Al die stoere binken met kapsones van hier tot sint-tokio krijgen hem er niet in. Ik zweer het je. Deze vent dus ook. Als een robotje volgt hij mijn armgebaren op, dat zie je niet vaak. Meestal presteren ze het juist het tegenovergestelde te doen.

Mijn naam is Mario en ik werk in een wasstraat. Begin maar bij de bodem zei mijn baas toen ik bij hem solliciteerde. Gevoel voor humor heeft de man niet. Het is afwisselend werk, het moet gezegd worden. Sommige mensen behandelen mij als het vuil dat ze van hun auto wassen. Af en toe krijg ik riante fooien, zoals van die vent laatst, dat houdt me op de been. Vreemde dingen maak ik ook mee. Zoals met diezelfde vent.

Het was laat op de dag, ik sloot de boel bijna af, toen hij aan kwam rijden. Hij slingerde wat over de weg, het trok mijn aandacht. Bij de sproeiboog met inweekmiddel voor de wasstraat bleef hij langer staan dan nodig. De man vond zijn auto blijkbaar errug vies. Sommige types draaien snel de weg weer op, vinden zo’n gratis beurt mooi genoeg. Deze snuiter zag ik er ook voor aan. Plotseling stond hij echter naast me. Vreemde vent. Onder de drugs, ik zag het meteen. Vreemde starende blik in zijn ogen, pupillen groot en zwart. Sprak met schorre stem alsof hij met zijn kloten tussen het portier zat. Hij geeft me een fooi, je wilt het niet weten, daar kon hij vier keer voor door de wasstraat. Nog sterker, hij deed het drie keer achter elkaar, ik zweer het je. Probeerde, althans. Die derde keer, net als ik bij het portierraam wegloop, doemt plotseling een vrouwenhoofd op, die griet lag zomaar met d’r hoofd op zijn schoot te slapen. Denk ik tenminste.

Al die stoere binken met kapsones van hier tot sint-tokio krijgen hem er niet in. Ik zweer het je. Die geul is breed, niet te geloven. Toch schuiven ze hem er massaal naast. Daarom loods ik iedereen, of ze het nou willen of niet, naar de gleuf van het trekmechanisme. Deze vent dus ook. Als een robotje volgt hij mijn armgebaren op, dat zie je niet vaak. Meestal presteren ze het juist het tegenovergestelde te doen. Als om mij te pesten. Die knakkers pak ik meteen terug, laat ik ergens halverwege stranden met een fictieve storing en laat ze minstens tien minuten uitdruipen. Mijn baas moet het niet merken, dan krijg ik gelazer. Ik loods fooiemans dus naar de geul, hij volgt gedwee mijn aanwijzingen op, ik krab effe aan m’n neus en de lul rijdt zo het kantoortje in! Gevel ontzet, raam aan diggelen. Vent springt eruit, meteen zeiknat door de sproeiers, blonde del in kadoverpakking klimt er ook uit. Net een wet-t-shirtverkiezing.

Dus ik zeg, geen probleem, ik haal de baas erbij en dan vullen we een schadeformuliertje in en dan is het zo rond. Begint die man ineens schichtig om zich heen te kijken. Trekt me een hoekkie in en mompelt iets van “onderhands oplossen”. Ik kijk hem niet begrijpend aan en schrik me het apelazarus, ik denk hij wil me een lesje leren. Hij pakte me bij m’n jasje en trekt me tegen zich aan. Ik protesteer en wil hem van me wegduwen, maar hij steekt snel een hand onder mijn jasje, wurmt er een voorwerp onder en voor ik een kik kan geven loopt hij alweer naar die del terug, gebaart nijdig dat ze erin moet. Met slippende banden door het gladde sopperige beton rijdt hij achteruit de wasstraat uit, rakelings langs voorbijgangers die nieuwsgierig staan te kijken.
Ik voel aan mijn borst, verwacht een natte plek, maar het kan niet want ik voel geen pijn. Ik keek angstig naar mijn vingers. Schoon, wel een beetje klef water en zeepsop maar geen bloed. Gelukkig. Ik ben niet gestoken die psychopaat. Wel voel ik iets anders. Dan komt baas achter de zaak vandaan rennen, iemand heeft hem ingelicht want er komt rook uit zijn oren en z’n ogen zijn supernova’s. Waarom ik die vent heb laten gaan. Ik haal mijn schouders op. Of ik zijn kenteken heb genoteerd. Ik schud mijn hoofd. Wanhopig kijkt baas naar de omstanders, die zich onmiddellijk uit de voeten maken. Het volgende moment sta ik op straat. Letterlijk en figuurlijk. Ik maak een sprongetje in de lucht. Yes! Fooiemans for president! Ik leg mijn hand op mijn jas, ter hoogte van de binnenzak en voel het dikke pak bankbiljetten zitten. Mario is blij. Dit mannetje heeft een jaartje sabbatical.


Kees

Zelfstandig schrijver en fotograaf

0 reacties

Geef een reactie