Een conducteur die een blaastest afneemt en een serveerster die boeven vangt? Nee, misverstand. Het zijn onze vertrouwde dienders in een nieuw ontworpen politie-uniform. Zeg maar ‘oude wijn in nieuwe zakken’. Als het allemaal doorgaat tenminste. Want het nieuwe pak heeft stof doen opwaaien, er worden zelfs kamervragen over gesteld aan de Minister van Binnenlandse Zaken. Dat is Johan Remkes op het moment dat ik dit schrijf. Dat kan bij het lezen best al weer iemand anders zijn. Niets veranderlijker dan politiek. En politie-uniformen.

Waarom het vertrouwde uniform zó desastreus overboord gaat wordt door de brigadiers niet begrepen. Meest aannemelijk is dat ergens in de bovenste regionen iemand uit zijn neus zat te eten en ter tijdverdrijf dit onzalige plan bedacht. Als belangrijkste reden voor het nieuwe pak wordt gegeven dat particuliere beveiligingsmensen met hun kleding teveel op echte agenten gaan lijken. Dat moest maar eens veranderen. Nou, dáár is de projectgroep HUNP, de politiekleermakers die het uniform herzien, héél erg goed in geslaagd. Het lijkt nergens meer op. Dat blijkt ook wel uit de waslijst aan bijnamen dat het pak al heeft. Daarbij scoort ‘pipopak’ het hoogste. Toch zijn de kleermakers niet over een nacht ijs gegaan. Het mocht best wat kosten, per belastingbetaler is het tenslotte maar een klein bedragje. Ze gingen op visite in Duitsland, Oostenrijk, Noorwegen en de V.S. Zo’n pak is het dus ook geworden. Met een Noorse cap als vlag op een modderschuit ter vervanging van de pet die ons allemaal past. Een soort baseball petje maar dan hoger en met gouden randen en blinkende versieringen.

Om de toekomstige dragers voorzichtig te laten wennen werd er een draagproef gedaan. Tweehonderdzestig draagvrouwen en draagmannen droegen ‘het’ maar aan het eind van de rit bleek er weinig draagvlak. Enkele ervaringen: de Noorse cap bleek behalve lelijk ook nog te warm. En dan te bedenken dat de proef alleen in de herfst en de winter werd gedaan. De nieuwe overhemden zijn wit in plaats van blauw dus zichtbaar sneller vies. Ze zijn doorschijnend wat door sommige draagsters niet- en door andere dragers juist weer wel op prijs wordt gesteld. De agente moet straks haar sjaaltje of stropdas missen. Ze wordt afgescheept met een truttige afgeknipte zwarte strik op het doorschijnende witte overhemd met pijnlijke borstzakken. De bekende leren jasjes worden vervangen door halflange jassen. Volgens een houding- en bewegingtherapeut zal het dragen van de halflange jas in combinatie met de koppel klachten van armen, schoudergordel en nek geven. En van buik, maag en darmen. In de auto is de jas te warm en onhandig. De nieuwe koppel is een ramp, daar schijnt nu zelfs de projectgroep het schoorvoetend mee eens te zijn. Waarschijnlijk komen er nu ritsen in de zijkant van de halflange jas. Zodat de koppel met de hele santenkraam die er aanhangt onder de jas gedragen kan worden en het pistool toch binnen handbereik is. Of voor het pakken van peperspray, portofoon of handboeien eerst de jas moet worden uitgetrokken is nog onduidelijk. Op de rest van de klachten broedt de kledingcommissie nog tot zeker eind september. Daar komt zelfs TNO aan te pas.

Volgens de projectgroep moet het nieuwe uniform een gezaghebbende en wervingsondersteunende uitstraling hebben. Dan moet er toch ergens iets fout gegaan zijn denk ik dan. De agenten willen gewoon praktische werkkleding zonder toeters en bellen die lekker zit. Zoiets als ze nu gewend zijn aan te trekken. Dat je daar ‘s een draai aan geeft met een ander biesje of een tintje lichter of donkerder, alla. De uniformbobo’s komen vast nog op tijd tot andere inzichten. En misschien kan Den Haag ook nog wat bijsturen nu er openlijk vragen worden gesteld. De mislukte proef op de catwalk van het politie-instituut maakt één ding duidelijk: als het aan de politieman en vrouw op straat ligt is de kans op invoering van het nieuwe pak nul.

-G@P

(deze column is eerder geplaatst in het archief)


0 reacties

Geef een antwoord