We stonden voor een moeilijke keuze. Op welke wijze zouden we spitsig Parijs voorbij gaan. Het was niet erg handig van ons om juist op dit tijdstip hier aan te komen, maar je kan niet álles goed doen. Aan de andere kant van Parijs wachtte ons het hotel dat al een paar dagen geleden gereserveerd was. Dat dan weer wél. Echtgenoot had een scherpe aanbieding voor een driepersoonskamer voorbij zien komen en als er íets is dat hij onmogelijk kan weerstaan, zijn het wel scherpe aanbiedingen. Vandaar dat we dit keer ongewoon goed voorbereid waren, zo dachten we. Op die spits na dan.

Het was inmiddels een kleine acht uur geleden dat we uit ons Zuid-Franse dorpje vertrokken om via het Noord-Parijse hotel naar ons leenhuis onder de rook van Amsterdam te rijden. Buiten was het extreem warm, we zaten midden in de hittegolf van eind juli, maar gelukkig was het autootje lekker gekoeld.

De keuze was: de ‘Francilienne,’ die ons ruim om Parijs zou leiden, of de middelste ring zoals de verkeersborden adviseren, maar we konden ook de ‘Périphérique’ nemen die qua kilometers het kortst is. We waren er snel uit. De avondspits betekent ook dat het binnenkort etenstijd zou worden en wij hadden best een beetje trek. We gingen dwars door Parijs.

En opeens wist ik het weer, Parijs’ verkeer geeft echtgenoot een enorme stoot adrenaline. Als een gek reed hij door de drukke straten en avenues, gekker dan de gekste Parijzenaar. Toeterend draaide hij zich overal tussen en onderwijl wees hij ons links en rechts op mooie bruggen, kerken en ijzeren torens. Bij mij had de adrenaline een heel ander effect. Mijn hart bonsde in mijn keel en de zenuwen gierden door mijn aderen. Ik bleef strak op de weg kijken, echtgenoots wijzende vinger negerend en schreeuwde dat er een brommer van rechts kwam, of een auto van links, dat het stilstond voor ons en dat hij daar écht beslíst niet tussen kon. Ook op de achterbank waren de zenuwen van zoon tot het uiterste getergd. Toen we eindelijk in de parkeergarage stonden onder het ‘Place St Michel’ waren we uitgeput. Echtgenoot daarentegen was helemaal opgeladen en sprong als een overenthousiaste puppy zijn auto uit om door de Parijse straatjes te gaan huppelen.

Eenmaal met beide voeten op de grond en baas over onze eigen koers had de lichtstad vol terrasjes ook op mij en zoon het prikkelende effect, al weerhield de hitte ons van eindeloos slenteren. Op een terras langs de Seine, soppend op de quasi-rotan stoelen, met uitzicht op een met steigers ingepakte Notre Dame, stilden we onze honger met ‘cote d’agneau’ en ‘dos de cabillaud.’ Heel tevreden met ons zelf. 

Toen we na afloop nog een stukje langs de rivier en door het Quartier Latin hadden gewandeld,  hadden we er eigenlijk nog lang geen genoeg van. We besloten nog een laatste glaasje te nuttigen op een typisch traditioneel duur Parijs’ terras. ’Pastis’ was het goedkoopste dat ze hadden, want kleine koffietjes werden niet geschonken, ze waren gekke Gerritje niet.

Wat we toen nog niet wisten was dat ons gereserveerde hotel één of andere louche boel zou blijken te zijn, waar overal bewakers rondliepen. Dat voor ons een tweepersoonskamer in plaats van driepersoons was gereserveerd. Dat de kamer een klein kippenhok was, waar ze provisorisch nog een extra bed wilden bijzetten, zodat er helemaal geen vloer meer over zou blijven. Dat de airco kapot zou blijken te zijn en dat het om middernacht, toen we aankwamen, nog altijd drieëndertig graden was. Dat we zouden besluiten te vertrekken, door te rijden naar Nederland en dat we zodoende pas de volgende ochtend om half zes in een Hollands bed konden ploffen.

Vrolijk nippend van onze ‘pastis’ op een vol terras in de stad van de liefde, wisten we dat allemaal gelukkig nog niet.

Categorieën: Gein & Ongein

Dorine

Ontwerper van huisjes en interieurs in Frankrijk en een simpele plezierschrijver over gebeurtenissen en -nisjes uit het dagelijks leven.

2 reacties

Tim uut Kwedamme · 22 augustus 2019 op 17:32

Ik heb veel verhalen over Parijs gelezen. Maar ik kreeg een mooi beeld en nog meer. Ik heb echt genoten, ik vind het een goede column. Dank je wel dat je met ons deelde. Ik heb met plezier gelezen.

Geef een reactie