De volgende dag hijs ik me maar eens in een poncho. Het kijkgemak bij een poncho (en regenpak) is ver te zoeken. Allebei hebben ze namelijk de befaamde én levensgevaarlijke capuchon. Ik weet nooit hoe ik daar mee om moet gaan. Of hij waait constant af of ik zie niets van het leven wat zich achter mij afspeelt! Waarom geen transparante capuchons, of zeg ik nu iets heel geks?! Is ook handig voor wanneer die hele poncho in je gezicht waait!! Met bakken komt het uit de lucht en ik nader een oversteekplaats. Een auto van links wil rechtdoor en ik ook. Hij heeft voorrang, maar met dit weer vind ik dat ik voorrang heb. Natuurlijk staat op de hoek meneertje agent te koekeloeren. “Jongeman!” zegt ‘ie op een deftige, maar oh zo foute toon. Op een net zo chique, maar subtiel beledigende, manier roep ik: “Jongeheer!” Gelukkig vindt hij hem niet zo leuk, des te leuker vind ik ‘m. “U bent in overtreding!” zeurt hij er meteen maar achteraan. Ondertussen word ik er niet droger op, 10 minuten extra regen door deze grap. “Maar meneer, het is toch een ongeschreven regel dat wanneer het regent de voetgangers en (brom)fietsers te allen tijde voorrang hebben, automobilisten zitten immers droog.” Jaren loop ik al met deze smoes en eindelijk kan ik hem in de praktijk brengen. “Zozo, en..meneer…waar staat die regel dan wel?” vraagt inspector Gadget op de welbekende snuggere agenten-manier. Bijdehand, en net zo dom als de laatst gestelde vraag, haal ik mijn schouders op. Agentmans krabt op zijn hoofd en denkt diep na, niet al te diep, want dan noemen we het werken. Ondertussen roep ik een passant. Natuurlijk is iedereen je beste vriend als het om de gezamenlijke vijand der polizei geht. Dus vraag ik de voorbijganger of hij op de hoogte is van de ongeschreven regel. Uiteraard ‘weet’ hij ervan en zwaaien we me zijn tweeen naar de ‘donut-eter’.

Alsof ik niet genoeg entertainment heb meegemaakt deze rit, moet ik nog iets vreselijks doen. Voor het eerst sinds jaren heb ik het weer gedaan. Een klein beetje spijt heb ik wel, maar toch was het nodig. Ik heb gebeld, ik heb mobiel gebeld. Ik heb gebeld met mijn fietsbel! Een puber vond het nodig om in een plas te springen. Nee, dan helpt bellen wel hoor! Als er iets niet stoer is, dan is het wel bellen met je tring-tring fietsbel. Laten we er gewoon een echte toeter op zetten. De fiets moet maar eens een metamorfose ondergaan, want ik heb nog een aandachtspuntje ten behoeve van ‘de fiets’.

Afgelopen week namelijk was ik weer het slachtoffer van iemand die zijn fietst niet goed geparkeerd had, met alle gevolgen van dien. Daar stond ik dan met mijn versnellingskabel die als een antenne heen en weer bungelde, maar de eigenaar van de fiets naast mij was uiteraard nergens te vinden. Nu kon ik wel een paar dagen wachten tot meneer zijn fiets weer kwam halen, maar na een dag had ik het wel gezien. Van auto’s kun je altijd een nummerbord noteren. Dus..precies..zullen we het gewoon invoeren. Graag gedaan hoor, het geld mag naar mijn rekening gestuurd worden, dan koop ik nog wat waterdichte kledij…

Categorieën: Gein & Ongein

3 reacties

Eddy Kielema · 3 juni 2006 op 11:32

[quote]Het kijkgemak bij een poncho (en regenpak) is ver te zoeken. Allebei hebben ze namelijk de befaamde én levensgevaarlijke capuchon. [/quote]
Ik zou ‘regenpak’ niet tussen haakjes zetten als je er in de volgende zin nadrukkelijk naar verwijst. Los daarvan vind ik het een beetje rommelige, ‘van de hak op de tak’ column. Gelukkig maken de komische elementen wel veel goed!

Discoverme · 3 juni 2006 op 13:23

Ik vond het zelf ook al raar staan eigenlijk, wilde aan de ene kant poncho belichte en aan de andere kant..hebben ze allebei een capuchon (wilde voorkomen dat mensen hadden gedacht (ja maar een regenpak heeft toch ook een capuchon).

Maar je hebt dus gelijk. En rommelig is ie ook wel inderdaad, was erg aan het zoeken naar een lijn…die er dus niet echt is 😉

Mosje · 4 juni 2006 op 12:06

Ik twijfel of ik dit stukje wel leuk vind, misschien had je het allemaal wat droger moeten opschrijven.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder