Het was grauw buiten. Opklaren zou het niet dus besloot ik tot wat verlichting. Ik nam de lift terug naar huis. Bovenaan de westflank van een langgerekte bergrug wonen wij. Willen we naar de stad dan moeten we dwars over de ruggengraat langs de oostflank afdalen. Beneden strekt zich een vuile zee van drukte uit. Geluiden en gassen slaan in golven op de voet van de heuvel kapot.
Waar wij wonen is het rustig. Daar betalen we voor met de moeite om er te komen. En hoewel de trappen gratis zijn nemen we steeds vaker de lift.
Tegen de akelig schuine helling waarlangs de lift op en neer glijdt zijn woningen gebouwd, gestapeld en ten opzichte van elkaar trapsgewijs verspringend, zowel in de lijn naar boven als in de breedte. De mate waarin hangt af van de hellinghoek en curven van de heuvel. Er vormt zich een reliëf; betonnen uitslag op de huid van de berg, die diep daaronder verborgen blijft.
Tussen twee zulke woonstapelingen is een brede geul vrijgelaten, als een opengewerkte schacht. Daar lopen meerdere paren ijzeren sporen van beneden naar boven. In de nok van het liftpaleis hangen vier eeuwige kabelbaancocons op een rij, waarvan er meestal maar één in gebruik is. Nummer drie.

Ik stapte in. Legde een mark op het bureautje van de liftmeneer meteen links om de hoek en wachtte tot hij mij een van de vele vooraf in torentjes gestapelde wisselmuntjes plus een kaartje teruggaf. De man was kalm, maar had de vlotheid van tevreden routine. Zo goed beheerste hij de overgangsmachinerie – mensen eruit en anderen erin, middelen ruilen, lift bedienen – dat er tijdens het zoeven naar het eindpunt échte rust heerste. De liftmeneer drukte op de rode schuifdeurknop, toen op de groene voor vertrek.
Ik liet me op het bankje zakken. Als een spons nam ik de kleine ruimte in me op. In dit vacuüm tussen haasten en rennen, met ramen aan alle kanten zodat beklemming geen kans kreeg stond de tijd even stil. Anderhalve minuut om precies te zijn. Mijn blik bleef rusten op het kleine tachtigerjaren klokradiootje op het bureautje naast de schuifdeur. Een vierkant zwart kastje met een display van voren waarop in rode digitale cijfers de tijd stond.
De radio was aan. Muziek klonk uit het ondermaatse luidsprekertje als door een telefoonlijn, ontdaan van alle bassen, met dat speciale ruisende, verdunde geluid dat mij zo zoet smaakt. Een liedje dat door de vervormde kwaliteit alleen nog maar schetsmatig naar het origineel verwees, verzacht en verscherpt ineen.
Ik wist niet meteen wie er zong. Maar toen herkende ik de stem van de Engelse zanger, ik zag zijn rode haar zo meebewegen. Het liedje dikte in, kon niet meer weg, en siroop vulde het kleine hokje tot in de verste hoekjes. Een even plotseling als pijnlijk verlangen naar mijn eigen westerse cultuur draaide zich vast.

En kwam weer los. Het geluid werd weer dun, mijn hart kantelde terug. Sailing zong Mick Hucknall, de melodie klom naar boven en ik hees de zeilen. Als verse vleugels werden de enorme witte lappen wakker uit een diepgekreukte slaap en ontkraakten tot zacht ruisen. Licht maakte hun zichtbaar en lucht wekte hun tot leven. Eenmaal helemaal uitgevouwen flapperden de doeken ongeduldig, totdat ik de neus van mijn bootje uit de wind draaide. De zeilen bolden, het grootzeil majestueus en stoer, het fokje vooral dapper, en we voeren. Met de knokkels van zijn hand sloeg de liftmeneer de maat mee op de houten rand.

De lift stopte. Ik stond op en pelde mezelf uit het hokje. Het waaide een beetje en ik zette me schrap en trok mijn jas strakker om me heen. Een beetje zorgen maakte ik me, over mijn achtergelaten gewicht. Zou ik niet worden weggeblazen? Maar terwijl ik naar huis liep
verdween mijn ongerustheid. Het zou vast niet nog een keer gebeuren. Ik wás al opgetild.

Categorieën: Diversen

12 reacties

Avatar

Neuskleuter · 10 februari 2008 op 17:20

Ik zag een Anne, dus ik wilde gelijk even lezen!

Vreemd eigenlijk hoeveel emotionele kracht een liedje op je kan hebben! Ik merk het ook vaak, geluid brengt vaak vele herinneringen met zich mee. Meestal kies je de muziek bij je stemming, maar in zo’n lift heb je die keuze natuurlijk niet!

Ook wel eens lekker, weten wat je mist en wat je juist waardeert van een andere plaats.

Weer mooi beschreven!

Avatar

Prlwytskovsky · 10 februari 2008 op 18:29

[quote]Ik nam de lift terug naar huis[/quote]
Doe ik elke dag, anders kom ik nooit op de negende. 😉

Avatar

Mosje · 10 februari 2008 op 20:22

O Anne, wat een mooi zondagavondverhaaltje. Als ik het nou morgenochtend had gelezen, zou het ook wel mooi geweest zijn, maar zulke vertelsels horen op zondagavond thuis.

(Ik zie toch echt Rintje Ritsma in je foto, Peuter. Hou je ook van schaatsen?)

Avatar

ANekdote · 10 februari 2008 op 21:37

Heel erg mooi beschreven!

Groetjes An.

Avatar

Neuskleuter · 10 februari 2008 op 21:37

[off topic]
Rintje Ritsma? Rintje? Sprintje Ritsma? He, brr, die is niet zo knap als ik, Mosje. Foei toch. Schaatsen is mij ook te koud. Maar ik heb vandaag wel weer 10 kilometer geskeelerd, zoals het een echte Frysk betaamt 😎 Nu moet ik nog een echte Frysk worden. Of toch maar niet.

Maar ik kijk wel graag live naar schaatsen, daarom kan je een poging doen om mij 22 februari in de oranje hossende massa te spotten in de bocht in Thialf. Misschien wordt dat wel een leuke inspiratie voor een column 😉

[On topic]
Al wordt dat nooit zo’n lyrisch verhaal zoals Anne ze schrijft 😉

Avatar

pally · 11 februari 2008 op 09:22

Ha Anne, heel erg mooi beschreven, die anderhalve minuut zweven en alle emoties die in korte tijd je hoofd vullen. Anders in de lucht dan op de grond. Vooral de één na laatste alinea met de metafoor van het zeilen vond ik prachtig! Met daarin deze zin:

[quote]Als verse vleugels werden de enorme witte lappen wakker uit een diepgekreukte slaap en ontkraakten tot zacht ruisen.[/quote]

groet van Pally

Avatar

lisa-marie · 11 februari 2008 op 12:32

Ik heb genoten van al die mooie zinnen en werd meegenomen in het geheel.

Avatar

SIMBA · 12 februari 2008 op 08:32

Dus die liftmeneer gaat de hele dag mee op- en neer?
Fijn verhaaltje Anne!

Avatar

Anne · 12 februari 2008 op 11:20

Dank voor de reacties!

Avatar

Prlwytskovsky · 12 februari 2008 op 18:44

[quote]Legde een mark op het bureautje [/quote]
Dit lees ik nu pas. Was zeker een blinde liftmeneer? 😆

Avatar

Anne · 13 februari 2008 op 10:19

Nee hoor P. Hier betaalt men met Konvertibile Marken, dus de voormalige Duitse Mark, veranderd in de Bosnische. Hoe moeilijk ook je voor te stellen met de Nederlandse eurogeest, raar, maar waar. Voor de oorlog betaalde men met de Dinar, die men in Servie nog steeds gebruikt.

Avatar

KawaSutra · 18 februari 2008 op 00:03

Beetje laat misschien maar ik pik er nu even een paar uit.
Prachtig verhaal weer.

[quote]Licht maakte hun zichtbaar en lucht wekte hun tot leven[/quote]
Ik denk wel dat je hier ‘hen’ had moeten gebruiken.
‘hun’ is volgens mij een bezittelijk vnw. ‘hun auto’

Geef een antwoord