Hij preste zijn lippen zuchtend op elkaar, toen hij zag wat hij had aangericht. Het huis lag in puin. De muren, het dak, het bed, de kasten. Het waren gebroken stukken rot hout, vermorzelde stenen. Het as van zijn hartvuur smeulde nog wat. De storm had alles verwoest, op zijn geliefd instrument na. Hij had verlamd toegekeken, hoe de waarheid door zijn droom raasde. Het gedonder van dode illusies, de schichten van stervende leugens. Hij haatte hoe ze klonken. Het geluid trilde door zijn huid, tot alles instortte, hijzelf incluis. Hij was kansloos. De stilte nadien was een marteling. Zijn thuis was een woestijn geworden. Geen zuchtje wind. Geen groen noch blauw, maar wrange eeuwigheid. De toekomst was verleden tijd en omgekeerd. Daar waar hij woonde, waar hij verlangende, waar hij ooit hoopte, daar was alles vanaf nu de koude hel. Huiveringwekkend. Herhalend. Kil.

De zwarte stoffige vleugel wakkerde een melancholie in het decor aan, die alleen de dood tot leven kon wekken. De besmeurde witte toetsen vormden een schril contrast. Ook hij had het overleefd: zijn kostbaarste bezit. Onbereikbaar, zoals haar. Hij weigerde nog langer naar de stilte te luisteren en schreeuwde. In de verte hoorde hij een echo, maar het leek niet die van hem te zijn. Hij wist niet meer hoe zijn stem klonk. Zijn stem was die van een vreemde geworden. De noodkreet doofde in de nabije verte. Alles werd weer zoals ervoor: doods. Hij zette een stap vooruit en zocht open plekken, tussen het vuil, waar hij zijn voeten kon plaatsen. Het was een gevaarlijke puzzel, vol valkuilen. Na een kwartier sloeg hij erin zich twee meter verder te verplaatsen, toen plots, nog drie stappen van zijn instrument verwijderd, hij struikelde over de deur van een kast, waarin hij zijn geschriften bewaarde. Hij kon zich op het nippertje recht houden, keek omlaag achter zich en zag een stuk gescheurd papier tussen het verdorde eikenhout liggen. Hij kneep zijn ogen tot spleetjes en bekeek het stuk aandachtig. Het was zijn handschrift. Een tekst, die hij aan haar had geschreven. Die hij angstvallig verborgen had gehouden, zoals zijn gevoelens, tot…

Op het randje van de afgrond las hij wat hij nog lezen kon, wat hij nog durfde te lezen. De inkt waarmee hij de woorden had geschreven, was ondertussen uitgelopen door de storm. Hij las wat er nog zichtbaar stond:

..tears.. dreams..wash ashore.. want to sleep anymore.. down..
you all.. away.. all.. awa..

De rest was onleesbaar, doch hij kende zijn lied als geen ander en verkreukelde het papier, om het vervolgens meimerend tegen zijn borst te drukken. Hij zette nog drie passen, dropte het en nam plaats achter zijn piano. Zijn vingers streek hij zorgvuldig over de besmeurde toetsen. Een traan reinigde een plek op een van de middelste. Het onthulde wit gaf licht, of tenminste: dat dacht hij. Hij werd stilaan gek, dat besefte hij maar al te goed. Daarom zou hij het nummer nog één keer spelen. Nog één keer, voordat hij aan krankzinnigheid stierf. Voordat hij één werd met het Niks van de woestijn. De eerste muzieknoten toverden een nostalgische glimlach om zijn gezicht, al sneed de herinnering zijn trommelvliezen haast aan flarden. Hij speelde subliem, tokkelde met zijn vingers vol gevoel en huilde als een wegkwijnende wolf de weggeëbde woorden op het ritme mee:

I still recall the taste of your tears.
Echoing your voice just like the ringing in my ears.
My favorite dreams of you still wash ashore.
Scraping through my head ’till I don’t want to sleep anymore.

You make this all go away.
You make this all go away.
I’m down to just one thing.
And I’m starting to scare myself.
You make this all go away.
You make this all go away.
I just want something.
I just want something I can never have

In this place it seems like such a shame.
Though it all looks different now,
I know it’s still the same
Everywhere I look you’re all I see.
Just a fading fucking reminder of who I used to be.

Come on tell me

You make this all go away.
You make this all go away.
I’m down to just one thing.
And I’m starting to scare myself.
You make this all go away.
You make this all go away.
I just want something.

Haar antwoord bleef nee en zijn wereld stortte in: het gezellige huis waarin ze zouden samenwonen, waarin hun kinderen zouden opgroeien, waarin vrienden een bezoek zouden brengen en jaloers zouden zeggen: “God, wat heb jij geluk.” Het had niet mogen zijn. Hij barstte zoals het steungewelf. De kasten vol van zijn geheimen begaven het als eerste. Al gauw volgden de muren. Het duurde niet lang of het dak verbrokkelde en het bed verkoolde. Hij had een vloed gehuild. Zij was gevlucht uit angst voor zijn waanzin, misschien wel reeds gestorven, maar één ding was zeker: levend of dood, ze was weg. Voorgoed. Zijn lied was gezongen. Uitgeput legde hij zijn hoofd op de stoffige piano neer. Zijn vingerafdrukken stonden in de besmeurde toetsen gedrukt. Na de schrijnende stilte, restte hem louter nog het nummer dat hij aan haar had geschreven, uit liefde. Hij had enkel nog de pijn en de waarheid. En dat vervloekte nummer dat hij aan haar had geschreven. Uit liefde: Something I can never have.

(Trent Reznor – Something I can never have)

Categorieën: Liefde

6 reacties

arta · 19 mei 2008 op 16:21

Dit stuk had niet misstaan bij het raad-het-plaatje thema van laatst:-)
Ik had het vanochtend al gelezen, maar nog niet gereageerd, omdat er voor mijn gevoel iets niet klopte, maar ik kon het niet benoemen…
Nu, na het nog eens overgelezen te hebben begrijp ik waarom. Door de metaforen werd mijn beeld steeds veranderd. Eerst de woestijn. (Ik zag een kale vlakte voor me) Daarna bleek er ineens van alles te zijn, kastdeuren, een vleugel en was het onmogelijk door te lopen door al het puin (Ik zag een ruïne voor me na een enorme storm) en vervolgens kwam weer de woestijn en paste ik mijn fantasie weer aan.
Deze interpretatie is natuurlijk heel persoonlijk, maar maakte dat ik hem (ondanks het prachtige woordgebruik) ongeloofwaardig over vond komen…
🙂

PaulJansen · 19 mei 2008 op 16:34

Nine Inch Nails is geweldig. Ik vind je column echt heel mooi. En nee, dat kan ik volgens mij niet uitleggen. Lukt me dat uiteindelijk wel, dan hoor je nog van me.

De_PessiMist · 19 mei 2008 op 18:52

Het is een tegenstrijdigheid. Alles is kapot. Het ligt vol brokstukken, herinneringen, onthulde leugens en toch voelt de protagonist een gigantische leegte die niet te omschrijven valt. Die van onbeantwoorde illusies en liefde. Vandaar dat ik voor een woestijn heb gekozen. Niks leven. Ondraaglijke stilte. Al wat er nog heerst is de pijn en de waarheid die zij achterliet. Voor de rest acht de protagonist zich al dood.

Trent Reznor is overigens een geniale songwriter. En inderdaad, Nine inch nails is geweldig 🙂

Troy · 19 mei 2008 op 19:34

Ik ken NIN en ik ken ook het gevoel dat hier in al die metaforen staat beschreven. Die emoties kunnen zo heftig zijn dat je vrijwel geen keus hebt om terug te grijpen op metaforen, wil je het beschrijven. Toch ben ik ook wel benieuwd naar de rauwe werkelijkheid van dit verhaal. Ontdaan van al die (overigens prachtige) franje. Door een overdaad aan beeldspraak [i]kan[/i] een tekst impact verliezen. Hoe dan ook, het is wel weer erg mooi geschreven.

De_PessiMist · 19 mei 2008 op 21:17

Daar heb je een punt. Ik wou er sowieso een vrij poëtische tekst van maken, maar het is inderdaad opletten geblazen dat de kracht niet verloren gaat door “verbloemende” metaforen.

Anne · 19 mei 2008 op 23:56

Ik kwam er niet doorheen. Het staat mij te vol met versleten beelden. Ik lees wel de aandacht waarmee het is samengesteld en geschreven, maar dat is niet genoeg, voor mij niet althans. Ik blijf het herhalen: niet in het grote gebaar zit de meeste dramatiek (en er is niks mis met dramatiek! Dat is voor mij absoluut geen negatieve kwalificatie!) maar juist in het weglaten daarvan. In suggestie, in puntjes met je penseel, en niet in dikke rooie olieverfklodders.
Het nummer ken ik niet, ik heb dan ook vooral op jouw eigen tekst gelet.
Maar goed, best mogelijk dat dit vooral een kwestie is van smaak.

Geef een antwoord