Ergens rolt een handgrasmaaier vlotjes over een onbekend grasveld. Het geluid zorgt ogenblikkelijk voor een flashback, in full HD technicolor. Ik haat het geluid van handgrasmaaiers; het tienjarig kind in mij kijkt ogenblikkelijk naar beneden of ik niet toevallig met mijn voeten op een grasveldje loop. Het embargo thuis duurde altijd tot enkele dagen na de maaibeurt. Niet meer even lekker flikflakken op het groene tapijt (dat veert nou juist zo lekker). Daarnaast liet mijn vader het dode gras liggen, voor de groei. Inclusief de harde stukjes, die pijnlijk in mijn voeten staken, wanneer ik toch weer wilde turnen.

Toch hield ik van de maaier; de geur van gras hield een belofte in van zomers lang buiten zijn, avonden van woest gymnastieken in de tuin. Van beter en langer, hoger. Onder invloed van de geur van gras en als de deur van de kas iets openstond, kwamen de geuren van de tomaten even mee.

De lucht van gras maakt sowieso dat ik altijd ogenblikkelijk aan mijn vader denk. Die man had hart voor de zaak, drie keer in de week met de hand maaien was niets. Tegenwoordig hoor ik bij ons thuis echter geen “rrrrr”” van het grasrollertje meer. De handmaaier is vergaan, heeft ons verlaten voor een handelaar die er nog wat brood in zag. Manlief en ik kregen de maaier beiden niet meer vooruit en samen zijn we van het stempel “wat u niet meer dient en in de weg staat, moogt gij gerust overboord kieperen.” Inclusief antieke grasmaaiertjes.

Een benzinemaaier is het geworden, gelukkig ruikt hij niet. Het apparaat heeft heden ten dage eveneens een andere bediende gekregen; onze jongeman van negentien stapt bedaard, rustig en weloverwogen achter de grasmaaier over het gazon, tenminste als hij zin heeft. Want er zijn zoveel andere dingen in het leven dan grasmaaien. Vriendinnen bijvoorbeeld.

Het moet best lang trouwens, tegenwoordig, dat gemaai. Vanaf maart tot soms nog in november, het hangt van het weer af en in 2018 duurde de zomer immers tot in november. Inmiddels is het april en ligt het buitenleven nog een beetje stil.

Ook in de winter vang ik soms de geur van gras. Wanneer er sneeuw is gevallen en deze weer is gesmolten en ik draaf op een rustig tempo met een zonnetje door de Waterlandse velden, of langs het Noord Hollands kanaal. Onmiskenbaar dringt zich de geur van gras in mijn neus, vindt zich een weg richting het reukvertaalcentrum in de bovenkamer. Heel even denk ik dan soms dat de lente in februari al is begonnen.

De geur van gras is mijn natuurlijk parfum, een geurig bouquet dat is samengesteld uit verschillende tinten weemoed, begeleid door een vleugje melancholie. De basistoon is vreugde.

Categorieën: Overig

Odette

Overtuigd twijfelaar. Boetseert woordjes tot sprekende beelden.

2 reacties

Bitchy · 16 april 2019 op 11:18

Enkele dagen niet op het gras? En dan 3x per week het grasmaaien….uhhh dan kon jij niet zoveel gebruik maken van het gras, maar dit terzijde. 😉 Leuk geschreven en we weten bijna allemaal wat geur met een mens kan doen.

Thomas Splinter · 18 april 2019 op 12:09

Herkenbaar. De geur van gras doet me denken aan de zomer, En ook aan mijn vader, met zijn eigengemaakt grasmaaiertje. Gebouwd rond een wasmachine motor en een krat van ijzeren spijlen. Mijn broer mocht de maaier uitproberen, en maaide pardoes over mijn vaders voet, die met een opengespleten grote teen linea recta naar het ziekenhuis kon.

Geef een reactie