Het blijft voor mij nog immer een raadsel. De mensen die de afgelopen decennia, met een welhaast satanisch genoegen, het Christendom bespot, vervloekt en beledigd hebben, die de Christelijke dogma’s met hoongelach hebben weggewuifd en die met vlijmscherpe pen en onovertroffen oratie hun filippica’s over de verstandeloze gelovigen uitspuwden, verwerpen nu alle kritiek op een ander geloof. Een geloof dat op dezelfde dogma’s drijft als het Christendom en meer invloed op haar gelovigen uitoefent dan het Christendom ooit gedaan heeft. Sterker nog, men geeft dit geloof alle ruimte haar macht en invloed te vergroten binnen onze maatschappij. Haar organisaties en bidhuizen worden gesubsidieerd, haar culturele achtergronden blindelings gedoogd. Kritikasters worden publiekelijk aan de schandpaal genageld en zijn veroordeeld tot eeuwigdurende waakzaamheid. Uit angst voor het andere geloof, overschreeuwt men elkander in laatdunkendheid jegens diens kritische volgers. Over menigeen is het doodvonnis reeds uitgesproken en met instemmend gegniffel “bejaht” door onze progessieve geesten.
De kritische helden van weleer zijn verworden tot makke schoothondjes van het andere geloof en paraderen als hijgerige strooplikkers in de stoet der veinzaards. Smachtend omarmt men een morele uitglijder van een Christenpoliticus of een promptverloren stupiditeit van de Paus. Dan galmt het misnoegen als vanouds uit schreeuwerige monden en slaan wij instemmend de aanzwellende gekrenktheid gade. Deze diepgewortelde aversie jegens Christenen welke bij monde van de fingeerde Lodewijk Stegman in de jaren vijftig van de vorige eeuw zijn weg vond bij de progessieve politici, intelligentia en creatieve geesten blijft altoos hoorbaar.
Tsja, wat moet ik hier nu van zeggen. Het beste lijkt mij om in de geest van onze vriend Stegman te blijven: Zij die kritiek hebben op het Christendom maar uit lafheid het hoofd buigen voor het andere geloof zijn het meest schunnige, belazerde, onderkruiperige, besodemieterende deel van ons volk. De etterende schijnheiligheid barst uit hun volgevreten onderbuiken. De kleinmoedigheid bestrijkt hun geniepige hersenspinsels. Waanwijsheid maskeert hun schijterigheid. Zij emigreren niet. Zij blijven zitten in hun grachtenpanden met puisten op hun wangen, rottende kiezen en een naar stront stinkende asem van het kontlikken.
Bovenstaand schrijven is ontsproten uit het brein van Geert von der Dunk alias Alexander Halsema, een fictief personage uit de nog ongeschreven roman “Ik heb altijd ongelijk” van Neerlands minst bekende geschiedkundige Gijs Mak. Ondergetekende dient slechts als doorgeefluik van diens onnavolgbare hersenspinsels.

Categorieën: Maatschappij

11 reacties

axelle · 20 februari 2009 op 20:28

Mijn voorkeur gaat in de meeste gevallen uit naar ‘eufemistisch taalgebruik’
maar in dit geval primeert eerlijkheid.

Ik vind het echt vreselijk om te lezen. Het komt allemaal nogal ‘gepropt’ over.

Sorry,
Axelle

zior · 20 februari 2009 op 21:43

primeert? gepropt?

LouisP · 20 februari 2009 op 21:57

Hoi Zior, dit is wel erg moeilijk voor mij om te lezen. Niet om het lezen maar om het te begrijpen. Niet om het begrijpen maar om het een plaats te geven.

L

Siebe · 20 februari 2009 op 23:14

Het blijft/blijkt nog steeds moeilijk nietwaar Zior? Enkele leuke of goedlopende bij elkaar geraapte zinnen maken nog geen goed stukje. Je zult echt meer moeite moeten doen als dat is wat je wilt: een goed stukje maken – een column bijvoorbeeld, zoals men hier met zekere regelmaat pleegt te doen.

Het leest niet lekker en (of want) het is onduidelijk geschreven. Neem bijvoorbeeld dat citaat van Stegman, dat hoort echt tussen aanhalingstekens als je duidelijk wilt maken wie wat zegt of zei.

En wie is dat fictief personage? Waarom heeft een fictief personage een alias eigenlijk? Wie is Gijs Mak? Ik bedoel: áls het al humoristisch bedoeld is (Mak, Geert en Von der Dunk, Thomas en Halsema, Femke Pechtold?) dan komt het gewoon totaal niet uit de verf.

Een stukje als dit blijft op deze manier het domweg dumpen van losse dingetjes, meninkjes en mislukte grappige bedoelingen. Tja, ik weet niet wat anderen zoal doen, [i]’but mostly I’m taking my dump elsewhere. Mostly…'[/i]

Je zult echt meer moeite moeten doen. Op het forum van deze site staan verschillende topics die je misschien wat aanknopingspunten kunnen bieden. Eén hint van mij alvast: kop, lijf en staart.

Gr.
S

[i]EDIT: Wellicht ben ik abuis met de oude site, ik heb het forum snel even gescand en kon zo snel niet vinden wat ik zocht. Maar dan nog zijn er zat andere manieren m.i.[/i]

zior · 20 februari 2009 op 23:24

Stegman is een personage van WF hermans die met zijn tirade tegen de katholieken verder ging dan wilders tegen dat ander geloof.

Siebe · 20 februari 2009 op 23:55

Dankje zior.

Maar mij betrappen op een boek dat ik niet gelezen heb – en dat zijn er vele moet je weten – weegt in dit geval niet op tegen waar ik jou allemaal ‘op betrapt’ heb. Niettemin dank voor dit miniscuul deeltje reactie, de rest hoop ik in een volgende column van je terug te zien. Kop, lijf, staart.

Je hebt naar mijn idee – zoals ik eerder ook al zei – best veel te vertellen, maar je moet wel duidelijk zijn over wat je bedoelt. Concreet m.b.t. deze column: dat ik niet weet wie Stegman is, is primair niet iets wat jij mij als dommigheid of ongeletterdheid aan kunt wrijven (niet dat ik je opmerking zo heb opgevat trouwens), maar vooral iets wat jij, als schrijver, mij , als lezer, kennelijk niet duidelijk hebt kunnen maken. Vooronderstel daarom niets. En waar je dat wel doet, mag je dat gerust zeggen in zo’n column. Of in ieder geval iets van een clue geven waar de lezer weer mee verder kan mocht hij/zij dat willen.

Aan inhoud ligt het bij jou niet, dat heb je wel. Het is je verpakking waar ik over zeur. Ik denk dat je beter en succesvoller zou kunnen schrijven als je daar iets mee zou weten te doen. Bedenk dat, [i]’when it comes down to it'[/i], de lezer bepaalt of je een goed stukje geschreven hebt of niet en niet jijzelf. Dat kan wel eens lastige situaties opleveren wanneer anderen niet dezelfde boeken als jij gelezen hebben. Onbegrepen? Ja, misschien. Maar dan wel om reden dat je dan zelf kennelijk niet in staat bent geweest je punt goed voor het voetlicht te brengen.

Ik kijk uit naar de volgende.

Gr.
S

Coltrui · 21 februari 2009 op 10:38

Ik krijg plots verschrikkelijk veel zin om luidkeels op straat te gaan betogen. Alleen weet ik niet waartegen en waarom.

Dees · 21 februari 2009 op 11:49

Zet je zinnen op dieet! Het hoeft geen Jip en Janneke, maar zo heel af en toe zit er een prachtige zinsconstructie in, die het verdient om gezien te worden. Die zin verdrinkt dan weer in een vorige en een volgende, vol met geaffecteerd taalgebruik. En dat is jammer, want de lust om echt te lezen vergaat mij daarbij.

KawaSutra · 22 februari 2009 op 01:31

[quote]Bovenstaand schrijven is ontsproten uit het brein van Geert von der Dunk alias Alexander Halsema, een fictief personage uit de nog ongeschreven roman “Ik heb altijd ongelijk” van Neerlands minst bekende geschiedkundige Gijs Mak.[/quote]
Vaag.
Is dit jouw eigen tekst? Is dit de tekst van een fictief persoon? Uit een roman die nog niet geschreven is?
Op zich niet slecht geschreven, maar ik hou persoonlijk meer van duidelijkheid.

Ja, ik snap um: Raadsel! 😀

maurick · 22 februari 2009 op 01:53

Je schrijft echt leuk, maar het pakt niet.
Misschien moet je het wat simpeler houden?
😉

Mien · 24 februari 2009 op 09:29

Ik vind de reacties bijna net zo verwarrend als de column. Maar door beide te lezen zijn alle raadsels opgelost.
Wat kan het lezen toch eenvoudig zijn!

Tip voor zior na het lezen van de column en de reacties (waarachter ik me grotendeels schaar):
Laat de inhoud los.
Schrijf een keer over niets.
Om het schrijven naar een (nog) hoger plan te tillen. Dat mag hier. CX is wat dat betreft een dankbare oefenschool. Reacties verzekerd.
Ik geef je gratis een onderwerp: kruiswoordpuzzel
Neem je de uitdaging aan?
Ik ben benieuwd.

Mien

Geef een antwoord