De geur van verrotting, natte bladeren, paddenstoelen dringt in mijn neus.
In mijn ogen lage zonnen, mist en spinnenwebben.
De langs mij heen blazende windvlaag, met in zich de belofte van dreigende kou draait onverwachts om tot een benauwd warme stilte.
Alleen, alener dan alleen. Ik kras mijn naam in een boom, vlak onder twee halfvergane andere namen verbonden met een hart. Zonet vond ik een oud aardappelschilmesje, dat iemand naast een half afgesneden tak had achtergelaten. Het houten lemmet stond omhoog, als bij het spel ‘landje veroveren’ uit mijn jeugd. Nu bloedt mijn vinger.

Mijn naam ziet er niet uit als mijn naam. De letters zijn mij onbekend. Hiërogliefen. Ik, een vreemde. Archeologie bedrijven om te vinden wie ik ben, waar ik ben. Een gedegen vooropleiding ontbreekt. Ik ben een verloren kind dat schatten zoekt om in zijn zak te voelen rammelen en te bewaren. Maar alles wat ik heb teruggevonden is het half vergane pamflet van een bloemencorso, in schreeuwerige kleuren. De rest is verdwenen in het eeuwige gat in de voering.
Om mijn hals bungelt mijn camera, om duistere redenen omgehangen bij vertrek. Ik weet niet hoe lang geleden. Gisteren? Vorige week? In een ander leven?
Ik houd de lens voor mijn gezicht en druk snel af. Terugkijkend op de display zie ik mezelf als kleuter. Ik beef. Verder terugkijkend blijkt de camera leeg.

Ik haal het corsopapier weer tevoorschijn. Het is door vocht en tijd onleesbaar geworden. De kleuren lopen door elkaar heen, alleen het woord bloemencorso is nog te ontcijferen. De datum blijft duister. Met het gevonden mesje snij ik de woorden eruit, een code die mij misschien verder brengt naar mezelf, naar de tijd. Zorgvuldig opgevouwen, stop ik het terug in mijn zak. Als iets kostbaars. Op de vochtige bosgrond zittend, moet ik steeds opnieuw in de camera kijken naar mijn eigen kinderogen. Ernstige kinderogen. Ik probeer de achtergrond zoveel mogelijk in te zoomen. Een geel richtingbord op de achtergrond wordt gedeeltelijk zichtbaar: ‘ORSO 1951’, kan ik nog net lezen.

Het jaar dat mijn moeder stierf.

Categorieën: Thema column

pally

Genieten van leven en mensen en natuur om mij heen. Schrijven als belangrijke drijfveer om te ordenen, te relativeren en te communiceren.

14 reacties

Emiliever · 11 november 2009 op 08:05

“In mijn ogen lage zonnen, mist en spinnenwebben”, wat een prachtige zin. En dat was de opmaat voor de rest van het verhaal. Ik bewonder de manier waarop die verplichte woorden zijn verwerkt, erg knap!

SIMBA · 11 november 2009 op 08:32

Wat een mooi MISTerieus stukje Pally! :wave:

Mien · 11 november 2009 op 08:42

Wauw Pally, een juweeltje.
Erg genoten.
Knap in elkaar gezet.

Mien

Edit:
Indien autobiografisch: heftig om je moeder zo jong te verliezen.

Chantalle · 11 november 2009 op 09:43

Erg mooi, Pally. Ontroering zonder dat het dramatisch is.

Avalanche · 11 november 2009 op 10:34

Toveren met woorden, met verplichte woorden zelfs. Jij kunt dat! Een genot om te lezen, Pally!

Ma3anne · 11 november 2009 op 11:02

Ook jij hebt met een deel van een verplicht woord gewerkt in de titel. Ik zou het niet onmiddellijk hebben gezien, als Mien de aardapelschilm niet had gebruikt.

Een huiveringwekkende zoektocht naar diep kinderverdriet. Zo verschrikkelijk mooi beschreven.

Van mij mag deze column alvast genomineerd.

LouisP · 11 november 2009 op 11:55

Pally,
zo mooi, zo ingetogen. Met prachtige zinnen.
3de alinea is super..

L.

Saya_Surya · 11 november 2009 op 12:19

jammer dat dit geen vervolgverhaal is, je stuk roept een creepy-achtige nieuwsgierigheid bij me op

wonderlijk mooi geschreven, ja, wat mij betreft zéker een nominatie waard!

Kuin · 11 november 2009 op 13:53

In één woord: GAAF!

arta · 11 november 2009 op 16:35

Poeh, kippenvel aan deze kant.
Geweldig geschreven!
🙂

DreamOn · 11 november 2009 op 19:05

Tjonge jonge Pally…
Wat ontzettend knap gedaan. Eerst leek me de omgehangen camera wat gekunsteld, maar toen ik het vervolg las bleek het wonderwel in het verhaal te passen, en kreeg het zelfs een belangrijke rol.
Ik vind tot nu toe de bijdragen steengoed, zowel die van Mien, als die van Ma3anne en ook die van jou. Echt heel goed gedaan! :kus:

lisa-marie · 11 november 2009 op 19:50

WAUW !!
Niet alleen kippenvel hier maar ook ontroering op de juiste manier.
Knap hoe je de verplchte woorden hebt gebruikt en verweven in het geheel.

KawaSutra · 12 november 2009 op 00:59

Mooi, Pally. Surrealistisch was al genoemd geloof ik. Typerend misschien wel voor de vertekenende werkelijkheid van een depressie. Heel knap geschreven.

Fem · 12 november 2009 op 07:14

Erg mooi Pally!

:kus:

Geef een antwoord