De nog vrij nieuwe auto stond, in de steek gelaten, op de parkeerplaats. Ik durfde al 13 jaar niet meer te rijden en m’n man was een aantal maanden geleden overleden. M’n zoon, toen 8 jaar, vond het jammer dat we de auto nooit meer gebruikten. De auto waar papa zo trots op was en zo graag in gereden had. Alle boodschappen binnen slepen op de fiets, om de paar dagen weer, hing me behoorlijk de keel uit. Telkens meerijden met anderen en het gebruik van openbaar vervoer, genoot ik ook niet echt van. Door weer en wind, op de fiets, naar de school van m’n zoon, om te helpen, stond me ook al tegen. Kortom, ik was eigenlijk pisnijdig op mezelf, dat ik zo’n schijterd was. Een ander reed toch ook, waarom durfde ik dat dan niet?

Het telefoonnummer, van een rijschool, lag al weken klaar om te bellen. Al vaak had ik ermee in m’n handen gezeten, naast de telefoon. Bij het idee weer in een auto te stappen, brak het zweet me uit en legde ik het enge papiertje snel terug. Het begon al aardig smoezelig te worden, maar weggooien deed ik het niet.

Na een keer gedroomd te hebben, dat ik autoreed alsof ik dat dagelijks deed, kon ik eindelijk de moed opbrengen te bellen. Als ik dromend kon rijden, moest het in het “eggie” ook kunnen.
Een paar keer diep zuchten, tijdens het overgaan van de telefoon. M’n hele verhaal afgedraaid, dat ik al jaren niet meer reed, maar het toch weer wilde proberen. Er waren gelukkig meer van die onzekere zielen als ik. Zelfs zoveel, dat ze er een gespecialiseerde instructeur voor in dienst hadden.

De dag voor de eerste “opfrissings-rijles” brak aan. Al zenuwend, zat ik klaar. Nog maar een keer naar de wc, anders moest ik straks onderweg nodig. Snel de kamer weer in, anders reed de lesauto misschien weg, omdat ik niet snel genoeg naar buiten kwam. Pffff, het zweet stond nu al op m’n rug. Waar was ik aan begonnen? Dit is echt goed voor de broodnodige gemoedsrust.
De lesauto verscheen natuurlijk toch en ik moest erin. Niks eerst achterin, maar meteen achter het stuur. Even een praatje en m’n rijangsten bespreken. Spiegels stellen en de stoel goedzetten, kon ik ook nog. Starten en wegrijden ging ook goed. Er stonden wat lachende gezichten voor de ramen in de straat. Gevolg was, dat ik weer een paar zweetdruppels langs m’n rug, naar beneden, voelde druipen. Nu alleen nog de straat uit zien te komen, zonder de geparkeerde auto’s te raken. Vreemde blikken waren niet zo erg bij blunders, maar het idee dat bekenden me een grove rijfout zagen maken, benauwde me toch wel heel erg.

De instructeur was heel tevreden. Mij viel het allemaal erg mee. Niet dat ik nu al juichde om weer de weg op te gaan, maar de angst was zeker minder geworden.
Na 3 lessen kreeg ik te horen dat ik de weg wel op kon, met m’n eigen auto. Als ik dan vragen of angsten had, konden we daar een week later over praten. Ik mocht zelf kiezen wanneer ik ging rijden, ik had een week de tijd. En geloof me, wat gaat een week snel, als je iets moet, wat je niet echt durft.
Die poging, om in m’n eigen auto te rijden, slaagde gelukkig ook. Meteen maar naar m’n ouders, in de Zaanstreek, gereden. Bak koffie gedronken en weer terug naar huis. De zenuwen gierden wel door m’n keel, maar oh wat was ik trots op mezelf, dat ik het gedaan had.
De 4de rijles, was meteen de laatste. Het ging goed, de instructeur en ik hadden er alle vertrouwen in. Nu moest ik het zonder instructeur gaan “doen”.

Gelukkig had ik een “stok achter de deur”. Nou ja, “stok achter de deur”……
Die “stok” was een man, die ik een paar weken daarvoor had leren kennen, via internet. We woonden alleen een klein beetje boel ver uit elkaar. Ik in Purmerend en hij in Nijverdal.
Elke avond, voor een rijles, praatte hij me moed in om door te zetten.
We reisden, in de weekenden, met de trein heen en weer, om elkaar te kunnen zien. De reis duurde dan al ongeveer 2 en een half uur. Als er een vertraging was, kon er zo een uur bij geteld worden.
Bepakt en bezakt stonden m’n zoon en ik vrijdagsmiddags in de trein. In een gigantische drukte. Zitten was er meestal niet bij, we stonden in de halletjes bij de deuren. Als we mazzel hadden, waren de klapstoeltjes vrij of hadden we ruimte om op onze tassen te zitten. M’n zoon droomde zelfs dat hij me kwijt was geraakt in de trein en niet wist waar hij heen moest. Oh, dat machteloze gezichtje toen hij het me vertelde.
Als we dan in Zwolle aankwamen om over te stappen op de trein naar Nijverdal, gebeurde het vaak ook nog dat we nog net de achterkant van de wegrijdende trein konden zien. Vooral als het koud was, heb ik wel eens staan vloeken. Daarop kreeg ik dan weer een opmerking van m’n zoon, dat hij dat nooit mocht. Tja, hij had nog gelijk ook…..

Na een aantal ritten met de auto in de buurt, was het moment aangebroken om maar eens de stap te nemen om naar Nijverdal te rijden. Alleen durfde ik dat hele eind nog niet dus kwam m’n vriend eerst vrijdags, met de trein, naar Purmerend. De volgende dag werd de auto vol geladen met kat, cavia, kind, gevulde weekendtassen en genoeg eten en drinken voor onderweg.
De route had ik al enkele malen opnieuw doorgenomen, die kon ik bijna dromen. Vriend zou ook meelezen op de borden en de routebeschrijving.

De kat zat luidkeels te miauwen. De cavia zat verstijft in een hoekje van z’n hok. Zoonlief keek angstig naar buiten, tijdens de rit.
De afgrijselijke op- en afritten rond Amsterdam, hadden we overleefd. De stop bij het tankstation, vlakbij Amersfoort, was een welkome ontspanning. Even de benen strekken, even wat drinken en even roken, want dat kon ik nog steeds niet tijdens een rit. Ik had 2 handen aan het stuur en steeds m’n ogen op de weg of de spiegels. Ik had nog geen rust om, tijdens het rijden, ook nog te kijken waar de asbak was om m’n as kwijt te kunnen of m’n peuk in uit te drukken.

Totaal uitgeput en drijvend van het zweet, kwamen we in Nijverdal aan. Het was me gelukt!!
Ik heb meteen m’n ouders gebeld, om te vertellen dat we er waren. Die mensen zaten, ook met het zweet in hun handen, thuis te wachten op m’n belletje.
Zondagsavonds zonder bijrijder terug, was ook doodeng. Achterin weer een luidmiauwende kat, een verstijfde cavia en een gespannen zoon. Ook die rit ging goed, op het aantal liters verloren vocht na.
Enthousiast heb ik, bij thuiskomst, naar Nijverdal en daarna naar m’n ouders gebeld. Weer een rit overleefd, weer een brok angst weg. Ik kon het!! M’n zelfvertrouwen groeide en groeide.

We zijn nu een paar jaar verder. Intussen wonen we in Nijverdal. Weg uit de drukte van de Randstad. Natuurlijk mis ik die tijd best wel eens, maar telkens als we op familiebezoek gaan in “het wilde westen”, voel ik toch weer die onzekerheid een beetje terugkomen als we over de snelwegen rond Amsterdam rijden. Wat een mierenhoop, wat een drukte. Hier is het gelukkig wat rustiger op de weg.
Maar wat ben ik blij dat ik toen heb doorgezet. Autorijden is nog steeds geen hobby van me, maar ik rijd nu ontspannen.
De auto heeft geen controle meer over mij, maar ik heb controle over de auto!


7 reacties

pepe · 12 januari 2004 op 07:46

Heel leuk geschreven Eftee, en moeilijk he? Die eerste stap naar hier. Het is net een rijles. maar als je moet kan je veel meer dan je ooit had gedacht. 🙂

Ik heb gelukkig geen rijangst, ik vind het heerlijk om te rijden ver weg of dichtbij, de stad of het dorp.
En soms kan ik ook heerlijk verdwalen, zo zie ik meer van de wereld dan de bedoeling was. 😉

eveltje · 12 januari 2004 op 07:52

leuke column
ik prijs mezelf dat ik te jong ben om te rijden,
mij toch heb ik bij sommige mensen al last van mee-rijangst

Mosje · 12 januari 2004 op 15:01

Eftee,

Je stukje staat vol van “zenuwen, “spanning”, onzekerheid”, aarzeling”, “niet durven”
En aan het eind schrijf je dan dat je dat ding onder conrole hebt!!
Ik twijfel zeer. Vanavond moet ik naar Groningen, en dan kruis ik de route Nijverdal – Zaanstreek.
Ik zal op mijn hoede zijn. 😉

Leuk verhaal,
Mosje

Eftee · 12 januari 2004 op 16:02

Mosje,
Vrouw achter het stuur, bloed aan de muur. Let maar extra goed op. Je weet nooit of ik op de weg ben.
Ik denk dat ik ook nog geen aanrijding veroorzaakt heb, doordat mannen natuurlijk veeeeeeel beter kunnen rijden 😛 (klinkt dat een beetje overtuigend?)

deZwarteRidder · 12 januari 2004 op 17:54

kijk zo komt er toch nog wat moois uit die belachelijke regeringsplqannen voor het openbar vervoer..
lekker leesbaar
Rich@Rd

Mup · 12 januari 2004 op 21:14

Rondrijden op ColumnX, durven reageren en een stuk insturen, klasse.
Daar is autorijden toch een eitje bij?

Groet Mup.

Reyn_Eaglestorm · 13 januari 2004 op 14:17

Heel herkenbaar, Eftee!

Mijn vrouw heeft pas op haar 31e haar rijbewijs gehaald, en die zal dus best ook van dat soort angsten uitgestaan hebben. En ik laatst ook, voor het eerst weer met de auto van Nantes naar Apeldoorn! 925 klinkende kilometers, en tot overmaat van ramp via de rondweg van Parijs, waar ik op dergelijke trips al twee keer een auto heb moeten achterlaten. Eén keer, onderweg van Apeldoorn naar Nantes, mijn Renault 19, die plotseling geen remmen meer had. En daarna de huurauto die we gebruikten om de spullen op te halen die we in die Renault hadden moeten achterlaten. Allebei waren ze stuk bij Massy. De plaats waar de vader van mijn vrouw begraven is. Dus stiekum toch weer zweet in de handen terwijl je langs dat bord “Massy” rijdt. En toch goed gegaan, op de heenweg, en ook op de terugweg, terug naar Nantes. En mijn ouders ook klamme handen natuurlijk, want zoonlief knalt daar eventjes met zijn vrouw en de kinders in een 13 jaar oude Ford Fiesta half Europa door…

Maar alles is dus goed verlopen, en we hebben nu het volste vertrouwen in ons Fordje! (En in onszelf.)

Geef een antwoord