Na een wilde achtervolging ben ik onderuit gegaan, met de door mij gestolen Harley. Nu kijk ik in de loop van een pistool.

Voorzichtig kom ik overeind. De man tegenover mij haalt zijn neus op. Plotseling herken ik hem! “Jochem Snot,” roep ik. De ogen van mijn opponent puilen uit. “Wat? Hoe weet jij dat?” Op de achtergrond hoor ik Hagel grinniken. Jochem Snot, dat was de bijnaam die we aan Johan Dweiel-abner hadden gegeven, vroeger op de basisschool. Hij haatte dat. Telkens als iemand Snot tegen hem riep, ging hij geheid door het lint. Snot heeft hiervoor zelfs een meisje het ziekenhuis in geslagen. Kort daarna werd hij van school verwijderd. Ik heb hem nooit meer teruggezien. Tot nu. Verbouwereerd staart hij mij aan. Vervolgens draait hij zijn roodgekleurde gezicht naar Hagel. Die buldert van het lachen. Snot’s ogen spuwen vuur, en hij laat het pistool zakken. Dit is mijn kans. Met volle kracht schop ik mijn belager snoeihard in zijn kruis. Hij hapt naar lucht, slaat dubbel en valt over mij heen. Stan Hagel schrikt, en wil in actie komen. Te laat. Ik heb het pistool van Jochem over gepakt en richt het op Hagel. Hij grijnst, springt op mij af, maar struikelt over zijn maat. Door deze laatste valpartij laat ik het pistool afgaan. Hagel kijkt mij met verbaasde ogen aan. Op zijn voorhoofd ontstaat een rode vlek. Ik zie het leven uit zijn ogen verdwijnen. De vetklep zakt in elkaar. Morsdood. Daar ben ik mooi vanaf. Jochem krabbelt overeind, en voor de zekerheid schiet ik hem door zijn voet. Snotverdomme! Zo kan hij geen kant meer uit. Vanuit de verte klinken sirenes. Mensen komen op uit hun huizen. Reuring in Roerdonk! Het was me het dagje wel. Ik ben kapot!

Enkele dagen naderhand is de begrafenis van Peer. De aanslag op mijn oude dienstkameraad is landelijk nieuws geweest. En druk is het! Het wordt een emotionele aangelegenheid. Zijn dood is weliswaar gewroken, maar er blijven veel vragen openstaan.

Hoe wist Stan Hagel bijvoorbeeld dat de informant bij de parkeergarage van het Hilton rondhing? Willie Plankgas, de wethouder, klapt uit de school. Tijdens het verhoor door de politie, waarbij de onweerlegbare foto op tafel kwam, sloeg de wethouder gelijk door. Plankgas werd gechanteerd door de informant, met dezelfde foto. In paniek was de wethouder naar zijn grote vriend Stan Hagel gegaan. Die gaf hem duidelijke instructies. Toen Plankgas de informant naderhand bij het Hilton had gespot, schakelde hij Hagel meteen in. Deze was op zijn eigen wijze in actie gekomen, en had korte metten gemaakt. Wie wind zaait zal storm oogsten.

De dienst is afgelopen. Als ik wegloop van de begraafplaats, zie ik bij de ingang een motorrijder staan. Hij kijkt me aan. Ik huiver.

Slot


Thomas Splinter

Verhalen zijn splinters uit mijn onderbewustzijn.

5 reacties

Thomas Splinter · 20 januari 2019 op 16:15

Zo, mijn ‘target’ is bereikt. Alle verhalen die ik vroeger heb geschreven, en jaren hebben staan verstoffen op zolder, (verzameld in een ordner) zijn nu op Columnx geplaatst. Ik ben blij dat ik deze vertelsels na al die jaren alsnog met een publiek heb kunnen delen. Columnx, mijn dank is groot!

Mien · 25 januari 2019 op 07:15

Waar ik aan denk?
Mooie fictiereeks Thomas. De zolder van ColumnX is weer een beetje meer gevuld. Maar er blijft natuurlijk altijd nog plek over voor nieuw werk, toch?

Thomas Splinter · 25 januari 2019 op 16:56

Wat dacht je wat! Mijn nieuwste story is op een haar na gevild. Wait and see. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan.

Suus · 3 februari 2019 op 23:15

Gefeliciteerd Thomas!

Thomas Splinter · 4 februari 2019 op 15:28

Dankjewel Suus en: Wow! Wat leuk, verrassend en toepasselijk, een CvdM juist voor het laatste verhaal van mijn ‘oude’ repertoire. Deze had ik niet aan zien komen. Columnx, nogmaals; mijn dank is groot.

Geef een reactie