wilt natuurlijk. 😀
NicoleS · 13 juni 2016 op 17:21
Het gekke is dat ik dat niet zo in mij heb. Maar mijn vader is heel bijzonder. Als mens en als schrijver. Helaas is humor nou net een genre waar ik niet zo in uitblink. Misschien ga ik me meer richten op het schrijven van thrillers. Beetje fictie ik heb het idee dat ik daar beter in ben.?
Nachtzuster · 13 juni 2016 op 17:31
Helemaal prima natuurlijk 😀
NicoleS · 14 juni 2016 op 09:22
Nou nachtzuster ik wil je nog even bedanken voor je goede feedback. Heb een poging gewaagd en in elk geval zelf kunnen lachen! Top idee van je! Geen idee of het echt grappig is ( want dat ben ik nooit?) maar ik heb enorm veel plezier gehad! Bedankt!?????
Nachtzuster · 14 juni 2016 op 17:18
Graag gedaan natuurlijk! In ieder geval al tof dat je zelf hebt kunnen lachen. Ben benieuwd!
NicoleS · 13 juni 2016 op 17:30
Twee keer?sorry. (*Noot van de redactie: 1x verwijderd*) Ik wil er toch nog aan toe voegen dat hoewel mijn vader een goede schrijver is ( vind ik) dat ik wel een ander persoon ben met een andere kijk en insteek. Ik doe wat mij het beste ligt en als ik hem zou na doen, waar ik het talent voor mis) dan zou ik het ook niet zijn. Gek hè? Maar gevoel voor humor heb ik niet. Eerlijk gezegd vind ik het leven helemaal niet zo leuk.